De verhuizing van de verzorgingsstaat

thomas kampen en evelien tonkens 190 hulp- en zorgverlening. Dit wordt neergezet als alternatief voor de marktlogica die burgers stimuleert tot bovenmatig gebruik- maken van overheidshulp: De huidige financieringsstructuur binnen de awbz is gericht op het creëren van aanbod. Hierdoor is een zorgconsumptie ont- staan waarvan we niet zeker weten of dit ook nood- zakelijke zorg is. (Zwolle 2014a: 17 ) ‘Doen wat nodig is’ betekent dan: ‘werken op basis van de wer- kelijke vraag (en niet op basis van het aanbod dat “nou eenmaal” vanuit een bepaalde organisatie kan worden geleverd)’ (Eindhoven 2014: 24 ). ‘Doen wat nodig is’ en niet meer dan dat, is ook een alternatief voor de civiele logica waarin mensen zorg en hulp krijgen toege- kend op basis van rechten. Die verschuiving wordt in beleid om- schreven als een ‘omzetting van verzekerd recht naar het com- pensatiebeginsel en meer maatwerk’, ook wel te begrijpen als een verschuiving van ‘waar heb ik recht op’ naar ‘wat heb ik nodig’ (Sittard-Geleen 2014: 5 ). Het gaat om ondersteuning die ‘echt no- dig’ is: ‘Rotterdammers verdienen zoveel mogelijk hun eigen in- komen en we bieden alleen inkomensondersteuning als dat echt nodig is’ (Rotterdam 2015b: 3 ). Dezelfde ambivalentie – ‘doen wat nodig is’, zolang dat maar minder van de overheid vraagt − doet zich nog sterker voor bij de veel gebezigde termen ‘maatwerk’ en ‘ondersteuning op maat’. Dit duidt er meestal op dat professionals ruimte krijgen om min- der hulp te bieden. De gemeente Leeuwarden zegt het zo: Doel is ommensen ‘op maat’ te ondersteunen, dat wil zeggen: aanvullend op wat ze zelf kunnen en zodanig dat ze zo min mogelijk afhankelijk zijn of worden van professionals. (Leeuwarden 2014: 22 )

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=