De verhuizing van de verzorgingsstaat
ruimte voor professionals? 193 (zie hoofdstuk 2 ), is het van groot belang dat iedereen gelijke kan- sen heeft om gehoord te worden. Beleid wisselt de betrouwbaar- heid van de bureaucratie in voor vertrouwdheid van persoonlijke relaties, maar voor vertrouwdheid is tijd nodig en juist daaraan ontbreekt het wijkteamleden. Onmondige cliënten krijgen dan het slechtste van twee werelden: niet de betrouwbaarheid van de bureaucratie, maar ook niet de vertrouwdheid van de huiselijke wereld en dus geen maatwerk. Hoewel Eindhovense wijkteamleden aanvankelijk ook ervaren dat zij veel tijd krijgen voor begeleiding, verandert dat na verloop van tijd. Dat komt vooral door hun nieuwe taken in het kader van de Participatiewet. Ze moeten mensen nu ook naar werk begelei- den en daarover verantwoording afleggen, zonder dat ze per cliënt meer tijd krijgen. Ze ervaren daardoor grotere tijdsdruk: ‘Kijk, participatie, daar zit de gemeente heel erg bovenop. Dus je hebt niet meer de rust en de tijd om te kijken van: “Nou, waar wil jij aan werken?” Je voelt toch een beetje de druk. In het begin kon je echt de tijd nemen zo van: “Goh…” Eerst kennismaken kon je al drie, vier sessies over doen als je dat belangrijk vond. Of als je merkte dat de ander dat belangrijk vond. Dat tempo lag lager. Als je twee uur bij iemand zat, was dat niet raar.’ (p66-pi) De gemeente Eindhoven wil resultaat zien in de aantallen bij- standscliënten die een stap naar werk zetten. Die politieke druk om te ‘scoren’ vanuit de gemeente en de verantwoordingseisen en tijdsdruk die daarmee gepaard gaan, zijn voor wijkteamleden in de praktijk niet te combineren met wat zij denken dat nodig is: luisteren naar iemands wensen en daar samen met de cliënt een activiteit bij vinden. ‘Nee, want dan [als je meegaat in de scoringsdrift] ga je in de haast mee. Dan voel je toch dat je bezig bent met scoren. En niet
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=