De verhuizing van de verzorgingsstaat

ruimte voor professionals? 197 In de meeste gemeenten hebben professionals echter veel min- der mandaat en ervaren zij dus ook veel minder ruimte. In Leeu- warden controleerde gedurende de eerste anderhalf tot twee jaar de mo -zaak de Wmo-aanvragen. Dat ervoeren de wijkteamleden als een aantasting van hun professionaliteit: ‘Ik ben een profes- sional, ik heb een hbo-opleiding, ik wil niet dat mijn professi- onaliteit in het geding komt door zo’n kantoorklerk.’ (p52-pi) De mo -zaak beknot onder andere de tijd die zij aan zorg en onder- steuning mogen indiceren. Wijkteamleden zijn daar verbolgen over: ‘Hoe is het nou toch in godsnaam mogelijk dat iemand van mo -zaak zegt: “Nou, ik vind zes uur te veel.” Dat is het idiote, dat is de macht.’ ( p52-pi ) De controle door de mo -zaak maakte dat wijkteamleden zich overbodig voelden: ‘Als je elke keer vanuit de mo -zaak alles weer terugkrijgt wat je hebt ingediend dan denk ik: “Ja, waarom zit ik hier dan nog? Waarvoor doe ik dat nog?”’ ( p52-pi ) Naar aanleiding van deze geluiden heeft de gemeente Leeuwarden de verantwoordingsprocedure versimpeld. In Rotterdam hebben wijkteamleden soortgelijke ervaringen. Zij voelen zich gecontroleerd door gemeenteambtenaren die op afstand hulpaanvragen afwijzen waarvan zij als wijkteamleden zelf de noodzaak hebben vastgesteld: ‘Ik heb soms casussen terugontvangen dat ik denk van: “Waar slaat dit op?” Ik zie dat iemand daadwerkelijk hulp nodig heeft. Oké, als jij je collega’s niet vertrouwt, prima, maar ik zit zelf in een wijkteam dus ik weet hoe het werkt. Ik kan het beoordelen.’ (p3-pi) Uit de voorgaande voorbeelden blijkt dat de huiselijke logica van waaruit de wijkteamleden redeneren, botst met de bureaucrati- sche logica van controleurs. De kennis die een wijkteamlid op- doet in de nabije omgeving van een cliënt wordt overruled door een controleur op basis van formele regels.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=