De verhuizing van de verzorgingsstaat
thomas kampen en evelien tonkens 198 In alle gemeenten blijft er controle achteraf mogelijk, omdat cliënten bezwaar kunnen maken. Eerdere ervaringen met een be- zwaarcommissie beperken de ruimte die professionals in het ver- volg ervaren, blijkt bijvoorbeeld uit een verhaal van een Wmo- consulent van de gemeente Sittard-Geleen: ‘De kans is groot dat een bezwaarcommissie kijkt waar je fouten hebt gemaakt. Toen ik er pas werkte, wees ik veel af, omdat dat spannender was. Zo was er een vrouw die ging van een koopwo- ning naar een verzorgingshuis, naar een awbz -woning, gesloten, en ze wilde verhuiskostenvergoeding. Ze kon niet meer over de drempel thuis, zei ze. Ik had het afgewezen, omdat ze nog kon traplopen. Toen ben ik gecorrigeerd, omdat ik niet goed had ge- rapporteerd dat het ging om de woning binnenkomen.’ ( p68-o ) Zeggenschap ervaren professionals dus als ruimte. In gemeenten die veel mandaat geven om zelf indicaties te stellen of die zeggen- schap geven over de financiën, ervaren professionals veel ruimte. De beleidsopdracht om zelfredzaamheid te stimuleren, erva- ren zij niet als inperking van hun ruimte. Dat is ook niet geheel verwonderlijk, omdat zij die opdracht van harte onderschrijven (zie ook hoofdstuk 4 ). Het gaat hen dus niet zozeer om zeggen- schap over wel of niet zelfredzaamheid stimuleren, maar om hoe ze zelf-redzaamheid stimuleren (en er daarmee ook een eigen in- vulling aan geven, zoals ook hoofdstuk 7 laat zien). Als hun be- slissingen daarover op afstand gecontroleerd worden, ervaren zij dat als een inperking van de ruimte. Tot dusverre hebben we geconstateerd dat professionals op pa- pier ruimte wordt toegekend, maar dat die tegelijkertijd inhou- delijk wordt beperkt door de opdracht om mensen zelfredzaam te maken. Ook zagen we dat in de ervaring van professionals de ruimte vooral procedureel wordt beperkt door minder tijd en zeg- genschap.
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=