De verhuizing van de verzorgingsstaat

ruimte voor professionals? 203 Ruimte nemen voor zelfredzaamheid: een op de vijf In een vijfde van de geobserveerde gesprekken zien we dat pro- fessionals de ruimte die zij nemen om te beantwoorden aan be- hoeften van cliënten rechtvaardigen als bevordering van iemands zelfredzaamheid. Zij brengen de behoeften van cliënten in over- eenstemming met de beleidsopdracht: ik doe dit, omdat deze per- soon zelfredzaam wil worden (zie ook hoofdstuk 7 ). Opvallend vaak gebruiken wijkteamleden de term ‘aansluiten’ als zij duide- lijk willen maken dat zij handelen naar de behoefte van cliënten om zelfredzaam te worden. Dat doen zij niet voor niets: simpel- weg ‘de vraag beantwoorden’ of ‘voorzien in de behoefte’ is niet goed te verenigen met zelfredzaamheidsbevordering. ‘Aansluiten bij’ de cliënt is een formulering die wijkteamleden in staat stelt de behoefte van de cliënt centraal te stellen en tegelijkertijd aan te sturen op diens zelfredzaamheid. Een eerste voorbeeld van deze vorm van ruimte nemen, ob- serveerden we bij een wijkteamlid dat haar eigen handelen om- schrijft als een cliënt ‘achter de vodden aanzitten’. Dit valt te rechtvaardigen als voorzien in de behoefte om zelfredzaam te zijn of te worden. Bijvoorbeeld als een cliënt er zelf om gevraagd heeft om achter de vodden gezeten te worden: ‘Ik heb best moeite met die rol van stok achter de deur. Het ligt niet in mijn aard om zo directief te zijn en het is ook niet mijn stijl van werken. Maar ik probeer het nu wel omdat hij daar zelf om heeft gevraagd.’ ( p164-o ) Dat hij er zelf om gevraagd heeft, legt dit wijkteamlid uit als een vorm van zelfredzaamheid. Ze vertaalt zijn hulpvraag dus als be- hoefte om zelfredzaam te willen worden, waardoor zij beide doe- len tegelijkertijd kan dienen. Eenzelfde poging om de behoeften van de cliënt gelijk te stel-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=