De verhuizing van de verzorgingsstaat

thomas kampen en evelien tonkens 206 neel beschadigd. Daarom is ook een traject ingezet in de ggz, maar vooralsnog loopt dit niet; de aanmelding verloopt moeizaam, heel bureaucratisch. Het wijkteamlid denkt dat deze vrouw altijd hulp nodig zal hebben. Er speelt veel meer dan alleen administratie; ze heeft ook psychische problemen en is emotioneel beschadigd, daar kan ze niet zomaar aan voorbijgaan. (p138-o) Uit de interviews maken we op dat de Participatiewet tijdsdruk legt op de uitvoering. Wij observeerden dat professionals hun cliënten daartegen in bescherming nemen als zij denken dat ze daarmee de belangen of noden van cliënten dienen. Een wijk- teamlid spreekt bijvoorbeeld een vrouw van 34 jaar die alleen leeft met haar zoontje van 8 jaar. Tot nu toe had de vrouw onthef- fing van de sollicitatieplicht, maar volgens de regels moet zij nu aan het werk. De vrouw vertelt over haar vrijwilligerswerk. Het wijkteamlid kiest ervoor om de boodschap dat zij uiteindelijk aan het werk moet niet te brengen, omdat zij dan opnieuw panie- kaanvallen krijgt en omdat ze eerst ziekte-inzicht moet krijgen en hulp moet gaan aanvaarden. Na het gesprek legt zij uit: ‘Ik ga niet tegen haar zeggen dat ze aan het werk moet. Dat heeft bij haar geen enkele zin. Ze zou weer tegen dezelfde dingen aan lopen als eerder: paniekaanvallen, niet tegen een opgelegde struc- tuur kunnen. Zolang ze zich er niet van bewust is dat ze steeds te- gen dezelfde problemen aan loopt – snel ruziemaken met anderen en te hard van stapel lopen – heeft het ook geen zin om haar hulp op te dringen. Ze moet eerst het besef krijgen dat ze hulp nodig heeft bij haar problemen.’ (p178-o) Deze professionals stellen behoeften boven bureaucratie. Zij maken tegen bureaucratische belemmeringen in ruimte voor be- hoeften van hun cliënten. Zij laten hun kennis over de cliënt en de gegeven situatie voor de regels gaan. Zij weten dat iemand pa-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=