De verhuizing van de verzorgingsstaat

mirjam de rijk 216 mie. Doordat de basispremie heel zichtbaar én niet inkomensaf- hankelijk is (afgezien van de zorgtoeslag voor minima), versterkt dit het beeld dat ‘de zorgkosten de pan uit rijzen’. Een voorbeeld van die overheveling is de wijkverpleging, die voorheen onder de awbz viel en nu onder de zorgverzekeraars. Ook de verhoging van het eigen risico de afgelopen jaren wakkert het beeld van kosten- stijging en dreigende onbetaalbaarheid aan. Zoals gezegd, beslaan de zorgkosten een kleine 13 procent van het bbp. Zouden die kosten evenredig verdeeld worden, dan zou iedereen 13 procent van het inkomen kwijt zijn (bedrijven, ver- mogenden, werkenden, uitkeringsgerechtigden). Wie de discus- sies over de zorg echter een beetje volgt, hoort regelmatig dat een gemiddeld gezin ruim een vijfde van het inkomen aan zorg kwijt is − fors meer dan de 13 procent die je zou mogen verwachten. Dat komt door de manier waarop de zorgkosten gefinancierd wor- den. Naast de al genoemde basispremie gaat het daarbij voor-al om de premies voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze worden bekostigd via de lonen (de Zvw-premie en de Wlz-premie). Anders dan bij het onderwijs, dat via de algemene belastingen wordt bekostigd, betalen bedrijven en vermogenden dus niet via de belastingen mee aan de zorg. De zorgpremies drukken bovendien vooral op de middeninkomens, want boven een jaarinkomen van ruim 33.000 euro hoeft er geen Wlz-premie meer betaald te worden en de premie voor de Zvw stopt boven een jaarinkomen van ruim 54.000 euro. Alles bij elkaar verklaart dit waarom de spreekwoordelijke ‘ge- zinnen’ nu een vijfde ( 20 procent) van het inkomen aan zorg kwijt zijn, terwijl de zorgkosten slechts 13 procent van het natio-naal inkomen beslaan. Zouden de zorgkosten op dezelfde manier betaald worden als de kosten van het onderwijs, dan zouden be- drijven en vermogenden veel meer meebetalen aan de zorg, en hoge inkomens zouden meer betalen dan middeninkomens. Een filmpje van de ser (Sociaal-Economische Raad van werk-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=