De verhuizing van de verzorgingsstaat
zorg en geld 219 bezuinigingen 2012-2017 2,9 miljard minder zorgtoeslag 1,5 miljard verhoging eigen risico 0,6 miljard beperken van tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten 0,5 miljard minder geld voor jeugdzorg 0,5 miljard minder geld voor ‘persoonlijke verzorging’ 0,7 miljard minder geld voor huishoudelijke hulp 0,6 miljard minder geld voor begeleiding van hulpbehoevende thuiswonenden 0,5 miljard minder verzorgingstehuizen, langer thuis wonen 1,2 miljard plafond voor uitgaven ziekenhuizen en ggz 1,5 miljard diverse kleinere bezuinigingen 10,5 miljard totaal xii (de rijk 2016) Een groot deel van de bezuinigingen had overigens geen gevolgen voor de totale kosten van de zorg, maar veranderde slechts wie die kosten betaalt. Van de zorgbezuinigingen werd 5 miljard ge- haald door de kosten over te hevelen naar zieken en mensen met een laag inkomen: de verhoging van het eigen risico ( 1,5 miljard), beperking van de zorgtoeslag voor lage inkomens ( 2,9 miljard) en het verminderen van de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten ( 0,6 miljard). Of dit vooral geleid heeft tot zorg- mijding, tot het individueel dragen van de kosten of tot meer on- betaalde zorg door naasten, is onbekend. De andere 5,5 miljard aan bezuinigingen kwam voor twee derde terecht bij de care , en voor een derde bij de cure . Grootste klappers: de bezuinigingen op hulp en begeleiding ( 1,3 miljard), het sluiten van verzorgings- tehuizen ( 0,5 miljard, het grootste deel van die sluitingen stamt al van vóór Rutte I) en de jeugdzorg ( 0,5 miljard). De verdeling van de bezuiniging tussen cure en care (een derde
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=