De verhuizing van de verzorgingsstaat

evelien tonkens en jan willem duyvendak 244 loosheid, chronische ziekte of handicap hebben nog steeds hun eigen belangenverenigingen. En ze zijn, dankzij de wettelijke ver- ankering van ‘horizontale verantwoording’ in de oude Wmo, vaak vertegenwoordigd in Wmo-raden. Hun invloed en hun professi- onele ondersteuning zijn sinds het begin van de eeuwwisseling echter stilzwijgend verzwakt. Subsidies zijn voor veel cliënten van cruciaal belang omdat het organiseren van inspraak vanwege hun problemen en beperkingen een heidense klus is. Sinds 2002 , toen toenmalig minister van vws Hoogervorst het mes zette in subsidies voor veel patiënten- en cliëntenorganisaties, is het met deze ondersteuning van cliënteninspraak snel bergafwaarts ge- gaan. Ook provinciale en gemeentelijke steun voor patiënten- en cliëntenorganisaties is sinds die tijd beperkt. Het professioneel en het democratisch tekort versterken elkaar. De professie van wijkteamlid of generalist is niet beschermd, en deze professionals kunnen zich als beroepsgroep dus ook moeilijk organiseren, laat staan als groep verweren. Wij hebben bijvoor- beeld slechts éénmaal gezien dat een professional de eigen ethische code als ijkpunt gebruikte bij professionele afwegingen. Het is naar ons idee ook de taak van onderzoekers om het de- mocratisch debat te voeden, zowel over de invoering van het beleid als over de implementatie. Beleidsdissidente geluiden waren in de eerste jaren van de decentralisatie opmerkelijk schaars. Binnen de academische wereld was er überhaupt weinig aandacht voor deze toch grote herstructureringsoperatie van de verzorgingsstaat, terwijl veel commerciële onderzoeksbureaus die beleid mochten begeleiden en monitoren vooral beleidsvolgend waren. Sommige wetenschappers die zich wél met de veranderingen bezighielden, stonden te trappelen van enthousiasme en gebruikten grote woorden als ‘transformatie’ of ‘transitie’ om het onvermijdelijke en noodzakelijke karakter ervan te onderstrepen, daarbij kritiekloos de beleidsagenda volgend. In de inleiding zijn we ingegaan op de rol van enkele van deze wetenschappers die niet de democratische, ‘ci-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=