De verhuizing van de verzorgingsstaat

evelien tonkens en thomas kampen 30 En de negende belofte van nabijheid is betere samenwerking tus- sen professionals en burgers: We zien de nodige initiatieven ontstaan (…) die ouders en professionals dichter bij elkaar brengen, zodat zij samen vorm en inhoud geven aan het opvoeden. (Leeuwarden 2014: 38 ) Kortom: nabijheid is in beleidsteksten een wondermiddel voor ongeveer alles wat het beleid in het sociale domein zich heden ten dage ten doel stelt. Er klinkt een voorkeur in mee voor het in- formele, kleinschalige en spontane dat op veel plaatsen omarmd wordt (Tonkens 2018 ). Het gaat vrijwel nergens in beleid over de risico’s van nabijheid, noch over de waarde van afstand. Dat zegt veel over het vertrouwen in nabijheid als leidend principe voor dienstverlening, maar betekent uiteraard niet dat nabijheid daad- werkelijk de oplossing is. Om het huidige vertrouwen in perspec- tief te plaatsen, kijken we eerst hoe in andere tijden juist ‘afstand’ gold als leidend principe voor dienstverlening. De beloften van afstand Het overdadige vertrouwen in nabijheid valt extra op als we het merendeel van de beloften contrasteren met tijden waarin na- bijheid helemaal niet als oplossing, en soms zelfs als probleem, werd gezien. Maatwerk werd tot voor kort helemaal niet gekoppeld aan nabij- heid; een voorwaarde voor maatwerk was discretionaire bevoegd- heid. Als professionals grotere discretionaire bevoegdheden, meer autonomie iii en minder regeldruk iv zouden krijgen, vaak benoemd als ‘meer ruimte’, zouden ze maatwerk kunnen leveren. Met nabij- heid had het dus eerder niets van doen.

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=