De verhuizing van de verzorgingsstaat

jan willem duyvendak, loes verplanke & yoren lausberg 50 gonnen ook letterlijk met het invullen van papieren of beeldscher- men. Anders gezegd: zorg dat alles naar jou toe beweegt, in plaats van dat jij naar anderen toe gaat. Zo is er een praktijk gegroeid van eenrichtingverkeer, waarbij burgers geacht worden te bewegen en de professional louter ontvangt’ (Van der Lans 2010: 54 ). Daar moest dus verandering in komen: de professional moest in beweging komen, op bezoek gaan bij de cliënt en letterlijk bij de cliënt aan de keukentafel aanschuiven om figuurlijk duidelijk te maken dat de rollen nu omgekeerd waren: ‘Huisbezoek [biedt] de mogelijkheid om deze cliënten, die zich doorgaans in een achterstandspositie bevinden, een voorsprong te geven op hulpverleners die normaal gesproken in een machtspositie verkeren. Cliënten zijn in het voordeel, want ze spelen een thuis- wedstrijd. In de woning heeft de cliënt de regie en de hulpverlener is te gast. Zo ontstaat tussen cliënt en hulpverlener een meer gelijkwaardige situatie. De hulpverlener kan dit nog benadrukken door naast de cliënt op de bank te gaan zitten, in plaats van ertegenover, zoals de gebruikelijke opstelling is in hulpverlenings- situaties’ (Van Doorn e.a. 2013: 69 ). Van de nieuwe setting – het achter-de-voordeur-en-aan-de-keuken- tafel-komen − wordt dus veel verwacht. Uit ons onderzoek blijkt ook dat een deel van deze verwachtingen uitkomt. We zien al- lerlei aspecten uit de huiselijke logica bij het huisbezoek terug. Maar dat is zeker niet het hele verhaal. Het keukentafelgesprek is niet een eenduidige situatie en wordt vaak gekenmerkt door spanningen, die vroeg of laat aan de oppervlakte komen. Met name de industriële logica manifesteert zich ook in het keuken- tafelgesprek. Zo moet er immers in het kader van de indicatie- stelling bekeken worden hoeveel hulp iemand nodig heeft – of nodig denkt te hebben. De hulpverlener wil dan ook graag weten

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=