De verhuizing van de verzorgingsstaat
jan willem duyvendak, loes verplanke & yoren lausberg 52 Uit onze ruim honderd observaties van keukentafel- en begelei- dingsgesprekken thuis komt ook naar voren dat veel bewoners zich meer in charge voelen. Thuis zijn zij op eigen terrein; er is dan inderdaad sprake van een thuiswedstrijd zoals Van der Lans die benoemde: de professional moet zich als gast afwachtend opstellen. De bewoners zijn dan de ontvangende partij, de gast- vrouw of -heer; zíj bepalen of het gesprek werkelijk aan de keu- kentafel plaatsvindt of op de bank in de huiskamer; zíj bieden de bezoeker iets te drinken aan; zíj zorgen ervoor dat de blaffende hond de bezoeker niet aanvalt maar even naar buiten of naar een andere kamer gaat. En als zij liever niet thuis afspreken, kunnen ze vooraf aangeven dat ze naar kantoor willen komen. Uit onze observaties: Als we met de lift boven komen, heeft mevrouw de voordeur al openstaan. Ze begroet ons en neemt onze jassen aan, die ze netjes op een hangertje hangt. We lopen de klassiek ingerichte woonkamer binnen. Op een stoel zit de echtgenoot van de vrouw op ons te wachten. De Wmo-consulent stelt ons voor en vraagt waar we het beste kunnen gaan zitten. ( p48-o ) De wijkteammedewerkers en Wmo-consulenten gedragen zich als beleefde gasten. Ze gaan meestal in op de vraag van de gastvrouw of -heer om een kopje koffie of thee voor hen te maken. De bewoner gaat koffie zetten en roept vanuit de keuken of we appelkruimel willen. ‘Ja lekker’, roept de sociaal werker enthousiast. ( p214-o) Sinds onze binnenkomst is de vrouw druk in de weer om allerlei brood en gebak te rangschikken op het salontafeltje waar we omheen zitten. Als de sociaal werker klaar is met het gesprek met haar man, nodigt ze ons met armgebaren – ze spreekt nauwe-
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=