De verhuizing van de verzorgingsstaat

jan willem duyvendak, loes verplanke & yoren lausberg 56 De cliënt is hier enigszins op haar hoede omdat ze meent dat de hulpverlener niet zomaar geïnteresseerd is in haar talenten en haar netwerk (maar vertelt vervolgens toch honderduit omdat ze zo weinig haar verhaal kan doen). En ze blijkt gelijk te hebben: de professional is vooral geïnteresseerd in haar (gebrek aan) netwer- ken en in haar talenten om te bezien welke ondersteuning zij wel of niet nodig heeft. Dat de industriële logica hierbij dominanter wordt, blijkt niet alleen uit de vragen die de professional stelt maar ook uit de hier- bij ingezette hulpmiddelen. In onze onderzoekssteden gingen so- ciaal werkers met name vlak na de decentralisaties in 2015 met een laptop op huisbezoek. Dat leek handig omdat alle voordelen van het kantoor op die manier ook thuis van kracht bleven. Zo konden ze ter plekke inloggen om onder meer klantgegevens in te voeren in de Zelfredzaamheid-Matrix ( zrm ) en in de formats voor zogenoemde maatwerkvoorzieningen. De praktijk pakte voor de meesten van hen anders uit. De opengeklapte laptop stond letterlijk tussen de professional en de bewoner in en cre- ëerde daardoor dezelfde afstandelijke kantoorsfeer die ze door het huisbezoek juist probeerden te vermijden. ‘Ik ga nu niet meer met mijn laptop naar die gesprekken, maar gewoon met een schrijfblokje en een pen, dus dat ding staat niet meer tussen mij en de bewoner. Nu heb ik gewoon een menselijk gesprek, vaak anderhalf tot twee uur de eerste keer. Dan heb ik alle vragen die nodig zijn gesteld en daar een antwoord op gekregen, maar ik heb ook het echte contact. Toen ik die gesprekken nog met behulp van de laptop deed, was er geen echt contact. Ik wil juist dat contact, want zonder dat contact heb je niks.’ ( p52-pi groepsinterview) En een collega van haar:

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=