De verhuizing van de verzorgingsstaat

hoe huiselijk is de keukentafel? 57 ‘Ik zit ook liever gewoon bij die mensen op de bank om een gesprek met ze te voeren. Ik vind dat ik daar meer uit krijg dan als ik de laptop openklap, want dan staat er toch iets tussen je in.’ ( p52-pi groepsinterview) Attributen die in de industriële logica passen, verstoorden de informaliteit van de ‘huiselijke wereld’. Ze benadrukten te veel een vorm van formele professionaliteit, terwijl de sfeer nu juist zo informeel was en gericht op ‘menselijk contact’ – op contact waarbij twee mensen met elkaar in gesprek zijn, en niet zozeer, of misschien beter: niet zo zichtbaar, een hulpvrager en een hulpverlener. Vooral degenen die in het kader van ‘presentie’ of maatschappelijk werk vaker bij de bewoners komen, ontwikke- len soms een bijna vriendschappelijke manier van omgaan met el- kaar, zoals deze observatie laat zien: De sociaal werker en de bewoner zeggen tegen elkaar hoe mooi de kozijnen zijn opgeknapt. ‘Wat woon je hier toch lekker hè’, zegt de sociaal werker. De bewoner bevestigt dit. Ze praten nog even verder over suiker in de thee doen en of suikerziekte erfelijk is. Vervolgens over zout en hoge bloeddruk en dan nog over allergie voor katten, aanhankelijkheid van de kat en hoe je daarmee moet omgaan. ( p47-o ) De professional is hier inderdaad de professionele vriend, die bijna onderdeel wordt van de huiselijke wereld. Maar deze huiselijke logica stuit op grenzen omdat het keukentafelgesprek uiteindelijk een functioneel doel dient, variërend van een indicatie stellen tot zorg verlenen. De huiselijke logica botst met de industriële logica. Waarom de professional precies aan de keukentafel zit, maakt hierbij overigens wel uit. Bij eenmalige huisbezoeken waarbij het er alleen om gaat uitsluitsel te geven over wel of geen ‘maatwerk-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=