De verhuizing van de verzorgingsstaat

jan willem duyvendak, loes verplanke & yoren lausberg 60 Ik vraag ook of ze me hun huis willen laten zien. Sommigen geven dan een rondleiding en dan kom je ook in de keuken. “Oh, mooie koelkast.” Als het kan, trek ik hem even open om te kijken of er genoeg te eten is.’ ( p3-pi ) Een van haar collega’s vertelt dat ze laatst op huisbezoek bij iemand zag dat er veel medicijnen op tafel lagen die hij moest gebruiken. ‘Dat mis je als je iemand op kantoor laat komen.’ Maar ze vraagt nooit of ze het hele huis mag zien. ‘Nee zeg, dat vind ik zo onbe- hoorlijk om te doen.’ ( p4-pi ) Deze verschillen in opstelling tussen professionals zijn om meer- dere redenen interessant. Het zijn niet zomaar toevallige ver- schillen van opvatting tussen professionals – ze vloeien voort uit de mogelijkheden die de ‘huiselijke setting’ biedt, waarbij som- mige professionals zich gebonden voelen aan de huiselijke logica terwijl andere een industriële logica volgen, waarbij informatie- verwerving een grote rol speelt. De huiselijke setting biedt de mogelijkheid om extra kennis te verwerven over cliënten – en deze extra kennis, opgedaan in een aanpak passend binnen de industriële logica, biedt ook mogelijk- heden tot controle . Professionals die primair een functionele, in- dustriële benadering kiezen, hebben niet zoveel moeite met deze controlerende rol, in tegenstelling tot de sociaal werkers die eigen- lijk alleen een huiselijke logica passend vinden aan de keuken-ta- fel. Maar voor allen geldt dat ze verplicht zijn ommelding te doen bij huiselijk geweld, of bij de uitkeringsinstantie in het geval van zwart werk of het zich niet houden aan het leveren van een tegen- prestatie. Het informele contact in de huiselijke wereld is dus dubbel- zinnig, omdat de huiselijke logica nooit helemaal domineert en er altijd een spanning bestaat met de industriële logica. Dat blijkt ook uit de beleving van sommige zorgvragers. Zij krijgen het ge-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=