De verhuizing van de verzorgingsstaat

jan willem duyvendak, loes verplanke & yoren lausberg 68 genen voor wie de ‘huiselijke wereld’ helemaal niet zo’n prettige plaats is, geen plek die cliënten graag aan professionals zouden willen laten zien. Het losbreken uit de huiselijke sfeer biedt dan meer perspectief op ‘activering’: ‘Ik kan me voorstellen dat zo’n gesprek in een buurthuis wel stimulerend kan zijn omdat je dan misschien ook al gelijk ziet dat er andere mensen lopen, dat er reuring is, dat je koffie kan drinken, dat nou ja (…), dan kan ik me voorstellen dat dat een meerwaarde heeft. Ik denk thuis juist niet, ik denk dat als je mensen los probeert te weken van die vervelende thuissituatie dat je er juist geen goed aan doet om ze thuis te laten zitten want dan blijf je lekker op je bankje hangen, dan ga je weer weg. Dat heb je niet als je dat doet in een stimulerende omgeving, dan kan ik me voorstellen dat iemand wat sneller wordt opgepept, dat vind ik een goed idee, als het gaat om participatie hè?’ (p31-pi ) Meer dan een keukentafel De ‘keukentafel’ staat in de nieuwe aanpak voor veel meer dan louter een keukentafel. Het gaat om een benadering waarbij pro- fessionals achter de voordeur komen, en dus letterlijk aanschui- ven aan de keukentafel (Duyvendak 2017 ). Op het eerste gezicht past het bij-mensen-in-huis-komen in een ‘domestieke logica’ in de termen van Boltanski en Thévenot: professionals passen zich aan de informele sfeer die daar heerst aan en worden geconfron- teerd met alle vanzelfsprekendheden van het huiselijke bestaan. Deze informalisering betekent niet alleen dat de verhoudingen tussen hulpvrager en hulpverlener evenwichtiger worden; het onderscheid tussen beide rollen lijkt ook (enigszins) te verdwij- nen: de cliënt krijgt de regie en de hulpverlener wordt een profes- sional friend .

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=