De verhuizing van de verzorgingsstaat

femmianne bredewold en loes verplanke 74 Daarnaast hebben we voor de analyse in dit hoofdstuk 50 me- dewerkers van wijkteams geïnterviewd over hun ideeën en erva- ringen met het inzetten van sociale contacten. Met 30 bewoners hebben we tot slot gesproken over hun visie op en hun ervarin- gen met het vragen om hulp aan mensen uit hun netwerk. Voordat we verder gaan met de vraag welke rol sociale contac- ten spelen bij de ondersteuning van mensen met een zorgvraag, is het belangrijk meer te weten over hun hulpvragen. Ongeveer de helft van degenen die een keukentafelgesprek aanvragen, heeft een lichamelijke beperking, 10 van de 66 hebben psychiatrische problematiek en verder kampen mensen met psychosociale pro- blemen ( 8 van de 66 ), verstandelijke beperkingen ( 4 van de 66 ), dementie of geheugenproblemen ( 4 van de 66 ) en vroegen man- telzorgers om ondersteuning ( 5 van de 66 ). Hulpvragers hebben meestal een duidelijk idee over wat ze ter verlichting van hun problemen nodig hebben. Ze willen bij- voorbeeld graag een rolstoel, een traplift of een pas voor regiover- voer in verband met hun lichamelijke beperking ( 19 van de 66 ), of huishoudelijke ondersteuning ( 16 van de 66 ), dan wel individuele begeleiding ( 16 van de 66 ) of dagbesteding ( 9 van de 66 ). In som- mige gevallen zijn er problemen waarvoor hulpvragers niet met- een een bepaalde voorziening of oplossing hebben, dit wordt dan in het gesprek verder besproken. Appèl op sociale contacten Het overheidsbeleid zet een beroep op naasten centraal. Hoe denken sociale professionals hierover? De geïnterviewde sociaal werkers blijken overwegend positief. Zo zegt een van hen: ‘Ik denk dat het goed is om het netwerk actief aan te spreken. Dat hebben we de afgelopen jaren natuurlijk een beetje laten zit-

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=