De verhuizing van de verzorgingsstaat
ik blijf een kwetsbaar mens met een kwetsbaar netwerk 77 Een andere man heeft met name kritiek op het uitgangspunt in het beleid dat we krachtige burgers zouden zijn. Hij zegt dat hij kwetsbaar is en daarom professionele ondersteuning nodig heeft: ‘Ik heb al die stukken gelezen [beleidstukken van de gemeente Zwolle], maar het gaat allemaal uit van gelijkwaardig burgerschap. Ik vind dat allemaal prachtig, maar daarmee snappen ze gewoon niet wat een leven met beperking is. Dat ik, hoe graag zij ook wil- len dat ik krachtig ben, in bepaalde dingen gewoon geremd ben. En al haal ik een konijn uit een hoge hoed, daar verandert niets aan. Ik ben een kwetsbaar mens, met een kwetsbaar leven, met een kwetsbaar systeem en netwerk. Wat eigenlijk al heel erg beperkt is, dat wordt net draaiende gehouden door die mevrouw [wijst naar zijn hulpverlener] die langskomt. Dat moeten ze dan niet gaan wegbezuinigen.’ ( p11-ci ) Professionals zijn dus in principe positief over het een beroep doen op sociale contacten, cliënten betonen zich juist kritisch, en wat zien we in de praktijk? Daar blijkt dat het een moeizame zaak is om sociale contacten bij steun of hulp te betrekken. Uit onze observaties van keukentafel- en begeleidingsgesprekken en de interviews met cliënten en professionals wordt duidelijk dat er twee belangrijke redenen zijn die het bemoeilijken om een be- roep te doen op naasten. Ten eerste zijn de mogelijkheden van sociale contacten beperkt om nog meer bij te springen dan ze al doen. Ten tweede vinden zorgvragers het lang niet altijd passen bij de relaties die zij met hun naasten onderhouden om hulp te vragen. In de volgende twee paragrafen bespreken we deze twee factoren achtereenvolgens.
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=