De verhuizing van de verzorgingsstaat
femmianne bredewold en loes verplanke 78 Beperkte mogelijkheden bij sociale contacten Hoewel het overheidsbeleid ervan uitgaat dat er nog veel te win- nen valt aan informele hulp door de sociale contacten van men- sen aan te spreken, laten onze observaties en interviews een heel ander beeld zien. In vrijwel alle keukentafelgesprekken (in 2 van de 66 niet) kwamen sociale contacten ter sprake, maar vaak werd al na de eerste vraag duidelijk dat inzet van naasten geen voor de hand liggende optie was, en dus niet die rijke bron vormde waaruit gemeenten dachten te putten. Het netwerk was namelijk vaak al belast, was problematisch, had zelf problemen of het was er niet. (Over)belast netwerk Uit onze observaties komt naar voren dat naasten van mensen die ondersteuning nodig hebben vaak al veel doen. In driekwart van de keukentafelgesprekken ( 48 van de 66 ) bieden naasten al uiteenlopende informele hulp vóór er een verzoek om onder- steuning wordt gedaan bij de gemeente. Familie levert veruit het grootste deel van de zorg: ouders werden zeven keer genoemd, partners tien keer, kinderen zeventien keer en verdere familie als broers, zussen en neven en nichten acht keer. Buren werden drie- maal genoemd en vrienden ook. Het is in sommige gevallen zeer de vraag in hoeverre er nog meer van hen te verwachten is. Naas- ten die aanwezig waren bij het keukentafelgesprek waren in ieder geval terughoudend om nog meer te doen dan zij al deden. Zij gaan mee naar allerlei afspraken buitenshuis, doen de boodschap- pen, koken of brengen eten, maken schoon, helpen bij de finan- ciën en andere regelzaken en bieden emotionele ondersteuning. De volgende observatie laat een voorbeeld zien van zorgbehoeven- de ouders die vanzelfsprekend op hun kinderen kunnen rekenen. Sociaal werker: ‘Hebben jullie veel mensen om je heen op wie je zo nodig een beroep kan doen?’
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=