TSV 3 - najaar 2020
Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 35 K lam door de vochtige zomerwarmte, loop ik door het koele luchtgordijn de drogisterij binnen. Van de stapel pak ik een mandje en loop langs de kassa. ‘Meneer, u moet aan de andere kant de winkel in.’ Theatraal kom ik tot stilstand. De kassamedewerker wijst emotieloos naar de signaalrode pijlen op de tegelvloer achter mij. ‘Het pad begint daar bij de shampoos en zo.’ Ik ga terug naar start en begin gericht met winke- len. Gehurkt bij het mondwater blaast de airco verkoeling op mij neer. Als ik heb gevonden wat ik zocht, volg ik de pijlen naar betalen. Afgekoeld neem ik op gepaste afstand plaats achteraan in de rij. Er zijn twee wachtenden voor mij. Een man stapt door het koelgordijn naar binnen. Donkere vlekken bij zijn oksels. Hij moet diep buigen voor het laatste mandje, neemt dezelfde afslag als ik en komt op ons af. In zijn verhitte gezicht staan twee vurige, donkere ogen. De kassamedewerker houdt ook hem staande: ‘Meneer, u moet via de looproute de winkel in. Die begint daar, achter u, bij de shampoos en zo.’ Hij kijkt haar kort aan. ‘Daar’, ze wijst naar de pijlen op de vloer. Hij kijkt achterom en dan terug naar haar. ‘Ik doe niet mee aan die onzin. Ik maak zelf wel uit hoe ik dit kruitvat inloop!’ Het gezicht van de kassamedewerker lijkt plots verbrand, ze slaat haar blik neer en gaat door met piepen. Even lijkt de man te twijfelen, maar dan gaat hij toch als spookloper de winkel in. Hij heft beide armen en het mandje de lucht in. De volle omvang van de donkere vlekken in zijn T-shirt openbaren zich. Een penetrante zweetlucht verdringt de walm van goedkope parfums. Opgelucht zie ik mijn betaalbeurt dichterbij komen. Als het zover is, voel ik onrust bij de mensen achter mij. Zonder een boodschap komt de man terug. Met geheven mand wurmt hij zich opnieuw langs de wachtenden. Ik schuif mijn mandje onder het spatscherm door en probeer mijn aandacht te houden op de volgende kassa-handeling – piep – piep – piep. Bij de detectiepoorten blijft de man staan en verheft zijn stem: ‘Het lijkt hier wel een politiestaat! Wie denken ze wel niet dat ze zijn! In 1933 kwam er in Duitsland een mannetje aan de macht …’ Met opgetrokken wenkbrauwen en mondhoeken kijk ik naar de handelingen van de jonge vrouw achter het transparante kunststof. Al ze opkijkt, glimlacht ze terug, en geeft een knikje. De huid van haar gezicht is nog altijd rood, maar gaaf. Achter mij in de rij leunt een vrouw op een rollator en tuurt naar de condooms voor het spatscherm, een kale man achter haar staat te kijken naar het schap met haarborstels en kammen, en ander- halve meter daar- achter observeren twee pubermeisjes de afstandstickers op de vloer. ‘Dit is het grote complot tegen ons allemaal! De elite grijpt nu alle macht, let maar op! Al die regels zijn onzin, verzinsels van die lui om ons eronder te krijgen! Ik doe er niet aan mee en jullie, jullie zijn allemaal makke schapen!’ ‘Het is negentienvierentachtig, wilt u dat pinnen?’ ‘Ja, graag.’ Ik betaal contactloos. De man draait zich om en stapt door de kille lucht, de broeierige hitte in. Wij schapen kijken elkaar aan zonder iets te zeggen. Sander Griek Toegepast kunstenaar en ervaringsdeskundige bij Movisie Spookloper ‘Dit is het grote complot tegen ons allemaal!’ COLUMN Crisis met nieuwe scheidslijnen
RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=