TSV 3 - najaar 2020

grondposities meer innemen en zijn zij geheel afhankelijk van de uitwerking van de bestemmingsplannen door gemeenten. Echter, lang niet alle gemeenten nemen een substantieel deel sociale huurwoningen in hun plannen op. Mogelijke redenen hiervoor zijn het weren van lage inkomens en de daling van de grondopbrengsten. Tijdens de crisis nam, mede door het anticyclische bouwbeleid van de overheid, naar verhouding het aandeel door corporaties gebouwde woningen fors toe. Sinds 2014 (17.184) neemt echter zowel het aandeel als het aantal weer af, met een voorlopig dieptepunt van 13.954 woningen in 2018. De afname is in strijdmet het aantal door de corporaties geplande aantal nieuwbouwwoningen, dat jaarlijks tussen de 25.000 en 30.000 woningen uitkwamen waarvoor de corporaties ook de financiëlemiddelen ter beschikking hadden. Er kan dus niet gezegd worden dat de door de overheid ingestelde belastingmaatregelen, zoals de verhuurderheffing, de productie van sociale huurwoningen de afgelopen jaren sterk negatief hebben beïnvloed. De financiële weerbaarheid namdoor de lage realisatiegraad (0,59 procent) zelfs toe. 5 Leniging woningnood nog ver weg Uit de praktijk van de afgelopen jarenmag niet geconcludeerd worden dat er voor de komende jaren helemaal geen financiële problemen dreigen voor corporaties. Allereerst zijn de toekomstige inkomsten door het sinds 2019 ingezette inflatievolgende huur- beleid sterk ingeperkt. Ook zijn de opgaven voor zowel de nieuw- bouw als de verduurzaming groot. En daar komen de gevolgen van de coronacrisis nog eens bovenop. 6 Een van de belangrijkste gevolgen van de coronacrisis is dat het aantal verleende vergunningen voor woningbouw evenals vorig jaar onder de 60.000 uitkomt, terwijl het streven van de regering erop was gericht om75.000 woningen per jaar te bouwen. In overlegmet het Rijk willen corporaties hun woningproductie in de periode 2020-2035 ophogen tot gemiddeld 25.000 wonin- gen per jaar. In het Klimaatakkoord is bovendien afgesproken dat de corporaties als startmotor van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraadmoeten fungeren. Hiervoor zijn veel onrendabele investeringen nodig. Het in augustus 2020 onder auspiciën van drieministeries en de koepel van woningcorporaties Aedes uitgebrachte onderzoek 38 Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 S ociale wetenschappers hebben sinds het eind van de negentiende eeuw een oneindig grote hoeveelheid academische literatuur geproduceerd over uitbuiting, uitsluiting, marginali- satie en onderdrukking van de armen. Daarnaast stellen zij zich niet alleen de vraag hoe het komt dat sommige mensen arm zijn, maar ook waarom sommige mensen zo onwaarschijnlijk rijk zijn. De polarisatie tussen arm en rijk en het groeiende gat tussen die twee uitersten is nu ook een sterk punt van aandacht. Niet alleen sociale wetenschappers, ook politici – er staan verkiezingen voor de deur – en de media benadrukken momenteel dat met de uitbraak van het coronavirus de oude scheidslijnen tussen arm en rijk, tussen kwetsbaar en weerbaar, nog dieper en minder overbrugbaar zullen worden. Over de middenklasse is tot nu toe nog niet vaak in problematische termen geschreven; middenklassers zijn van oudsher hardwerkende ondernemers of werknemers die hun eigen broek ophouden, zonder structureel een beroep te doen op de overheid en zonder anderen structureel te exploi- teren voor eigen gewin. Zolang de middenklasse verzekerd kan zijn van haar natje en haar droogje, zo verze- kerde politiek filosoof en socioloog Alexis de Tocqueville ons al in 1856, zal er maatschappelijke rust en orde zijn. Met een grote, stabiele midden- klasse hoeft niemand de barricades op, hoeven regeringen niet omverge- worpen en elites niet ondermijnd te worden en hoeft niemand te vrezen voor zijn bestaan noch jaloers op elkaar te zijn. En zo lijkt het de afge- lopen decennia ook geweest te zijn. De middenklasse had geen opvallende problemen of voorrechten en was daardoor ook voor sociale wetenschap- pers, politici en de media niet direct een aandachtspunt. Inmiddels staan we, door de wereld- wijde uitbraak van Covid-19, aan de vooravond van een economische crisis die haar weerga niet kent. Ook in Nederland is het aantal werklozen in korte tijd schrikbarend gestegen en is onze vrij stabiele arbeidsmarkt onge-kend veranderd: met name de middenstand wordt opvallend hard getroffen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelde in augustus 2020 al vast dat sinds de corona-uitbraak de horeca, de culturele sector, de recre- atie en dienstverlenende beroepen de grootste klappen hebben gekregen. De gevolgen die dat heeft voor de persoonlijke levens van al die werkloze ondernemers, werknemers, flexwer- kers en kleine zelfstandigen zullen zich de komende tijd gaan aftekenen. Maar ook de mensen die normaal gebruik- maken van hun diensten, die bij hen tegen betaling naar contact zochten, fysieke nabijheid, plezier, verzorging, aandacht of seks, zijn getroffen. Juist die beroepen waarin het menselijke contact centraal staat, verdwijnen COLUMN Fenneke Wekker Hoofd academische zaken bij het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS-KNAW) en promovenda in de politieke sociologie Corona creëert nieuwe scheur in samenleving ANALYSE

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=