TSV 3 - najaar 2020

Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken NAJAAR 2020 nummer 3 7 Hij kent cliënten die vier, vijf dagen dagbesteding hebben, ‘die dan weer hier verwacht worden en dan weer daar omdat dat moet van bijvoorbeeld het fact- team’ en diemet het sluiten van voorzieningen hun eigen tijd en ruimte kregen, die ‘voor zichzelf bleken te zorgen’. Brouwer zag dat voor cliënten ‘de stress van professionals’ er ineens niet meer was. Dat vervolgens een aantal van de cliënten ‘veer- krachtig’ bleek te zijn, verbaast Jaap van der Stel niet. ‘Veel van dezemensen hebben vaardigheden om juist in een crisis enigszins overeind te blijven. Die kunnen geleerd hebben van eerdere ervaringen. Als mensen al strategieën hadden omhet in hun eentje te redden, dan had je tijdens de lockdown een voor- deel.’ Van der Stel denkt dat met de lockdown bleek dat hulpverleners te vaak instrument zijn van de strategie van hun cliënten. ‘Cliëntenmaken er slim gebruik van. Als er ergens in hun leven iets misgaat, weten ze dat er hulpverlening in de buurt is. Maar nu ineens niet meer. En dan doen ze het dus zelf.’ Onverwachte veerkracht Een samenleving die ineens inclusief werd, profes- sionals wier afwezigheid positief doorwerkte; het lijken de belangrijkste redenen waaromde lock- down een positieve uitwerking had op een deel van demensen die vanuit de geestelijke gezondheids- zorg en het sociaal domein ondersteuning krijgen. Zeker niet op iedereen, zo benadrukken alle geïn- terviewden. Veel cliënten hebben geleden onder het sluiten van voorzieningen en het verdwijnen van het gebruikelijke contact met professionals. De onver- wachte veerkracht van een groep psychisch-sociaal kwetsbaremensen biedt echter lesmateriaal voor het sociaal domein in het algemeen en voor profes- sionals in het bijzonder. Lilian Linders benadrukt het belang van werkelijk inclusieve ondersteuning door professionals. De lockdown liet zien dat mensen op het moment dat ze voelen dat ze er echt bij horen, positiever en actiever inhet levenstaan. ‘Hulpverlenershebbenna tedenken over hoe ze dat vertalen in de relatie. Voor je het weet, zeg je “Meneer, u zit al zolang binnen”, dat is echt anders dan “Ik zou het fijn vindenmet je te wande- len.”Mensen willen van betekenis zijn, maar in een tempo dat bij iemand past en bij wat iemand kan.’ Professionals frustreren cliënten, realiseerde spv’er Harold Brouwer zich tijdens de lockdown. ‘Je hebt mensenmet hele bijzondere levensvormen. Een huis vol kabouters, of een huis met niks en de gordijnen dicht. Mensen die niet meedoenmet wat wij maat- schappelijk normaal vinden. Die geen laminaat op de vloer hebben. Die zeggen we eigenlijk voortdu- rend dat ze tekortschieten.’ Jaap van der Stel spreekt van ‘gebrekkige professio- nele zelfregulatie’ die volgens hemopnieuw zicht- baar is geworden. ‘Kun je afstand nemen van jezelf? Kun jij kijken naar je bijdrage als hulpverlener in de situatie waar je werkt? Wat doe jij daar en wat doen degenenmet wie je werkt met jou?’ De zwakke collega Diezelfde Van der Stel stelt met de lessen van de corona-lockdown ook het vigerende discours in het sociaal domein ter discussie. ‘In de hulpverlening kijken we individueel. Naar de persoon. We zijn niet bezigmet de context waarin die persoon leeft. Het positieve effect van de lockdown op een deel van onze doelgroep laat zien dat we juist door het beïn- vloeden van die context veel winst kunnen behalen.’ Bestaanszekerheid, kwaliteit van wonen, beschik- baarheid vanmiddelen, het informele netwerk. Het zijn volgens Van der Stel allemaal essentiële facto- ren. In het sociaal domein en de geestelijke gezond- heidzorg was dat besef al terrein aan het winnen. De lockdown blijkt een extra bewijs. Floortje Scheepers maakt de vergelijkingmet longartsen die ten strijde trekken tegen het roken. ‘De geestelijke gezondheidszorgmoet ookmet maatschappelijke oorzaken van individuele proble- matiek aan de slag. Daarin samen optrekkenmet het sociaal domein. Mensen zijn complexe wezens die op allerlei manierenmet hun context verbonden zijn. Het zijn geen individuele objecten. Die context is zo ontzettend relevant. Dat heeft ook de lockdown laten zien. Daar moeten we iets mee.’ Dat ‘moeten’ zou van wijk-GGD’er Sarah Voss mogen beginnenmet het besef dat het ideaal van de participatiesamenleving niet voor iedereen haal- baar is. ‘Die samenleving vraagt te veel. De impact van corona is nu een positief bewijs, maar de groei van het aantal mensenmet verward gedrag was al een negatief voorbeeld.’ Hoogleraar Scheepers zegt het Voss in haar woorden na. ‘Echte inclusie is niet dat je probeert mensen te empoweren ommee te kunnen rennen, maar dat we als samenleving werkelijk accepteren dat mensen het op een andere manier ook redden in het leven. Nu ondersteunen wemensen ommee te doen, maar meedoen waar- aan? Is er iets waar iedereen aanmeemoet doen?’ Dat iets creëren we zelf, vindt Scheepers. ‘Inclusie gaat juist over het accepteren van ieders tempo, en niet gezien worden als een zwakke collega of een lastig familielid als je een ander tempo hebt. Ik denk dat de corona-lockdown het grote belang van werkelijke gelijkwaardigheid heeft laten zien.’ Piet-Hein Peeters is freelance journalist. ‘Wij professionals hebbenmensen uitgeschakelddoor heel zorgzaamte zijn’

RkJQdWJsaXNoZXIy OTE0NDk=