Onderzoek naar de sociale netwerken van oudere migranten is sterk gericht op etniciteit. Basak Bilecen en Tineke Fokkema willen meer aandacht voor andere sociale dimensies zoals gender, leeftijd, migratiestatus en levensbeschouwing. Dit ten gunste van inclusief beleid.
Als we het over oudere migranten hebben dan spreken we over een veelzijdige demografische groep, met grote onderlinge verschillen in achtergrond, migratiegeschiedenis, persoonlijke ervaringen en sociaaleconomische status.
De grote verscheidenheid onder oudere migranten zie je terug in hun sociale netwerken
We hebben het onder meer over:
- Gastarbeiders en hun gezinnen die op jongvolwassen leeftijd migreerden en in het gastland oud zijn geworden. Denk met name aan Marokkaanse en Turkse migranten in Noord-Europa.
- Mensen die naar voormalige koloniale mogendheden verhuisden voor een beter leven, zoals Noord-Afrikanen in Frankrijk of Surinamers in Nederland.
- Politieke vluchtelingen van toen en nu.
- Noord Europese migranten die op latere leeftijd zijn gemigreerd op zoek naar een betere levenskwaliteit, lifestyle-migranten.
- Oost-Europeanen van middelbare leeftijd die naar West-Europa trokken om werk te vinden.
- West-Europese senioren met gezondheidsproblemen die verhuizen naar landen met hoogwaardige en betaalbare gezondheidszorg.
- Ouderen die hun migrerende kinderen volgen om gezinssteun te bieden of te ontvangen, nulgeneratie migranten.
- Voormalige arbeidsmigranten die op latere leeftijd terugkeren naar het land van herkomst.
- Europeanen die na de Tweede Wereldoorlog een nieuw leven opbouwden in overzeese gebieden, zoals Nederlanders in Australië en Duitsers in Canada.
De grote verscheidenheid onder oudere migranten zie je terug in hun sociale netwerken. Niet verwonderlijk want die netwerken – familie, vrienden, buren en verenigingen, vaak verspreid over verschillende locaties – vormen een afspiegeling van de uiteenlopende samenstellingen, behoeften, omstandigheden en levensgeschiedenissen van de grote diversiteit van en binnen de groep.
Wegvallen en opbouwen
Volgens de Social Convoy Theory van Kahn en Antonucci worden we als mens omringd door een konvooi van sociale relaties dat ons steun, gezelschap en een gevoel van ergens bij horen biedt.
Bij verhuizing naar het buitenland kan het sociale konvooi versnipperd raken
Dit sociaal konvooi bestaat doorgaans uit familieleden, vrienden en andere belangrijke naasten. De kern ervan is meestal stabiel en vormt een betrouwbaar steunsysteem.
Bij verhuizing naar het buitenland kan het sociale konvooi versnipperd raken. Dit effect – het verbroken konvooi-effect – treft vooral migranten uit culturen die veel waarde hechten aan op familiegerichte netwerken, en die zonder hun gezin migreren. Daar komt nog bij dat het opbouwen van nieuwe relaties na migratie tijd kost, vanwege taalbarrières, culturele verschillen, discriminatie en sociale uitsluiting. Migranten wenden zich mede daarom geregeld tot familieleden en vrienden die zich al eerder in het nieuwe land hebben gevestigd of die tegelijkertijd zijn gemigreerd.
Migratie leidt dus tot kleinere sociale netwerken en tegelijkertijd tot een verschuiving van relaties op basis van keuze naar relaties op basis van noodzaak.
Omvang netwerken
De leeftijd waarop iemand migreert en zijn motief daarvoor zijn bepalend voor de omvang en de samenstelling van zijn sociale netwerk. Degenen die op latere leeftijd migreren, hebben doorgaans beperktere, op het gezin gerichte netwerken.
Ook gebrek aan geld en een minimale beheersing van de taal van het gastland vormen barrières
Dit geldt met name voor de nulgeneratie, die door zorgtaken of de hulpbehoefte van familieleden aan huis gebonden is, en daardoor weinig mogelijkheden heeft voor sociale interactie met niet-familieleden. Ook gebrek aan geld en een minimale beheersing van de taal van het gastland vormen barrières.
Oudere migranten in gebieden met een grote populatie van dezelfde etnische achtergrond – zoals voormalige gastarbeiders in grote steden en internationale migranten die na hun pensionering verhuizen naar populaire bestemmingen – hebben meer kansen om nieuwe, uitgebreidere netwerken op te bouwen. Oudere migranten in regio’s met minder culturele of taalkundige aanknopingspunten kunnen te maken krijgen met beperkte sociale interactie, wat resulteert in kleinere en meer op het gezin gerichte netwerken.
Waarschijnlijk is dat oudere vluchtelingen beschikken over een kleiner transnationaal netwerk dan alle andere oudere migranten. Verlies van familieleden en vrienden als gevolg van geweld en conflict, evenals beperktere mogelijkheden voor communicatie en bezoek, liggen hieraan ten grondslag.
Minder sociaal contact leidt vaak tot eenzaamheid en sociaal isolement
Sowieso hebben migranten vaak moeite om hun transnationale sociale netwerken te behouden naarmate zij ouder worden. Bezoeken aan het land van herkomst worden minder vaak afgelegd vanwege fysieke beperkingen en gezondheidsproblemen. Minder vaak bij elkaar kunnen zijn, kan het onderhouden van deze banden moeilijker maken. Bellen en videobellen kunnen helpen om betrokken te blijven bij elkaars leven, al vervangen ze niet alles wat samen zijn mogelijk maakt.
Onderlinge spanningen
Het verminderde vermogen van de oudere migrant om transnationale relaties te onderhouden, heeft grote gevolgen voor zijn welzijn. Als contacten wegvallen, kunnen mensen meer alleen komen te staan. Maar weinig contacten hebben is niet hetzelfde als je eenzaam voelen: het gaat ook om hoe vertrouwd en gesteund iemand zich in die relaties voelt. In het land van aankomst zijn de netwerken van oudere migranten vaak homogeen en bestaan ze voornamelijk uit familieleden en mensen met dezelfde etnische achtergrond. Over het algemeen bemoeilijken taalbarrières het contact met de lokale gemeenschap in het gastland. De mogelijkheden om bruggen te slaan naar mensen buiten de eigen etnische groep blijven daardoor beperkt. Dit geldt in nog sterkere mate voor migranten die op latere leeftijd zijn gemigreerd.
Hoewel netwerken van familie en mensen met dezelfde etnische achtergrond in het gastland zorgen voor emotionele steun, vertrouwen en een gevoel van ergens bij horen, kunnen ze ook spanningen en afhankelijkheidsrelaties met zich meebrengen die het welzijn beïnvloeden. Die banden kunnen onder druk komen te staan wanneer verwachtingen tussen generaties botsen of wanneer de zorglast te groot wordt.
Al deze ervaringen wijzen op de emotionele kosten van sociale netwerken die sterk gericht zijn op de eigen groep
Oudere migranten kunnen andere verwachtingen hebben van zorg en gezelschap dan hun kinderen. Wanneer niet aan deze verwachtingen wordt voldaan, kan dit leiden tot teleurstelling en minder tevredenheid over de familierelaties. Ook vertrouwde relaties kunnen dus spanningen met zich meebrengen, vooral wanneer veel steun op slechts enkele schouders rust. Denk aan een dochter die gezelschap biedt, meegaat naar de huisarts en helpt met dagelijkse taken. Dat kan voor beiden veel worden als er weinig andere hulp beschikbaar is.
Voor oudere migranten kunnen nieuwe contacten, binnen én buiten de eigen gemeenschap, extra gezelschap en steun bieden. Ook kunnen ze helpen om de weg te vinden naar zorg en andere voorzieningen. Maar nieuwe contacten opbouwen is niet altijd eenvoudig, bijvoorbeeld door geldgebrek, taalbarrières of discriminatie.
Anders onderzoeken
Het vermogen van oudere migranten om hun bestaande sociale netwerken te onderhouden en aan te passen staat onder druk door hun migratie-ervaring en door hun met de jaren toenemende fysieke kwetsbaarheid. Wat ook meetelt, zijn structurele barrières zoals taalproblemen, discriminatie en beperkte toegang tot voorzieningen.
De literatuur over de sociale netwerken van oudere migranten laat zien hoe belangrijk het is om inzicht te hebben in de omvang en structuur van de netwerken van oudere migranten. Ze duidt er tevens op dat ook de kwaliteit, de diversiteit en het vermogen van sociale netwerken om in veranderende behoeften te voorzien, ertoe doen. Hier valt nog veel winst te behalen.
Immers, onderzoek tot nu is voornamelijk gericht op etniciteit, waardoor andere belangrijke dimensies van sociale overeenkomst of verschil – zoals gender, leeftijd, migratiestatus, levensbeschouwing of gedeelde zorgtaken – vaak over het hoofd worden gezien. Dit terwijl onderzoek naar de wijze waarop deze aanvullende identiteitsaspecten sociale netwerken vormgeven, dieper inzicht zou kunnen bieden in hoe oudere migranten ondersteunende relaties opbouwen, zowel binnen als buiten hun etnische gemeenschappen.
Een holistische en dynamische benadering van sociaalnetwerkonderzoek is cruciaal voor inclusief beleid
Daar komt nog bij dat de huidige studies meestal cross-sectioneel zijn. Daardoor kunnen we niet waarnemen hoe netwerken in de loop der tijd veranderen, met name als reactie op grote levensgebeurtenissen zoals weduwschap, achteruitgang van de gezondheid of veranderende familiedynamiek. Met longitudinale onderzoeken kan een beter en genuanceerder beeld verkregen worden van trajecten van sociale steun en de langetermijneffecten daarvan op welzijn, integratie en veerkracht van migranten op latere leeftijd. Ook kunnen ze inzicht bieden in hoe oudere migranten hun ondersteuningssystemen aanpassen aan afnemende transnationale banden of veranderende verwachtingen tussen generaties.
Inclusief
Tenslotte moet toekomstig onderzoek meer aandacht besteden aan de eigen regie van oudere migranten bij het vormgeven van hun netwerken. Gebruiken ze digitale hulpmiddelen daarbij en hoe? Nemen ze deel aan maatschappelijke organisaties en welke strategieën ontwikkelen ze voor het omgaan met ambivalente relaties?
Een holistische en dynamische benadering van sociaalnetwerkonderzoek, een die verder gaat dan statische categorieën en de geleefde ervaringen van oudere migranten meeneemt, is cruciaal voor inclusief beleid. En voor praktijken die het welzijn van de migrant ook op latere leeftijd kunnen bevorderen.
Voor professionals betekent dit dat zij moeten vragen welke mensen belangrijk zijn in iemands leven, welke steun zij bieden en wat iemand nog mist. Ook moeten professionals besprekenwelke hulp en welk gezelschap iemand verwacht van familie en vrienden, en of die verwachtingen met hen zijn besproken. Familie in de buurt hebben betekent immers niet automatisch dat er voldoende hulp of gezelschap is.
Basak Bilecen is socioloog en werkt aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tineke Fokkema is senior onderzoeker aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Dit artikel is een ingekorte en bewerkte versie van het door Bilecen en Fokkema geschreven hoofdstuk 16 uit het Handbook on International Migration and Social Networks, een uitgave van Elgar Online.
Foto: Fatih Özer via Pexels
