Verkiezing na verkiezing blijkt dat brede lagen van de bevolking serieuze zorgen hebben over immigratie. Maar volgens migratiewetenschapper Peter Scholten is dat allemaal een misverstand. In zijn nieuwe boek De migratie-obsessie betoogt hij dat de samenleving lijdt aan een collectieve fixatie, en Scholten ziet het als zijn missie ons daarvan te genezen.
De Rotterdamse hoogleraar Peter Scholten diagnosticeert een reeks maatschappelijke pathologieën: ‘compulsieve aandacht’, ‘morele paniek’, ‘tunnelvisie’ en ‘echokamers’. Feiten spreken de angsten volgens hem tegen, en het debat zou vervuld zijn van ‘desinformatie’ die ons ‘immuun’ maakt voor cijfers en realiteit.
Migratie-obsessies zijn, zo stelt hij, projecties van andere zorgen, over globalisering, woningnood of identiteit. Zoals vogels die ‘soms hun angst en frustratie uiten door lukraak in het gras te “pikken”, alsof ze boos zijn op het gras’. Politieke en mediadynamieken versterken die irrationele angsten. De vraag is dus niet hoe migratie werkt, maar hoe onze obsessie ermee werkt.
Wie beweert dat de samenleving iets volkomen verkeerd ziet, draagt de plicht tot bewijslast
Dat samenlevingen collectieve illusies kunnen ontwikkelen, is op zichzelf mogelijk. Ik promoveerde zelf op heksenvervolgingen, waar irrationele angsten tot gruwelijke daden leidden. Maar wie beweert dat de samenleving iets volkomen verkeerd ziet, draagt de plicht tot bewijslast. En daar schiet Scholten tekort. Serieuze pijnpunten rond migratie worden gereduceerd tot perceptie, zonder dat hij mogelijke tegenargumenten serieus onderzoekt, laat staan weerlegt.
Ook in andere landen domineert migratie het debat
Zo stelt Scholten dat de publieke aandacht voor migratie en asiel niet objectief te verklaren is: andere Europese landen, zoals België en Duitsland, zouden in 2023 immers relatief meer migranten ontvangen. Het aandeel asielmigranten, inclusief Oekraïners, zou in de totale immigratie van dat jaar slechts 18 procent zijn. In criminaliteitscijfers zijn asielzoekers bovendien ondervertegenwoordigd, en ‘incidenten’ rond opvangcentra wekken slechts het ‘beeld’ van een falend beleid.
Maar dit is misleidend. Nederland bereikte de afgelopen jaren recordniveaus van naoorlogse migratie – opmerkelijk genoeg laat Scholtens eigen statistiek dat ook zien – inclusief ongekend hoge aantallen vluchtelingen. Tot eind jaren tachtig kwamen er nauwelijks asielzoekers. De toestroom in de jaren negentig was historisch ongeëvenaard, en dat record is inmiddels ruimschoots overtroffen.
Ook in andere landen domineert migratie het debat
Het percentage van 18 procent zegt bovendien weinig over structurele impact, omdat asielmigranten gemiddeld veel langer blijven dan arbeids- of studiemigranten. De vergelijking met andere landen op basis van één jaar maakt het beeld niet overtuigender. Ook daar domineert migratie trouwens het politieke debat.
De gevaren van asielmigratie berusten niet louter op ‘beeld’
Scholtens stelling dat asielzoekers minder crimineel zijn dan gemiddeld, berust op verouderde cijfers (tot 2012) over asielmigranten (niet precies hetzelfde) en op statistische correcties naar demografische en sociaaleconomische kenmerken. Zulke correcties zijn wetenschappelijk relevant, maar verhullen de maatschappelijke impact. In de praktijk vindt het werkelijke aantal migratie- of asielgerelateerde misdrijven plaats, niet het gecorrigeerde.
Europa organiseert asielmigratie via de brute en chaotische mensensmokkel, wat leidt tot oververtegenwoordiging van fitte jonge mannen
In tegenstelling tot Canada en Australië organiseert Europa asielmigratie bovendien via de brute en chaotische mensensmokkel, wat leidt tot een oververtegenwoordiging van fitte jonge mannen – een demografische groep die nu eenmaal meer risico’s op criminaliteit kent. De gevaren van asielmigratie worden geregeld overdreven, maar berusten niet louter op een ‘beeld’.
Antisemitisme onder moslimmigranten is aanzienlijk sterker
Ook als het gaat om islam en integratie stelt Scholten dat we vooral lijden aan een fixatie. De moord op Theo van Gogh zou volgens hem slechts ‘gezien’ worden als een botsing tussen islam en Nederlandse waarden, en de Maccabi-rellen in Amsterdam werden louter ‘geframed’ in dat licht. Maar uit onder meer rechtbankverslagen blijkt dat de gewelddadigheden in Amsterdam deels expliciet Joden als doelwit hadden.
Diverse onderzoeken laten bovendien zien dat antisemitisme onder moslimmigranten in Europa aanzienlijk sterker is dan onder andere groepen, en al decennialang is er sprake is van een patroon van antisemitisch geweld. De moord op Van Gogh past ook in een breder internationaal patroon van islamistisch gemotiveerd geweld tegen lasteraars van de profeet.
Een ander probleem is de voorstelling van migratie als onvermijdelijk verschijnsel
Immigratie is wel degelijk te sturen
Een ander probleem is Scholtens voorstelling van migratie als onvermijdelijk verschijnsel. Migratie is volgens hem een ‘sociaal feit’, en nationale beleidsruimte zou nu eenmaal sterk beperkt zijn door internationale verdragen en Europese politiek. Daar valt veel op af te dingen. De omvang en samenstelling van immigratie zijn wel degelijk te sturen, bijvoorbeeld via striktere toelating van arbeids- of studiemigranten, of door verdragen anders toe te passen.
Scholten beweert dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950 ‘diverse bepalingen voor asielmigratie’ bevat, maar dat is onjuist: het verdrag rept er met geen woord over. Pas via veel recentere jurisprudentie zijn rechters het op asielzaken gaan toepassen, en via protocollen op het verdrag kan de politiek dat weer bijsturen.
Scholtens historische relativisme overtuigt niet
Ook zijn historische relativisme overtuigt niet. Scholten beweert dat de huidige migratie ‘historisch niet uniek’ is, en dat er vóór de natiestaat nauwelijks migratiecontrole bestond, behalve stadsmuren. In werkelijkheid lag immigratie naar Nederland tussen de late achttiende eeuw en de jaren zestig op onvergelijkbaar lagere niveaus dan nu.
In de 17e en 18e eeuw was migratie wel omvangrijk, maar gereguleerd op manieren die nu ondenkbaar zijn
In de 17e en 18e eeuw was migratie wel omvangrijk, maar gereguleerd op manieren die nu ondenkbaar zijn: Joden mochten zich slechts op enkele plaatsen vestigen, en ook lutherse immigranten uit Duitsland en Scandinavië en andere minderheden werden in hun geloofsuitoefening scherp beperkt. Wie deze context negeert, trekt valse parallellen.
Auteurs die Scholten afserveert
Nog problematischer is Scholtens weigering om zich inhoudelijk met tegenargumenten te verhouden. Onderzoekers die niet in zijn narratief passen worden weggezet. Zo noemt hij Jan van de Beek iemand die ‘shopt’ met een ‘heel eigen selectie en interpretatie van feiten’ en criminaliteitscijfers niet corrigeert voor demografie of sociaaleconomische positie.
Zijn bron daarvoor is echter een inmiddels deels gerectificeerd Volkskrant-opiniestuk van Leo Lucassen en Hein de Haas, dat vol fouten stond. De Haas wiste het stuk zelfs weer van zijn LinkedIn pagina. Van de Beek past wel degelijk enige correcties toe en reflecteert op het gebruik ervan. Zijn zorgwekkend ogende cijfers over onder meer criminaliteit en asiel verdienen best kritische toetsing, maar dan wel op eerlijke en inhoudelijke gronden.
Koopmans’ gedegen Het vervallen huis van de islam wordt genegeerd
Hetzelfde geldt voor auteurs als Ruud Koopmans en Paul Scheffer, die Scholten neerzet als versterkers van de migratie-obsessie. Waar migratiehistorisch en sociologisch onderzoek doorgaans kijkt naar wat is – Scholten spreekt er lovend over – zou Koopmans zich meer richten op wat zou moeten zijn; van ‘ist’ naar ‘soll’. Dat leest als een diskwalificatie, die Scholten onderbouwt met een verwijzing naar De asielloterij (in zijn literatuurlijst overigens foutief vermeld als Het asieldrama). In dat boek doet Koopmans concrete voorstellen om de dodelijke asielmigratie via mensensmokkel te vervangen door een humaner systeem. Onduidelijk blijft wat hier mis mee is – het vraagstuk lijkt Scholten zelf in elk geval niet te interesseren. De vele uiterst empirische publicaties van Koopmans, zoals het zeer relevante Het vervallen huis van de islam, worden verder genegeerd.
Hein de Haas daarentegen wordt door Scholten gevierd als de onderzoeker die ‘geen eigen perspectief’ hanteert, maar laat zien hoe migratie écht werkt. Scholten acht het kwalijk dat diens boek op basis van selectief shoppen wordt ‘bekritiseerd en ondermijnd’. Ook hier blijft Scholten echter steken in vage verdachtmakingen. Van een poging tot inhoudelijke weerlegging van die kritiek, zoals onder meer door mijzelf geformuleerd, is geen sprake.
Het boek mist zelfreflectie op de eigen ideologische positie
Het ironische is dat Scholtens typering van de ander veel wegheeft van een zelfbeschrijving: selectief winkelen, generaliseren en alternatieve perspectieven negeren. Zijn boek is doordrenkt van aannames over de irrationaliteit van het publiek, maar mist zelfreflectie op de eigen ideologische positie.
Wie problemen niet wil zien, kan ze ook niet oplossen
Natuurlijk heeft Scholten gelijk dat immigranten het object zijn van onaangename hetzes en generalisaties. Het valt ook te hopen dat migratie als onderwerp meer naar de achtergrond kan verdwijnen. Maar zijn methode – problemen wegrelativeren – draagt daar niet aan bij. Integendeel: structurele realiteitsontkenning verhindert effectief beleid. Wie problemen niet wil zien, kan ze ook niet oplossen.
Aan het slot van zijn boek schrijft Scholten dat hij geen nieuwe boeken over migratie meer wil publiceren, om zo de ‘obsessie’ niet verder te voeden. Hopelijk schept dat ruimte voor academische stemmen die wel bereid zijn het migratiethema recht in de ogen te kijken.
Steije Hofhuis werkt als postdoctoraal onderzoeker aan het Wissenschaftszentrum Berlin bij de afdeling Migration und Diversität. Hij bestudeert het gebruik van migratiegeschiedenis in hedendaagse debatten over immigratie en integratie.

Er zitten op zich veel terechte kritiekpunten in deze boekbespreking. Het is vanuit de wetenschap lastig om objectief vast te stellen wanneer er werkelijk sprake is van een maatschappelijke obsessie —dat blijft ook een kwetsbaar punt in theorieën over moral panic waar Scholten naar verwijst
En ter verdediging van Peter Scholten: het is ook een populair wetenschappelijk boek dat bedoeld is om debat te stimuleren, niet een strikt wetenschappelijke studie.
De uitdaging is om zorgen van burgers te adresseren – met en zonder migratieachtergrond – binnen grenzen van humaniteit en democratie die hopelijk fundamenteel blijven in Nederland en breder in Europa. Die grenzen kunnen ook niet eenvoudig fundamenteel worden verlegd vanwege hun institutionele verankering in het nationale, Europese en internationale recht. Het tegendeel suggereren is ook realiteitsontkenning.
Dit is Cruijff in optima forma (Cruijff wist waar hij het over had, ik bedoel het zeker positief): “structurele realiteitsontkenning verhindert effectief beleid. Wie problemen niet wil zien, kan ze ook niet oplossen.”