Migratie- en integratie­deskundigen in gesprek

Nederland moet anticiperen op teruglopende arbeidsmigratie vanuit EU

Over dit platform

Categorie: Arbeidsmigratie

In het Nederlandse debat over arbeidsmigratie lijkt een onbeperkt aanbod van arbeidsmigranten het uitgangspunt te zijn. Dit uitgangspunt is onjuist. Migratie vanuit Midden- en Oost-Europa zal teruglopen. De vraag die te weinig gesteld wordt is: hoe trekken we voldoende arbeidsmigranten aan?

Door Gijsbert Werner, Roel Jennissen, Laura Vonk

Gepubliceerd op: 17 december 2025

 

Arbeidsmigratie zoals we die nu kennen komt ten einde

De recente geschiedenis kent twee periodes met relatief veel arbeidsmigratie naar Nederland. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was er veel vraag naar arbeidskrachten. Om aan deze vraag te voldoen, werd onder meer een beroep gedaan op werknemers afkomstig uit landen rondom de Middellandse Zee.

Een tweede belangrijke periode brak aan met de uitbreiding van de EU in 2004 met acht Oost-Europese landen. Werkvisa of verblijfsvergunningen voor mensen uit deze landen waren niet meer nodig om in Nederland te gaan werken, het gemiddelde salaris in Nederland was hoger en de werkloosheid lager. Dat resulteerde is een sterke toename van het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa (figuur 1).

Figuur 1 Arbeidsimmigratie (exclusief kennismigrantenregeling) naar nationaliteit

Bron: CBS

Demografische factoren bepalen in belangrijke mate de omvang van migratie. Naast uiteraard de bevolkingsomvang, is de leeftijdsspecifieke samenstelling van de bevolking in het herkomstland van belang; mensen tussen de 25 en 50 jaar zijn het meest geneigd om te emigreren voor werk. Vergrijzing in herkomstlanden daarentegen zorgt voor arbeidsmarktkrapte, waardoor de lonen stijgen en de neiging om te emigreren afneemt.

Precies deze ontwikkelingen doen zich voor in de voor Nederland belangrijkste herkomstlanden van arbeidsmigranten in het midden en oosten van Europa. Deze landen hebben een steeds kleinere beroepsbevolking (figuur 2), convergeren qua welvaart met Nederland (figuur 3), en hebben een dalende werkloosheid. Daarom hebben mensen uit Midden- en Oost-Europa steeds minder reden om naar West-Europa te reizen voor werk. Dit vertaalt zich in afnemende migratiecijfers en zelfs steeds vaker in een negatief migratiesaldo (meer mensen keren terug dan komen).

Figuur 2 Omvang van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar) in Polen, Roemenië en de overige lidstaten in het midden en oosten van de EU

Bron: VN; projecties ‘medium-variant’

Figuur 3 Reële BBP per capita als percentage van dat van Nederland

Bron: Wereldbank

 

Kijk naar de aanbodkant van arbeidsmigratie

Het Nederlandse debat over arbeidsmigratie richt zich vooral op de vraagkant: de behoeften van Nederland. Het uitgangspunt lijkt te zijn dat er een vast en onbeperkt aanbod van arbeidsmigranten is. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 concludeerde dat, met het oog op de vergrijzing en krimp in ons land, gematigde immigratie nodig blijft om de brede welvaart in Nederland op peil te houden. Het gegeven dat in 2025 ongeveer één op de tien werkenden uit het buitenland komt, maakt deze conclusie van de Staatscommissie makkelijk invoelbaar.

Als Nederland niets doet, blijft het aanbod van arbeidsmigranten niet gelijk. De instroom van praktisch geschoolden en vakkrachten vanuit de huidige herkomstlanden zal vanwege demo-economische veranderingen de komende jaren namelijk aanzienlijk teruglopen. In het publieke debat over arbeidsmigratie verdient de aanbodkant daarom meer aandacht. Waar komen de arbeidsmigranten die Nederland in de toekomst nodig heeft vandaan?

Arbeidsmigratie van buiten de EU

Nederland moet anticiperen op de teruglopende arbeidsmigratie vanuit de EU. De WRR adviseert te overwegen om arbeidsmigratieafspraken te maken met landen met een relatief grote en groeiende beroepsbevolking én met een hoge werkloosheid. In de situatie waarin het arbeidsaanbod groot is en de werkloosheid hoog, kan (tijdelijke) arbeidsmigratie naar andere landen namelijk helpen om de werkloosheid te verlichten.

Bovendien beperkt dit het risico dat in herkomstlanden te veel mensen migreren en te weinig mensen in de werkzame leeftijd overblijven om bijvoorbeeld te zorgen voor kinderen en ouderen. Tot slot kan zowel het geld dat migranten aan familie en bekenden sturen, als de ervaringen en vaardigheden die migranten in het buitenland opdoen, in het belang van het herkomstland zijn.

Veel Europese landen, waaronder Duitsland, Spanje, Frankrijk en België, maakten de afgelopen jaren al migratieafspraken met landen buiten de EU, mede gedreven door opkomende eigen vergrijzing en arbeidsmarktkrapte. Ook is er op EU-niveau aandacht voor de aanbodkant van arbeidsmigratie, bijvoorbeeld via de EU Talent Pool.

Migratiepartnerschappen geven mogelijkheden voor gereguleerde vormen van arbeidsmigratie. Nederland kan op de aard en omvang arbeidsmigratie van buiten de EU effectiever sturen dan op instroom van binnen de EU. Het is daarbij aan te raden dat de Nederlandse overheid weloverwogen migratieafspraken met nieuwe herkomstlanden maakt, om zo huidige misstanden, waaronder uitbuiting en samenleefproblemen, te voorkomen.

Dat is belangrijk voor arbeidsmigranten zelf – zodat zij weten wat hun rechten zijn en waar zij ondersteuning kunnen vinden, maar ook voor de samenleving als geheel. Fragmentatie kan een risico zijn voor buurten en gemeenschappen waar veel mensen slechts tijdelijk verblijven en verschillende talen spreken, en daarom is het belangrijk dat er een infrastructuur en faciliteiten zijn waardoor mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Conclusie

Voor de aanbodkant van de arbeidsmigratie naar Nederland is nog weinig oog, terwijl vakkrachten uit Oost-Europa steeds minder bereid zijn om naar West-Europa te gaan voor werk. De vraag waar arbeidskrachten in toekomst vandaan moeten komen, wordt steeds prangender. De regering zal daarom moeten overwegen om goede nieuwe arbeidsmigratieafspraken met landen buiten de EU te maken.

Gijsbert Werner, Roel Jennissen en Laura Vonk zijn onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Zij zijn coauteurs van het WRR-rapport Met de mondiale demografie mee. Anticiperen op krimpend arbeidsaanbod in het buitenland.

Dit artikel is een spin-off van het WRR-rapport Met de mondiale demografie mee. In het rapport onderzoekt de WRR de gevolgen van de vergrijzing in herkomstlanden en de daarmee samenhangende verschuivingen in mondiaal arbeidspotentieel voor Nederland én hoe de Nederlandse regering hierop in kan spelen. 

 

Bronnen:

Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. (2020). Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan. Den Haag: Rijksoverheid.

Adunts, D.; Coskun, A.; Hauptmann, A.; Koch, T.; Kosyakova, Y. (2025). Polnische Arbeitskräfte in Deutschland. Aktuelle Aktuelle Daten und Indikatoren. Neurenberg: Institut für Arbeitsmarkt- und Berufsforschung

Adviesraad Migratie. (2025). Investeren in samenleven. Hoe arbeidsmigranten beter ingebed kunnen worden in de Nederlandse samenleving. Den Haag: Adviesraad Migratie.

Bundesagentur fur Arbeit. (2024). Länderpotenzialanalyse der ba [Intern document]. Neurenberg.

ILO. (2015). Towards a holistic approach to labour migration governance and labour mobility in North Africa. International Labour Organization. Beschikbaar op: https://www.ilo.org/projects-and-partnerships/projects/towards-holistic-approach-labour-migration-governance-and-labour-mobility-0

Migration Partnership Facility. (2025). WeCare: A skills partnership for longterm care. Beschikbaar op: https://www.migrationpartnershipfacility.eu/mpf-projects/74-wecare-a-skills-partnership-for-long-term-care/preview

Schweitzer, J.; Dausendschön, A.; Mesa-Vélez, L. F.; Jütersonke, O. (2024). From Colombia to Germany: Documenting the Journey and Experiences of Colombian Migrant Workers and their German Employers (knomad Paper 69). World Bank Group.

WRR (2025) Met de mondiale demografie mee. Anticiperen op krimpend arbeidsaanbod in het buitenland (rapport 114). Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

 

 

Foto: Cemil Gokmen via Pexels.com

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Adviesraad Migratie, Movisie, het Centrum voor Governance van migratie en diversiteit van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten en het WODC staan als initiatiefnemers van dit platform niet noodzakelijk achter de inhoud van de artikelen en deze kan dan ook niet worden toegeschreven aan de initiatiefnemers, maar zij steunen een door wetenschappelijke kennis geïnformeerd debat.