Migratie- en integratie­deskundigen in gesprek

Het onbenut potentieel van erkende vluchtelingen

Over dit platform

Categorie: Integratie

Nederland slaagt er nog nauwelijks in om erkende vluchtelingen aan het werk te krijgen in bedrijfssectoren met grote personeelstekorten, zoals de bouw, zorg of techniek, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Door Redactie

Gepubliceerd op: 16 september 2026

 

Het onderzoek ‘Onbenut potentieel’ over de werking van de Inburgeringswet (die in 2022 in werking trad) laat verbeteringen voor mensen met een verblijfstatus zien, maar deze leiden onvoldoende tot betaald werk op niveau. Inburgering duurt langer, het bereikte niveau is lager en de tekortsectoren worden nauwelijks bereikt. Bij het uitblijven van urgentie en bijsturing, blijft het inburgeringsbeleid wensdenken, schrijft de Rekenkamer in het onderzoeksrapport dat begin dit jaar verscheen.

De trage asielprocedures of het probleem om een vaste woonplaats te vinden spelen een rol

Statushouders kunnen nog steeds niet snel aan de slag en het aanbod van taalcursussen kan verbeteren. De redenen dat deelname aan de samenleving maar langzaam verbetert zijn divers. De trage asielprocedures of het probleem om een vaste woonplaats te vinden spelen een rol. Net als het tekort aan taaldocenten of een gebrek aan kinderopvang. Ook blijkt betaald werk nog steeds moeilijk te combineren met verplichte taallessen.

Of doelen van de wet gehaald worden, weet de minister niet

De verantwoordelijke minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kunnen, aldus het rapport, nu niet vaststellen of het inburgeringsbeleid ‘volwaardig meedoen’ stimuleert. Dit komt doordat werkervaring en opleidingsniveau van statushouders niet worden geregistreerd bij aanvang van het inburgeringstraject. Ook ontbreken streefwaarden om te meten of het rijksbeleid de doelen behaalt.

Zo werkt de verpleegkundige in de horeca en de universitair docent informatica als flitsbezorger

Flexibele contracten, laagbetaald werk

Van de statushouders die drie jaar geleden zijn gestart met hun inburgeringstraject, heeft 28 % een vorm van betaald werk gehad. Het gaat dan vaak om laagbetaalde banen met flexibele contracten en niet om werk ‘op niveau’ waarbij de opleiding en werkervaring uit het land van herkomst worden benut. Zo werkt de verpleegkundige in de horeca en de universitair docent informatica als flitsbezorger. Om deze mensen volwaardig en duurzaam aan het werk te krijgen is vaak taalverwerving op een hoog niveau en bijscholing nodig. Dat staat op gespannen voet met de eisen van de Participatiewet: zo snel mogelijk uit de bijstand.

In vergelijking met sommige andere landen in Europa duurt het in Nederland lang voordat inburgeraars op hun niveau kunnen werken, bijvoorbeeld in de zorg. Als vluchteling-zorgverleners ook in Nederland korter worden bijgeschoold om bevoegd te zijn, zou de overheid besparen op uitkerings- en opleidingskosten. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben dat bijvoorbeeld anders geregeld. In 2024 werkten in Duitsland 5.800 gevluchte Syriërs als arts. Een aantal van hen was vanwege de mogelijkheid daar hun beroep uit te kunnen oefenen vanuit Nederland naar Duitsland vertrokken.

Nu zijn duidelijke keuzes nodig

Zonder keuzes blijft het rijksbeleid voor inburgering wensdenken

De Rekenkamer noemt het wensdenken als bewindspersonen verwachten dat statushouders snel, volwaardig, betaald werken en tegelijkertijd hun verplichte inburgeringsdiploma op een zo hoog mogelijk taalniveau halen. Dat probleem kunnen gemeenten, die regie moeten houden op de inburgeringstrajecten en de inburgeringscursussen inkopen, niet voor de minister van SZW oplossen.

Reactie van minister en staatssecretaris

De bewindspersonen van SZW stellen naar aanleiding van het onderzoek dat ook zij duurzame uitstroom uit de bijstand voorstaan en streefwaarden en registratie willen opzetten. In haar nawoord schrijft de Algemene Rekenkamer dat de knelpunten van beleid bekend zijn. Nu zijn duidelijke keuzes nodig. Als het doel van inburgering ‘participeren naar vermogen’ is, zoals de wet stelt, beveelt zij aan uit te gaan van het potentieel van asielstatushouders. Zonder dat blijft duurzame uitstroom uit de bijstand onrealistisch en arbeidspotentieel onbenut.

Lees dit artikel van De Rekenkamer en het rapport op de website van De Rekenkamer

 

Foto: tima miroshnichenko via Pexels.

Reacties 1

  1. In 1973 vluchten Hongaarse en Chileense studenten naar Nederland. In Utrecht werden zij particulier opgevangen. Ik zocht arbeidskrachten voor aan inpak- en productielijnen. Simpel werk. Één telefoontje naar de vreemdelingen politie, met opgaaf van het paspoortnummer van de persoon die ging werken, was genoeg. Met de verdiensten werd de opvang betaald.

    20, 25 jaar geleden, creëerde de belastingdienst Limburg een Burgerservicenummer waarmee vluchtelingen aan het arbeidsproces deel konden nemen. Met de inkomsten konden zij in hun levensonderhoud voorzien.

    Later ging dat anders. Zo kwam ik bij een Iraanse vluchteling met een A status die een winkel in avondkleding had geopend. Dat liep niet. Niets meer aan te doen, meneer ging failliet. Zijn beroep?, chirurg! Maar dat beroep werd hem door ons afgenomen, wij vonden het nodig om eerst een zeeeer zorgvuldig besluit te nemen. En, in de tussentijd wacht u maar eens rustig af.

    Gruwelijk hoe wij de staat waar Kafka fulmineerde tot een groteske moloch hebben uitvergroot. Wij draaien capabele mensen door de gehaktmolen, ontzeggen hen zelfstandigheid en veroorzaken daarmee bewust haat en agressie tegen vluchtelingen.

    En dat in een democratie die zich beroept op haar joods christelijke waarden.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Adviesraad Migratie, Movisie, het Centrum voor Governance van migratie en diversiteit van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten en het WODC staan als initiatiefnemers van dit platform niet noodzakelijk achter de inhoud van de artikelen en deze kan dan ook niet worden toegeschreven aan de initiatiefnemers, maar zij steunen een door wetenschappelijke kennis geïnformeerd debat.