Minder inzet van uitzendbureaus is in het belang van arbeidsmigranten én bedrijven, aldus criminoloog Ruben Timmerman. Hij promoveerde op de situatie van arbeidsmigranten in Nederland en deed undercover een jaar hetzelfde werk als zij.
Wat vind je van het gesprek dat nu over arbeidsmigratie wordt gevoerd?
‘Als het gaat over arbeidsmigratie, gaat het vaak over: Wat voor economie willen we zijn? Welke sectoren willen we hier hebben? In Nederland, maar ook veel andere Westerse landen, roepen beleidsmakers en politici al sinds de jaren zeventig dat we een kenniseconomie moeten worden.
Zoveel mogelijk hoogopgeleide mensen en de tekorten die dan aan de onderkant van de arbeidsmarkt ontstaan oplossen met technologie en automatisering. Ondertussen werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt nog steeds mensen: in de schoonmaakbedrijven, bij distributiecentra en in de agricultuursector. Ongeveer 1 op de 10 werknemers in Nederland is arbeidsmigrant en de grote meerderheid van hen werkt in deze bedrijven en sectoren, vaak onder slechte omstandigheden.’
Hoe komt dat?
‘Bedrijven die hun personeel via uitzendbureaus inhuren schuiven de verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden af op de uitzendbureaus en de arbeidsinspectie heeft te weinig capaciteit om deze uitzendbureaus goed te controleren. Het verschilt sterk per sector, maar de schatting is dat meer dan de helft van de arbeidsmigranten in Nederland via uitzendbureaus werkt. In de landbouwsector is dat bijna 90 procent.
Bijna geen arbeidsmigrant is lid van een vakbond en ze zijn bijna niet vertegenwoordigd in de politiek
De slechte arbeidsomstandigheden leiden tot sociale problemen: armoede, overlast, gebrek aan sociale cohesie in buurten, dakloosheid. Drie op de vijf mensen die op straat woont, is arbeidsmigrant. Bijna geen arbeidsmigrant is lid van een vakbond en ze zijn bijna niet vertegenwoordigd in de politiek.

Zoals een Poolse vriend van mij het laatste zei: “Nederlanders willen wel van ons werk profiteren, maar we horen er niet bij.” De vraag die volgens mij dus belangrijker is, als we het hebben over arbeidsmigratie: Wat voor samenleving willen we zijn? Vinden wij dat arbeidsmigranten aan de onderkant van de arbeidsmarkt ook recht hebben op goede arbeidsomstandigheden, zekerheid en een redelijk loon?’
Voor je promotieonderzoek werkte je een jaar undercover bij verschillende uitzendbureaus die vooral met arbeidsmigranten werken. Waarom vond je het belangrijk om dit te doen?
‘Omdat weinig mensen weten hoe de realiteit van de arbeidsmigranten in Nederland eruitziet. We weten dat er veel misstanden zijn onder arbeidsmigranten, en het beeld bestaat dat het gaat om een paar rotte appels. Maar vier van de vijf de uitzendbureaus waar ik werkte waren lid van de brancheorganisaties en gecertificeerd onder juiste keurmerken. Toch hadden de arbeidsmigranten ook daar te maken met misstanden als onderbetaling, onveilige situaties op de werkvloer, lange werkdagen en slechte huisvesting. De gevolgen van de flexibilisering lopen door alle sectoren heen.’
85 Procent van de Nederlanders zonder migratieachtergrond vindt dat mensen met een migratieachtergrond meer hun best moeten doen om te integreren in de Nederlandse samenleving. Hoe realistisch is het om onder deze omstandigheden te integreren?
‘Laatst sprak ik een oud-collega van mij die destijds heel enthousiast was over de taallessen die hij ergens in Schiedam volgde. Ik vroeg hoe het daarmee ging en hij zei dat hij gestopt was.
“Ik was zo moe, ik viel steeds in slaap achterin de klas”
“Ik was zo moe, ik viel steeds in slaap achterin de klas.” Dat is ook een voorbeeld van de maatschappelijke impact van de omstandigheden: Mensen zijn te moe, werken te lang, zitten te lang in busjes voordat ze thuis zijn, om goed te integreren.’
Wat is de persoonlijke impact van de omstandigheden?
‘Die is heel groot. Vorig jaar las ik een artikel in het NRC dat me diep raakte. Het ging over een Poolse arbeidsmigrant die net als ik als order picker had gewerkt. In een hotel waar alleen andere Polen woonden, had hij zijn leven beëindigd. Ze spraken ook met zijn oud-collega’s, en veel van wat zij vertelden herkende ik uit de verhalen van mensen tijdens mijn eigen veldwerk: het gevoel dat je slechts als een ‘nummer’ wordt gezien en niet als een mens, de stress, de vervreemding.
Het percentage zelfdoding onder Polen die in Nederland wonen, is bijna twee keer zo hoog dan het percentage Nederlanders. Natuurlijk hebben omstandigheden op iedereen een andere uitwerking, maar in het jaar dat ik via uitzendbureaus werkte, heb ik te vaak over dezelfde soort sentimenten gehoord.’
De Adviesraad Migratie adviseerde de regering om detachering in risicosectoren, zoals de vleesverwerkende industrie te verbieden. Demissionair minister Van Gennep vindt deze maatregel ‘te vergaand’. Hoe komt dat denk je?
‘In Duitsland hebben ze dit een paar jaar geleden ook verboden en daar lijkt het goed te werken. Werknemers in de vleesverwerkende industrie komen direct in dienst bij het bedrijf. Hiermee is duidelijk wie voor de arbeidsomstandigheden verantwoordelijk is en de arbeidsinspectie kan beter controleren.
De uitzendbranche heeft veel macht in Nederland
Maar de uitzendbranche heeft veel macht in Nederland. Bijna alle grote bedrijven zijn afhankelijk van uitzendbureaus voor het vinden van uitvoerend personeel. Deze bedrijven hebben dit de afgelopen dertig jaar steeds verder uitbesteed, het is een soort verslaving geworden. Als de minister uitzendbureaus in een bepaalde sector verbiedt, hebben de meeste bedrijven in die sector echt een probleem.’
Hebben uitzendbureaus op dit moment té veel macht?
‘Ze spelen in ieder geval een te grote rol op de arbeidsmarkt, en ik geloof dat de oplossing voor de slechte arbeidsomstandigheden voor een belangrijk deel ligt in het terugdringen van de uitzendbranche. Uitzendbureaus zouden eigenlijk alleen een rol moeten spelen in “piek en ziek” en in het samenbrengen van werkzoekenden en bedrijven, oftewel de “allocatie” van arbeid. Dat was ook de oorspronkelijke functie van de uitzendbranche. Sterker nog: commerciële uitzendbureaus waren vroeger verboden in de meeste landen, omdat men begreep dat zij de positie van werknemers verzwakten.’
Is het in het voordeel van bedrijven om mensen eerder in dienst te nemen?
‘Zeker. Mensen via uitzendbureaus inhuren is duur en het gebrek aan contact tussen management én tussen mensen op de vloer onderling is zeer inefficiënt. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen elkaar niet goed kennen, niet goed op elkaar zijn ingespeeld en eerder ruzie krijgen op de werkvloer.
Veel bedrijven moeten opnieuw leren een goed personeelsbeleid voor dit type werknemers te ontwikkelen
Bovendien: alleen als bedrijven weer investeren in hun mensen op de werkvloer, een relatie met hen opbouwen, dan kunnen zij eerder kansen voor innovatie zien. Ik heb de indruk dat veel grote bedrijven nu totaal geen beeld meer hebben van wat er op de werkvloer gebeurt. Veel bedrijven moeten waarschijnlijk opnieuw leren hoe zij een goed personeelsbeleid voor dit type werknemers ontwikkelen; dat is een lange weg terug.’
Wat is een eerste stap op die weg?
‘De WTTA (Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten, red.) is dit voorjaar aangenomen door de Tweede Kamer. Dit is een wet voor een nieuw toelatingsstelsel voor uitzendbureaus. Het is een heel kleine stap in de goede richting, als de wet inderdaad in 2027 van kracht gaat, zal deze een aantal malafide bureaus uitsluiten.
Helaas kunnen bedrijven onder deze nieuwe wet nog steeds met meerdere uitzendbureaus tegelijk werken, met uitzendketens werken en hun personeel structureel via uitzendbureaus inhuren. Vier van de vijf uitzendbureaus waarvoor ik heb gewerkt, voldeden aan alle voorwaarden die de WTTA stelt en toch waren de misstanden er.’
Welke andere mogelijkheden zie je voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden? Zou een keurmerk als NoCap, waaraan consumenten in Italië kunnen aflezen of de arbeidsomstandigheden goed zijn, in Nederland werken?
‘Inzetten op meer bewustzijn creëren, vind ik lastig. Ik weet niet of het binnen de macht van consumenten ligt om een verandering in gang te zetten.
Als veel producten opeens in de Bonus zijn, betekent dit meestal overuren in het distributiecentrum
Een voorbeeld: Als veel producten opeens in de Bonus zijn, betekent dit meestal overuren in het distributiecentrum. Toch gingen mijn collega’s, die zelf in die distributiecentra werkten, altijd op zoek naar wat in de Bonus was, gewoon omdat zij weinig geld hadden. Als je kijkt naar het verleden zijn grote verbeteringen niet vanuit meer bewustzijn onder consumenten gekomen. Verbeteringen kwamen vooral na stakingen en opstanden vanuit de mensen zelf.
Hoe waarschijnlijk is het dat zij dit zullen doen als zij zo weinig contact met andere arbeidsmigranten en Nederlandse werknemers, zulke onzekere contracten en zo’n laag zelfbeeld hebben?
‘Het is moeilijk, maar niet onmogelijk. Twee jaar geleden staakte voor het eerst een grote groep Poolse arbeidsmigranten die in distributiecentra voor de Albert Heijn werkte. In veel filialen bleven de schappen halfleeg en uiteindelijk kregen alle distributiemedewerkers meer loon. Arbeidsmigranten zullen meer van zich laten horen, als ze minder te verliezen hebben. Als alle arbeidsmigranten morgen staken, ligt heel Nederland plat. Ik denk dat de meeste Nederlanders zich hier niet van bewust zijn.’
Evelien Vos is freelancejournalist en schrijver.

Samen en in verbinding
Ik heb veel respect en waardering voor het onderzoek dat Ruben Timmerman heeft uitgevoerd. Dat hebben wij als ABU ook in ons gesprek met hem uitgesproken. Zijn werk maakt pijnlijk duidelijk wat er misgaat. Dat raakt mij, het gaat om mensen die om moverende redenen huis en haard verlaten en júíst daarom in een voor hen vreemd land en een moeilijke taal menswaardig gastheerschap verdienen.
Waar ik wel moeite mee heb, is de suggestie dat het onderscheid tussen goede en slechte uitzenders er nauwelijks toe doet. Want er zijn bedrijven die alles op orde willen hebben en daar dagelijks keihard voor werken. Die verdienen het écht niet om in één adem genoemd te worden met partijen die structureel de boel flessen.
Het melden van misstanden is cruciaal. Bij ons, zodat wij handhavend kunnen optreden alsook bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, de SNCU, SNA en waar het huisvesting betreft SNF. Zonder concrete meldingen kan niemand in actie komen en blijft het sowieso in stand. Naam en toenaam zijn essentieel. Als er geen vertrouwen is om te melden, kaart dat dan aan en ga het gesprek aan. Het is aan die instanties dan om adequaat te reageren. We hebben elkaar keihard nodig.
Ik sprak recent een lid dat stopt met internationale bemiddeling omdat hij de concurrentie met malafide bureaus simpelweg niet meer kan winnen. Zij opdrachtgevers kiezen steeds vaker voor het goedkopere alternatief. Dat is de wereld op zijn kop. Als we niet oppassen, overleven de ‘klojo’s’ en verdwijnen de bedrijven die het goed doen. Dat kan nooit de bedoeling zijn van versterkte regels en toekomstige certificering (WTTA).
Daarbij moeten we oog hebben voor het volgende: zolang consumenten en opdrachtgevers vooral op de laagste prijs sturen, blijft de verleiding bestaan om regels te negeren. Goed werkgeverschap vraagt nu eenmaal een investering, waarbij het alleen een investering is als het wordt herkend en erkend, anders zijn het kosten!
Het is overigens voor het hele verhaal ook interessant het belevingsonderzoek onder arbeidsmigranten eens te lezen dat RISBO vorig jaar in opdracht van het ministerie van SZW heeft uitgevoerd. Menig werkgever zou blij zijn met zo’n uitkomst onder zijn medewerkers. Maar nogmaals, deze leestip zonder te bagatelliseren wat er níet goed gaat, want ook in het onderzoek van Ruben worden belangrijke punten naar boven gehaald. Mij gaat het om de bewustwording van beide kanten van de medaille.
Daarbij is het óók van belang te kijken wie er naar Nederland komt. Uit onderzoek van IVO blijkt dat een deel van de arbeidsmigranten die dakloos raken al met persoonlijke problemen naar Nederland komt, zoals verslaving of schulden. Daarnaast zien we dat Polen economisch sterk is ontwikkeld. Wie nu nog vertrekt, doet dat vaker omdat hij minder kansrijk is in eigen land. Niet vreemd dat juist díe groep kwetsbaarder is, minder kritisch selecteert bij wie ze gaan werken en daardoor sneller in de problemen komt. En precies dát is waar klojo-uitzenders en huisjesmelkers op azen. Sterker nog, wij stimuleren ook de zelfredzaamheid van de internationale medewerker.
De echte uitdaging is: hoe zorgen we dat zo snel als mogelijk is slechte uitzenders, reguliere werkgevers en opdrachtgevers daadwerkelijk worden aangepakt en de goeden overeind blijven? De (perceptie) van de pakkans moet omhoog. Daar is samenwerking, toezicht en lef voor nodig. Polarisatie helpt niemand, internationale werknemers als eerste niet. Het rapport van Ruben Timmermans kan helpen als we het niet alleen zien als een waardevolle bevestiging van het beeld. Het is belangrijk dat zijn onderzoek onderdeel is van het collectieve gesprek over hoe we aan de knelpunten kunnen werken om daarmee zowel de internationale medewerkers te helpen als ook het eerlijke speelveld te behouden.
Peter Loef is programmamanager Arbeidsmigratie van ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen)