Vierenhalf jaar na het begin van de oorlog in Oekraïne, laten verschillende onderzoeken zien dat Oekraïense vluchtelingen steeds meer wortelen in onze samenleving. Wat begon als tijdelijke bescherming ontwikkelt zich tot duurzame vestiging. Het beleid zou die realiteit moeten erkennen.
Oekraïense vluchtelingen hebben in Nederland recht op tijdelijke opvang onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze wordt waarschijnlijk verlengd tot maart 2028. Recent zijn er door Regioplan, het WODC en Clingendael onderzoeken gepubliceerd over de verblijfs- en terugkeerintenties van Oekraïense vluchtelingen in Nederland en andere Europese landen.
Hieruit blijkt dat deze groep steeds meer wortelt in Nederland. Ook recent aangekomen Oekraïners zeggen vanwege familiebanden of werkmogelijkheden voor Nederland te kiezen. Dit schuurt met hun tijdelijke verblijfsrecht en de insteek van vrijwillige terugkeer. In de praktijk gaat het om een groep die zich duurzaam in Nederland aan het vestigen is. Het is daarom cruciaal hier in de opzet van de ‘opvang’ van deze groep meer rekening mee te houden.
Toekomst in Nederland
Uit representatief surveyonderzoek van WODC, EUR en CBS, waarin ca. 2.500 Oekraïense vluchtelingen in Nederland worden gevolgd (het LOCOV-onderzoek; Maliepaard & Geenen, 2026), blijkt een toenemende gerichtheid op Nederland. Oekraïners die nu drie à vier jaar in Nederland zijn, denken nauwelijks aan terugkeer op de korte termijn. Slechts 1 procent is dit van plan, terwijl 83 procent hier zeker de komende twee jaar wil blijven.
Velen schatten in dat de oorlog nog lang zal duren en (on)veiligheid in de herkomstregio weegt zwaar mee in deze afweging. Ook op de lange termijn zien steeds meer Oekraïners hun toekomst in Nederland. Zelfs als Oekraïne veilig zou zijn, wil 43 procent van de Oekraïense vluchtelingen niet terugkeren. Vooral onder jongere en werkende Oekraïners zien we een sterkere gerichtheid op Nederland.
Naast het gebrek aan vertrouwen dat de oorlog ooit echt voorbij zal zijn, ervaren zij in Nederland kansen op een beter leven
Regioplan interviewt sinds 2024 regelmatig Oekraïense vluchtelingen over hun terugkeerintenties. Begin 2026 zijn veertig Oekraïense vluchtelingen gesproken over hun perspectief op blijven in Nederland of terugkeer naar Oekraïne (Wevers et al., 2026). Hieruit blijkt, net als uit het LOCOV-onderzoek, dat steeds meer mensen hun toekomst in Nederland zien. Naast het gebrek aan vertrouwen dat de oorlog ooit echt voorbij zal zijn, ervaren zij in Nederland kansen op een beter leven.
Bij gezinnen zien we dat de keuze om in Nederland te willen blijven het sterkst is. Hun kinderen integreren steeds meer en de ouders hebben positieve ervaringen met het goede onderwijs. Ze zien dat ook als toegang tot de Europese arbeidsmarkt voor hun kinderen. Ouders willen bovendien hun zonen buiten de dienstplicht houden en (angst voor) mogelijke consequenties voor zonen die de dienstplicht ontlopen spelen mee.
In de interviews zien we daarentegen ook een kwetsbare groep die twijfelt: Oekraïners die langere tijd geen werk vinden, met laagbetaalde banen, een beperking of psychische klachten. Zij willen het liefst in Nederland blijven, maar dit hangt af van toegang tot werk, huisvesting, zorg en overheidssteun. Zij ervaren weinig handelingsruimte en tegelijkertijd steeds meer druk door hun dagelijkse kosten en het gebrek aan perspectief op een betaalbare woning. Terugkeer naar Oekraïne zou voor deze groep uit noodzaak voortkomen, niet omdat zij echt graag terug willen.
Terugkeerintenties nemen af
Het aandeel Oekraïense vluchtelingen dat wil terugkeren is afgenomen (Maliepaard & Geenen, 2026). Ook in de feitelijke terugkeercijfers zien we dit terug: waar kort na aankomst nog relatief veel terugkeer te zien is, neemt het aandeel dat terugkeert ongeveer een jaar na vestiging fors af (CBS, 2025). Naar verwachting groeit de gerichtheid op Nederland met een langere verblijfsduur.
De redenen om te blijven overstijgen steeds meer de overwegingen om terug te keren
De redenen om te blijven overstijgen steeds meer de overwegingen om terug te keren, zo concludeert Regioplan. Hierbij wordt een gebrek aan vertrouwen in economische stabiliteit van Oekraïne, rechtszekerheid en een duurzaam einde van de oorlog vaker dan in eerdere interviews genoemd als reden om te blijven. Dit sluit aan bij de bevindingen uit recent onderzoek onder 1.700 recent gearriveerde Oekraïense ontheemden (Mooren & Witvliet, 2026), waaruit blijkt dat onveiligheid de belangrijkste reden was om Oekraïne te verlaten. Daarnaast speelden aangescherpte wet- en regelgeving, slechte economische omstandigheden en familiehereniging een rol.
Dit zijn redenen om Oekraïne te verlaten én om in een ander land te blijven. De genoemde afname van terugkeerintenties is ook zichtbaar in andere EU-landen, concludeert Clingendael. Naast veiligheid zijn (familie)banden met Oekraïne en economisch perspectief hierin bepalend. Ook hier gaat het vooral om gezinnen, jongeren en mannen die minder vaak willen terugkeren.
Moeilijke omstandigheden rond werk, huisvesting en onderwijs, dragen, vooral bij ouderen, juist bij aan hogere terugkeerintenties
Moeilijke omstandigheden rond werk, huisvesting en onderwijs, dragen, vooral bij ouderen, juist bij aan hogere terugkeerintenties. Hetzelfde geldt voor de onzekerheid over het verblijf na het einde van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (Ippolitova et al., 2026). Steeds meer vluchtelingen zijn op zoek naar een alternatieve verblijfsstatus.
Tsjechië liep hierin voorop met een speciale werkstatus voor economisch zelfstandige Oekraïense vluchtelingen. Oostenrijk, Italië en Franrijk kiezen juist voor een gemakkelijkere overstap naar reguliere werkstatussen. Polen en Nederland gaan daarentegen voor alternatieve verblijfsstatussen waarvoor een veel bredere groep vluchtelingen in aanmerking kan komen, ongeacht hun arbeidsmarktpositie.
Richt beleid in op langdurige aanwezigheid Oekraïners in Nederland
Op basis van de onderzoeken van WODC, Regioplan en Clingendael over verblijfsintenties van Oekraïense vluchtelingen dringt zich één duidelijke conclusie op. Een aanzienlijk en groeiend deel van de Oekraïense vluchtelingen in Nederland ziet de toekomst hier, vrijwillige terugkeer is voor hen geen optie.
De vraag is daarom niet langer of een deel van de Oekraïense vluchtelingen blijft, maar hoe Nederland zich daarop voorbereidt
De vraag is daarom niet langer of een deel van de Oekraïense vluchtelingen blijft, maar hoe Nederland zich daarop voorbereidt. Blijven vasthouden aan het idee van tijdelijkheid leidt tot onzekerheid. Zo ontstaat er een groep die de facto duurzaam gevestigd is in Nederland, maar tegelijkertijd aan de zijlijn blijft staan, zonder kennis van de Nederlandse taal, zonder functionele netwerken, en in ‘tijdelijke’ woonvormen. Mensen hebben behoefte aan een plan. Niet alleen voor terugkeer, maar ook voor blijven. Juist in de groep die wil blijven (jonge, werkende Oekraïners, mensen met kinderen hier), zit veel potentieel. Het gaat om een hoogopgeleide groep die economisch – zeker vergeleken met andere groepen – zelfredzaam is en waar nog veel onbenut arbeidspotentieel zit (Nooitgedagt, van Enk en Oijevaar, 2026).
Het is niet alleen voor henzelf, maar ook voor de Nederlandse samenleving als geheel belangrijk om te zorgen voor duidelijke verblijfroutes, ondersteuning bij het leren van Nederlands en toegang tot betere banen.
Roos van der Zwan is senior onderzoeker bij Regioplan. Coco Mooren is onderzoeker bij Regioplan. Mieke Maliepaard is senior onderzoeker Asiel en Migratie bij het WODC. Anouk Pronk is Research Fellow migratie bij Instituut Clingendael. Huub Verbaten is Senior Research Fellow migratie bij Instituut Clingendael.
Foto: Mathias Reding van Pexels.
Bronnen:
CBS (2026). Dashboard Asiel en Integratie. Dashboard asiel en integratie geraadpleegd op 10-07-2026.
Clingendael Instituut. (2026). Tijdelijk ontheemd of definitief vertrokken. Clingendael.
Ippolitova, I. et al. (2026). Ukrainian refugees: fifth wave of research. Centre for Economic Strategy.
Mooren, C., & Witvliet, M. (2026). Eindrapport onderzoek reismotieven Oekraïense ontheemden. Regioplan.
Maliepaard, M., & Geenen, M. (2026). Verblijfsintenties van Oekraïense vluchtelingen in Nederland: resultaten uit longitudinaal surveyonderzoek. WODC.
Nooitgedagt, W., Van Enk, B., & Oijevaar, H. (2026). Ontwikkelingen in arbeidsmarktparticipatie en taalvaardigheid van Oekraïense vluchtelingen: resultaten uit longitudinaal surveyonderzoek. WODC.
Wever, L., Uhnivenko, T., Van der Zwan, R., & Van Son, R. (2026). Beschermingsopdracht voor Oekraïners in Nederland: Rapportage 7e ronde. Regioplan. Bijlage bij Clingendael Instituut. (2026). Tijdelijk ontheemd of definitief vertrokken. Clingendael.
