De zorg voor oudere migranten vraagt om meer dan goede medische behandeling. Aartie Mahesh onderzoekt hoe meer menselijkheid een plek kan krijgen in de zorg.
‘Ik was strijder voor een menswaardig bestaan’, zegt een mantelzorger over haar rol in de zorg voor haar vader. Die ervaring staat niet op zichzelf. In de interviews voor de analyse in dit artikel komt steeds weer naar voren dat zorg vaak versnipperd verloopt, dat verhalen telkens opnieuw verteld moeten worden en dat menselijkheid in de praktijk te vaak afhankelijk is van de inzet van individuele professionals.
Tegelijk laten gesprekken met professionals zien dat kleine gebaren zoals luisteren, stiltes en familie betrekken juist veel verschil kunnen maken. Dat roept de vraag op: in hoeverre is er binnen het huidige zorgsysteem ruimte voor menselijkheid, en wat is er nodig om die ruimte te vergroten?
Goede zorg voor oudere migranten omvat meer dan medische behandeling
Voor het antwoord op die vragen baseer ik me op twaalf bronnen en interviews met drie mantelzorgers, twee zorgprofessionals, een geestelijk verzorger en een beleidsmedewerker van het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM).
Handelen vanuit relationele, culturele en spirituele afstemming
Goede zorg voor oudere migranten omvat meer dan medische behandeling. Het gaat ook om erkenning van de leefwereld van patiënten en hun mantelzorgers. De centrale stelling van dit artikel is dat de zorg voor oudere migranten verbetert wanneer organisaties minder handelen vanuit systeemlogica en meer vanuit relationele, culturele en spirituele afstemming.
Dat bredere perspectief op zorg sluit aan bij de definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waarin gezondheid wordt opgevat als meer dan de afwezigheid van ziekte. Ook mentaal en sociaal welbevinden maken daar deel van uit. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) plaatst dit in de context van een migratiesamenleving, waarin beleid rekening moet houden met verschillen tussen groepen, gemeenten en leefwerelden. Samen maken deze perspectieven duidelijk dat zorg niet uitsluitend vanuit systemen, protocollen en procedures begrepen kan worden, maar ook vanuit de ervaringen en behoeften van mensen zelf.
Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat oudere migranten in de zorg vaker vastlopen
Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat oudere migranten in de zorg vaker vastlopen. Taalbarrières, vooroordelen, misverstanden en gebrek aan tijd maken dat zorgbehoeften soms niet goed worden opgepakt. Dat versterkt het gevoel van verlies van grip. Mensen weten dan niet meer wie waarvoor verantwoordelijk is, informatie gaat verloren en belangrijke persoonlijke of culturele wensen verdwijnen naar de achtergrond. Voor oudere migranten is dat extra ingrijpend, omdat ziekte en zorg vaak ook verbonden zijn met familie, geloof, rituelen en levensverhaal.
Menselijkere zorg is wel degelijk mogelijk
De interviews met professionals laten zien dat menselijkere zorg wel degelijk mogelijk is. Zowel de geestelijk verzorger als de verpleegkundige en de physician assistant noemen voorbeelden waarin bewust ruimte wordt gemaakt voor familie, rust en spirituele behoeften.
Soms zit dat in kleine dingen, zoals gordijnen sluiten of iemand de tijd geven. Soms zit het in grotere keuzes, zoals doorvragen bij onuitgesproken zorgen of het serieus nemen van religieuze en culturele wensen. Dat laat zien dat goede zorg niet alleen een kwestie is van beleid, maar ook van houding en aandacht in de dagelijkse praktijk.
Deze vorm van zorg blijft wel kwetsbaar zolang zij vooral afhankelijk is van individuele inzet
Deze vorm van zorg blijft wel kwetsbaar zolang zij vooral afhankelijk is van individuele inzet. Daarom is het belangrijk dat menselijkheid niet als persoonlijke kwaliteit van enkele betrokken medewerkers wordt gezien, maar structureel wordt ingebed in de organisatie. Dat vraagt onder meer om goede overdracht, vaste aanspreekpunten en aandacht voor relationele, culturele en spirituele aspecten in het elektronisch patiëntendossier. Op die manier gaat waardevolle informatie niet verloren wanneer patiënten van afdeling wisselen of te maken krijgen met verschillende zorgverleners.
Daarnaast blijven scholing en bewustwording belangrijk. Trainingen in culturele en spirituele sensitiviteit kunnen professionals ondersteunen om beter aan te sluiten bij uiteenlopende leefwerelden. Ook samenwerking met geestelijk verzorgers en maatschappelijk werkers kan bijdragen aan meer integrale en persoonsgerichte zorg.
Hoopvol maar kritisch
Het Netwerk NOOM kan hierin een belangrijke brugfunctie vervullen. Voor zorginstellingen kan NOOM ervaringskennis vertalen naar beleid en praktijk, zodat zorg beter aansluit op oudere migranten. Voor mantelzorgers kan het netwerk NOOM steun bieden door hun ervaringen zichtbaar te maken en hun positie in het zorgproces te versterken. Voor oudere patiënten zelf kan NOOM helpen om behoeften rond cultuur, familie en spiritualiteit beter bespreekbaar te maken. Daarmee wordt de afstand tussen systeemwereld en leefwereld kleiner.
De bouwstenen voor betere zorg zijn al aanwezig
De belangrijkste conclusie is daarom hoopvol maar ook kritisch. De bouwstenen voor betere zorg zijn al aanwezig: betrokken professionals, families die mee willen denken en organisaties zoals NOOM die het belang van cultuur, gemeenschap en spiritualiteit benadrukken. De uitdaging is om die elementen niet afhankelijk te laten zijn van toeval of van één betrokken medewerker, maar ze structureel te verankeren in beleid, organisatie en digitale overdracht. Als dat lukt, wordt zorg niet alleen efficiënter, maar ook menselijker, rechtvaardiger en beter passend bij een diverse samenleving.
Aartie Mahesh werkt aan sociale innovatie voor de gemeente Amsterdam en zet in haar werk de waarden democratisering, menselijkheid en maatschappelijk effect centraal. Dit artikel is geschreven in het kader van de LDE-leergang Perspectieven op de Migratiesamenleving.
Foto: Orhan Pergel via Pexels.

Zeker, dit is goede zorgpraktijk waar het Nederlandse zorgstelsel nog veel van kan leren. Goede zorg betekent niet alleen dat iemand medicijnen of een behandeling krijgt. Het betekent ook dat de zorg past bij iemands taal, cultuur, geloof, familie en levensverhaal.
De belangrijke vraag blijft: waar gaat het geld in de zorg eigenlijk naartoe? Veel geld gaat naar regels, administratie, dure systemen en tijdelijke oplossingen. Tegelijk hebben zorgverleners vaak te weinig tijd voor een rustig gesprek met de patiënt en de familie. Juist dat gesprek kan misverstanden voorkomen, vertrouwen opbouwen en soms zwaardere zorg voorkomen.
Nederland is een migratiesamenleving met steeds meer culturele, religieuze en talige verschillen. Daarom moeten zorgverleners hun kennis en vaardigheden blijven vergroten. Zij hebben opleiding nodig in cultuursensitieve zorg: luisteren zonder vooroordelen, rekening houden met verschillende opvattingen over ziekte, pijn, ouderdom, geestelijke gezondheid en familieverantwoordelijkheid.
Ook taal is zeer belangrijk. Een professionele tolk moet beschikbaar zijn wanneer dat nodig is. Familieleden, en vooral kinderen, zouden niet verantwoordelijk moeten zijn voor het vertalen van moeilijke medische gesprekken. Dit kan leiden tot fouten, spanning en onbegrip.
Verder is samenwerking met migrantengemeenschappen nodig. Buurtorganisaties, religieuze leiders, ouderenorganisaties en sleutelpersonen kunnen helpen om zorg beter begrijpelijk en bereikbaar te maken. Zij weten vaak welke zorgen, schaamte of drempels mensen ervaren.
De kern is duidelijk: investeren in tijd, taal, vertrouwen en culturele kennis is geen luxe. Het is noodzakelijke, eerlijke en doelmatige zorg voor iedereen in Nederland.