Goed nieuws meldde het CBS onlangs: meer vluchtelingen zijn aan het werk. Maar wat daarmee niet wordt verteld: vluchtelingen worden aangezet om onder het mom van participatie jarenlang onbetaald schoonmaakwerk te doen of kortlopende contracten en onderbetaald werk te accepteren. Soms leidt dit ook na jaren niet tot een betaalde baan of tot minder uitbuitend werk.
Tegenover alarmerende berichten over extreemrechts geweld tegen vluchtelingenhuisvesting leek het een lichtpuntje. Uit de CBS-publicatie Asiel en integratie 2026 blijkt dat van de statushouders die in 2024 hun verblijfsvergunning kregen dertien procent binnen drie maanden werk heeft terwijl dat in 2014 nog slechts één procent was (CBS, 2026).
Hoe komt dat dat zoveel meer statushouders aan het werk zijn? Wat voor werk is dat eigenlijk? En hoe is het om dat werk te doen? Ons onderzoek laat zien dat het voor vluchtelingen vaak heel moeilijk is om passend werk te vinden en dat sommige gemeenten veel druk op hen uitoefenen om welk werk dan ook te accepteren — zelfs als dat uitbuitend werk is dat vluchtelingen als vervreemdend ervaren.
Het CBS-rapport erkent dit probleem ten dele: het laat zien dat ongeveer de helft van de werkzame statushouders startte met oproepcontracten en dat meer dan een kwart terechtkwam in de uitzendbranche — een sector die gekarakteriseerd wordt door kwetsbare arbeidsmarktposities.
Vluchtelingen worden aangezet om vrijwilligerswerk te doen
Maar op basis van ons onderzoek constateren wij dat dergelijke kwantitatieve rapporten niet het hele verhaal vertellen: we vonden dat vluchtelingen worden aangezet om vrijwilligerswerk te doen of kortlopende, onderbetaalde contracten te accepteren – wat soms ook na jaren niet tot een betaalde baan of een langere contracten leidt.
Onbetaald en laagbetaald werk
Voor ons onderzoek spraken wij niet alleen met 37 vluchtelingen die na 2014 naar Nederland zijn gekomen maar ook met gemeentelijke beleidsmedewerkers en andere semi- of niet-gouvernementele actoren die op verschillende manieren betrokken zijn bij de participatie van vluchtelingen. Sommige beleidsmedewerkers en hun lokale samenwerkingspartners (waaronder onder andere uitzendbureaus) blijken vluchtelingen vaak door te verwijzen naar onbetaalde en laagbetaalde sectoren. In dit proces wordt weinig of geen rekening gehouden met de kwalificaties, werkervaring of persoonlijke ambities van vluchtelingen. Leraren, ingenieurs en architecten komen te werken in supermarkten en transportbedrijven.
Het gebeurde bijvoorbeeld dat vluchtelingen jarenlang onbetaald schoonmaakwerk deden
Het werk waartoe zij worden aangezet betreft zowel ‘tegenprestatie’-gerelateerd werk dat vaak verpakt wordt als vrijwilligerswerk maar ook als kortlopende contracten in de dienstensector. Deze twee vormen van onbetaald en laagbetaald werk lopen vaak door elkaar – zagen wij. Het gebeurde bijvoorbeeld dat vluchtelingen jarenlang als vrijwilliger in een kinderopvang werkten of in verzorgingstehuizen onbetaald schoonmaakwerk deden, ondanks meerdere pogingen om in dezelfde organisatie voor dit werk betaald te worden.
Romantisch beeld
Deze praktijk sluit niet aan op het romantische beeld dat velen hebben bij ‘vrijwilligerswerk.’ Integendeel, uit de verhalen van onderzoeksdeelnemers met een vluchtelingenachtergrond blijkt dat dit onbetaalde werk vaak geen uitzicht op doorstroom naar betaald werk biedt, zelfs niet na jarenlange inzet. Hoewel sommige deelnemers hun ‘vrijwilligerswerk’ als positief ervoeren, gaf de meerderheid aan zich ondergewaardeerd te voelen en zich vast te voelen zitten, mede door het uitblijven van een structureel toekomstperspectief.
Zowel onbetaald als laagbetaald werk worden vaak gepresenteerd als eerste stap richting duurzame arbeid en zelfredzaamheid. Wat zo onzichtbaar blijft is dat het vaak om werk gaat met structureel zeer precaire voorwaarden: tijdelijke contracten, onzekerheid, weinig sociale interactie, de dreiging van sancties, geen of lage lonen.
Ook de uitspraken van geïnterviewde maatschappelijke organisaties laten zien dat deze ervaringen geen uitzondering zijn maar een direct gevolg van een systeem dat niet kijkt naar de aard van het werk en de mate waarin dit werk aansluit bij iemands ambities en kwalificaties. Daardoor worden breed ervaren gevoelens van vervreemding genegeerd – waarbij mensen zich niet verbonden voelen met hun werk, met anderen, of met hun eigen toekomstdromen.
Onbetaald en onderbetaald werk wordt zo genormaliseerd
Uitputting en vervangbaarheid
Het idee dat ‘succesvolle integratie’ gelijkgesteld kan worden aan ‘arbeidsparticipatie’ is sterk geworteld in het idee van actief burgerschap dat al decennia kenmerkend is voor het Nederlandse sociale beleid. Dat idee schrijft voor dat uitkeringsgerechtigden, waaronder vluchtelingen, extra hard hun best moeten doen om te laten zien dat zij een hardwerkende burger zijn.
Tegen deze achtergrond wordt onbetaald en onderbetaald werk vaak neergezet als iets goeds en als onderdeel van ‘activeringsbeleid’. Dit werk vindt plaats in uiteenlopende sectoren zoals zorg, onderwijs, cultuur en horeca, maar ook in de integratiesector zelf, waar vluchtelingen vaak worden ingezet als vertalers, begeleiders of ondersteuners van andere nieuwkomers. Onbetaald en onderbetaald werk wordt zo genormaliseerd binnen publieke dienstverlening en sociale reproductie.
Dat gaat gepaard met uitputting, vervangbaarheid en onzekerheid. Uitputting kan worden gezien als een effect van beleid zelf: het is geen bijwerking, maar een integraal onderdeel van (arbeidsmarkt)participatie. Vervangbaarheid verwijst naar de manier waarop bepaalde vormen van arbeid tijdelijk zijn en inwisselbaar als een wegwerpproduct. Onzekerheid speelt een centrale rol in hoe (arbeidsmarkt)participatie wordt georganiseerd. Dit geldt zeker wanneer contracten afhankelijk zijn van fluctuerende arbeidsvraag en seizoensarbeid. Werknemers zijn gemakkelijk vervangbaar binnen sectoren die gekenmerkt worden door hoge personeelsrotatie.
Veel vluchtelingen voelen zich vastgezet in werk dat zij als vervreemdend ervaren
Systematische uitbuiting en vervreemding
Wij constateren dat vluchtelingen door eerstelijns professionals vaak worden gestuurd richting langdurige vormen van (on)betaald werk en kortdurende, laagbetaalde functies die geen recht doen aan eerder opgedane ervaring en die persoonlijke ambities ondermijnen. Deze uitbuitende posities leveren zelden de beloofde taalverwerving of doorstroom naar betaald werk op, waardoor veel vluchtelingen zich vastgezet voelen in werk dat zij als vervreemdend ervaren.
Onze bevindingen zetten vraagtekens bij discoursen van actief burgerschap, waarin onbetaald werk wordt verpakt als ‘vrijwilligerswerk’ en laagbetaalde arbeid wordt gepresenteerd als een vorm van zinvolle participatie. In plaats daarvan laten wij zien hoe huidig beleid in Nederland uitputting en vervangbaarheid in de hand werkt.
Elina Jonitz is promovendus aan de afdeling Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Lieke van der Veer is postdoctoraal onderzoeker aan de afdeling Urbanism van de Technische Universiteit Delft.
Foto: Tima Miroshnichenko via Pexels.
