Migratie- en integratie­deskundigen in gesprek

Hoe de asielopvang beter kan

Over dit platform

Categorie: Asiel

Twee jaar geleden noemde Monique Kremer asielopvang als een verweesd thema. Sara Miellet, Karin Geuijen, Ilse van Liempt, Marielle Zill reageren met een Academische Verkenning, waarin ze zich niet alleen richten op de vraag wat er mis is met asielopvang, maar vooral op hoe het beter kan.

Door Sara Miellet, Karin Geuijen, Ilse van Liempt, Marielle Zill

Gepubliceerd op: 6 maart 2026

 

Hoe kan asielopvang menswaardig en duurzaam worden ingericht voor asielzoekers, de buurt en de samenleving als geheel, en wat is daarvoor nodig? Op basis van wetenschappelijke studies, rapporten en praktijkvoorbeelden hebben we vier principes geformuleerd die richting geven aan ‘goede’ asielopvang.

1. Basisbehoeften

Het eerste principe betreft juridische richtlijnen en mensenrechten: het basisbehoeftenprincipe. Al jaren is er in academische literatuur en inspectierapporten kritiek op het huidige opvangsysteem, omdat dit niet altijd voldoet aan de eisen van veiligheid en gezondheid, zeker niet voor kinderen en kwetsbare groepen.

Asielopvang is ‘goed’ wanneer zij bijdraagt aan een gezonde, veilige leefomgeving voor mensen die oorlog of vervolging zijn ontvlucht. Een veilige plek met voldoende privacy is essentieel.

Initiatieven tonen aan dat opvang zowel veilig als maatschappelijk ingebed kan zijn

Verbetering is zichtbaar in innovatieve, kleinschalige en multifunctionele opvangvormen, vaak in samenwerking met lokale overheden en andere partijen. Voorbeelden zijn Plan Einstein Pahud in Utrecht, waar jongeren en asielzoekers samen wonen, en Grandhotel Cosmopolis in Augsburg (Duitsland), waar opvang wordt gecombineerd met een hotel, café, podium, kunststudio’s en een restaurant, gerund door en met asielzoekers. Deze initiatieven tonen aan dat opvang zowel veilig als maatschappelijk ingebed kan zijn.

2. Welzijn en ontwikkeling

Een veilige basis is niet alleen individueel van belang, maar ook voor maatschappelijke participatie. Het tweede principe is daarom het welzijn- en ontwikkelprincipe. Al lang geleden heeft onderzoek laten zien dat asielzoekers die tijdens hun opvang praktische en emotionele ondersteuning ontvangen, vaker werk vinden, mentaal gezonder zijn en zich meer thuis voelen in Nederland.

Informele ontmoetingen zijn cruciaal voor welzijn en integratie, bijvoorbeeld via gedeelde sportvoorzieningen, open sportclubs, buurtcafés en repaircafés. Ook werk en vrijwilligerswerk spelen een belangrijke rol. In Nederland zijn diverse organisaties actief die asielzoekers en vluchtelingen koppelen aan werkgevers en hen begeleiden in dit proces.

De bereidheid van werkgevers groeit asielzoekers kansen te bieden

In gemeenten als Meierijstad en in reguliere asielzoekerscentra, zoals in Leersum, wordt actief ingezet op arbeidsparticipatie. Nu duidelijker wordt dat asielzoekers kunnen bijdragen aan het oplossen van arbeidsmarkttekorten, groeit de bereidheid van werkgevers om hen kansen te bieden. Dit versterkt niet alleen hun positie, maar ook het maatschappelijk draagvlak voor opvang.

3. Sociaal-ruimtelijke inbedding

Opvanglocaties zijn meer dan verblijfplaatsen: het zijn plekken waar ontmoeting en netwerkvorming mogelijk moeten zijn. Dit noemen we het sociaal-ruimtelijke inbeddingsprincipe. Een afgelegen of slecht bereikbare locatie bemoeilijkt contact met de omgeving en vermindert de aantrekkelijkheid van gedeelde voorzieningen.

Onderzoek toont aan dat gezamenlijke activiteiten, zoals samen koken, sporten of tuinieren, kunnen leiden tot duurzame relaties en vriendschappen. Toch zijn veel opvanglocaties niet ontworpen met een buurtfunctie in gedachten. Ook de fysieke uitstraling van een gebouw is van belang. Hekken, prikkeldraad of slagbomen beïnvloeden niet alleen de woonervaring van bewoners, maar ook de reputatie en het draagvlak in de omgeving. Goede openbaarvervoersverbindingen zijn eveneens cruciaal voor inbedding en participatie.

Open ontwerpen en gedeelde voorzieningen blijken succesfactoren

Open ontwerpen en gedeelde voorzieningen blijken succesfactoren. In het Deense Jelling bestaat sinds 1993 een asielopvangcentrum dat voorzieningen deelt met de buurt, waaronder kinderopvang, buitenschoolse opvang, een skateboardpark, welzijnsinstellingen en een openbare school in het aangrenzende groen.

4. Kosteneffectiviteit

Het vierde principe is kosteneffectiviteit: goede opvang mag de samenleving niet onnodig veel kosten. Noodopvang is aanzienlijk duurder dan reguliere opvang. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers heeft aangegeven dat reguliere organisatie van opvang een miljard euro’s kan besparen.

Ook binnen reguliere opvang is het belangrijk om kosten en baten in samenhang te bekijken. Wanneer een asielzoekerscentrum zo wordt ontworpen dat het een duurzame investering vormt in de woningmarkt, waar ook andere doelgroepen kunnen wonen, draagt dit bij aan kosteneffectiviteit.

Daarnaast wijst onderzoek op een positieve relatie tussen arbeidsparticipatie van bewoners en maatschappelijk draagvlak voor opvang. Werkende asielzoekers voorzien bovendien (deels) in hun eigen levensonderhoud en doen na vergunningverlening minder beroep op sociale uitkeringen. Ook kunnen lokale ondernemers betrokken worden bij aanbestedingen en kan ondernemerschap rondom opvanglocaties worden gestimuleerd. Kosteneffectiviteit vraagt dus om een integrale afweging van kosten en opbrengsten.

Er lopen experimenten waarbij bewoners meer taken op zich nemen, waardoor minder personeel nodig is

Er lopen experimenten waarbij bewoners meer taken op zich nemen, waardoor minder personeel nodig is. Een voorbeeld is Thuis in Oss, een particuliere opvang in samenwerking met de gemeente Oss. Asielzoekers en Oekraïners werken daar op de lokale en regionale arbeidsmarkt. Daarnaast is er een bewonersraad met medebeslissingsrecht. Eerste bevindingen wijzen op meer draagvlak, minder conflicten en een lagere personeelsbehoefte. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse moet uitwijzen wat dit financieel oplevert.

Tot slot

Lokale innovaties zijn cruciaal om het asielopvangsysteem te verbeteren. Ze geven invulling aan de vier principes van goede opvang: het waarborgen van basisbehoeften, bevordering van welzijn en ontwikkeling, sociaal-ruimtelijke inbedding en kosteneffectiviteit. Deze initiatieven kunnen fungeren als vliegwiel voor bredere, structurele verbeteringen die al lange tijd noodzakelijk worden geacht door wetenschappers, inspecties en maatschappelijke organisaties.

Sara Miellet is onderzoeker Translokale Netwerken bij het Lectoraat Netwerken voor Transities aan de Hogeschool Utrecht. Sara.Miellet@hu.nl   

Karin Geuijen is lector Netwerken voor Transities aan de Hogeschool Utrecht Karin.Geuijen@hu.nl en onderzoeker Publiek Management aan de  Universiteit Utrecht k.geuijen@uu.nl

Ilse van Liempt is hoogleraar Geografie van Migratie en Stedelijke Ongelijkheid aan de Universiteit Utrecht I.C.vanLiempt@uu.nl

Marielle Zill is onderzoeker Maatschappelijk leren op het terrein van Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit Utrecht M.O.Zill@uu.nl

 

Bronnen

Adviesraad Migratie & ROB, Asielopvang als maatschappelijke opgave (2025).

Engbersen, G., J. Dagevos, R. Jennissen, L. Bakker & A. Leerkes (2015), Geen tijd verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten, WRR policybrief 4.

Geuijen, K., Oliver, C., & Dekker, R. (2020). Local innovation in the reception of asylum seekers in the Netherlands: Plan Einstein as an example of multi-level and multi-sector collaboration. In Geographies of asylum in Europe and the role of European localities (pp. 245–260). Springer.

Kremer, M. (2024), Onderzoekers hebben weinig interesse in asielopvang, Sociale Vraagstukken.

Liempt, I. van & Miellet, S. E. (2021). Being far away from what you need: The impact of dispersal on resettled refugees’ homemaking and place attachment in small to medium-sized towns in the Netherlands. Journal of Ethnic and Migration Studies, 47(11), 2377–2395.

Otten, K., M. Maliepaard, J. Dagevos, L. van Leeuwen & M. de Mooij (red.) (2025). Meer dan een dak: De rol van opvang in het werken en welzijn van Oekraïense vluchtelingen. Den Haag: WODC.

Rast, M. C., Younes, Y., Smets, P., & Ghorashi, H. (2020). The resilience potential of different refugee reception approaches taken during the ‘refugee crisis’ in Amsterdam. Current Sociology, 68(7), 853–871.

Zill, M. (2022). Familiar strangers, distant neighbours: How the openness of asylum accommodation influences familiarization between asylum seekers and local residents [Doctoral dissertation, Utrecht University].

 

 

 

 

 

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Adviesraad Migratie, Movisie, het Centrum voor Governance van migratie en diversiteit van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten en het WODC staan als initiatiefnemers van dit platform niet noodzakelijk achter de inhoud van de artikelen en deze kan dan ook niet worden toegeschreven aan de initiatiefnemers, maar zij steunen een door wetenschappelijke kennis geïnformeerd debat.