Migratie- en integratie­deskundigen in gesprek

Kabinet-Jetten maakt geen fundamentele keuzes over arbeidsmigratie

Over dit platform

Categorie: Arbeidsmigratie

De regering wil meer grip op migratie en richt zich daarbij vooral op asielmigratie. Maar wie echt grip wil, moet ook naar arbeidsmigratie kijken. Dat dwingt tot fundamentele keuzes over wat voor economie Nederland wil zijn.

Door Sander Kunst, Jaco Dagevos

Gepubliceerd op: 24 april 2026

 

Migratie is al jaren een heet hangijzer in de Nederlandse politiek. De coalitie tussen D66, VVD en CDA belooft in haar akkoord om keuzes te maken op dit dossier, zodat er daadwerkelijk ‘grip’ komt op migratie, het sleutelwoord van de laatste jaren.

Wie het akkoord leest komt tot de conclusie dat grip op migratie voornamelijk wordt gezocht bij asielmigratie. Het EU asiel- en migratiepact dat op 12 juni in werking treedt, en de pas aangenomen wet tweestatusstelsel moeten het aantal asielaanvragen verminderen.

Alhoewel de asielnoodmaatregelenwet sneuvelde in de Eerste Kamer, heeft de regering toegezegd alsnog spoedig met extra nationale maatregelen te komen om Nederland minder aantrekkelijk te maken voor asielzoekers. In hoeverre dit gezamenlijk zal leiden tot minder asielzoekers die naar Nederland komen, is ongewis.

Arbeidsmigratie

Tegelijkertijd blijven op arbeidsmigratie fundamentele keuzes grotendeels uit binnen het coalitieakkoord. Dat is opmerkelijk. Arbeidsmigratie is qua omvang aanzienlijk groter dan asiel: gemiddeld 26% versus 11% van de totale migratie tussen 2013 en 2022 (Ministerie van Asiel en Migratie 2025). Wie grip wil op migratie, zal daarom ook naar arbeidsmigratie moeten kijken, omdat daar een groot gedeelte van de totale migratie wordt bepaald.

Arbeidsmigratie in Nederland is in belangrijke mate laagbetaald

Arbeidsmigratie in Nederland is in belangrijke mate laagbetaald: veel migranten verdienen rond of net boven het minimumloon. Zij zijn vaak werkzaam in sectoren zoals de tuin- en landbouw, distributie, en vleesverwerking. Deze banen hebben niet alleen lage lonen, maar ook flexibele contracten en ongunstige arbeidsomstandigheden. Daardoor krijgen laagbetaalde arbeidsmigranten vaak te maken met onzekerheid, gebrekkige huisvesting en uitbuiting (zie ook Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten 2020).

Wat voor sectoren willen we?

De vraag rijst of we in Nederland dit soort sectoren nog willen die grotendeels afhankelijk zijn van arbeidsmigranten, die vaak een fors beslag leggen op ruimte en energiegebruik, en economisch weinig toevoegen (Adviesraad Migratie 2024; IBO 2025; Staatscommissie Demografische Ontwikkeling 2050 2024). Het kabinet heeft veel aandacht voor de verbetering van hun arbeidsomstandigheden, maar hoe we meer grip krijgen op de omvang van de laagbetaalde arbeidsmigratie blijft tot nu toe ongewis.

Dat in Nederland grote aantallen arbeidsmigranten werken komt in de eerste plaats door de grote vraag naar laagbetaalde banen

Tweederde van de arbeidsmigranten komt uit EU-landen (IBO Arbeidsmigratie 2025). Vanwege het vrije verkeer van personen mogen zij hier wonen en werken. Er zijn dus geen mogelijkheden om via direct migratiebeleid toelating aan banden te leggen. Hier is indirect migratiebeleid de aangewezen weg: namelijk via regelgeving op het terrein van de arbeidsmarkt en bedrijfssectoren.

Dat in Nederland grote aantallen arbeidsmigranten werken komt in de eerste plaats door de grote vraag naar laagbetaalde banen – banen die Nederlanders zelf niet willen doen. Het aantal laagbetaalde banen is in Nederland de afgelopen jaren drie keer zo hard gegroeid ten opzichte van het aantal andere banen (IBO Arbeidsmigratie 2025). Uitzendbureaus faciliteren actief die vraag naar laagbetaald werk. In Nederland bestaan nauwelijks toetredingseisen voor uitzendbureaus, waardoor er letterlijk duizenden uitzendbureaus actief zijn om arbeidsmigranten naar Nederland te halen.

Gericht arbeidsmarkt- en sectorbeleid

Wil het kabinet echt meer grip op migratie krijgen, dan is gericht arbeidsmarkt- en sectorbeleid de aangewezen weg. Het beperken van laagbetaalde arbeidsmigratie staat niet op zichzelf, maar vergt een  visie op wat voor economie en samenleving Nederland wil zijn, en welke omvang en samenstelling van arbeidsmigratie daarbij past.

Migratiebeleid en sociaaleconomisch beleid zijn aan elkaar verbonden

Migratiebeleid en sociaaleconomisch beleid zijn aan elkaar verbonden, ze dragen bij aan hoe Nederland zich de komende jaren gaat ontwikkelen. De roep voor zo’n integrale visie is niet nieuw. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (2024), de Adviesraad Migratie (2024), en het IBO Arbeidsmigratie (2025) riepen de overheid de afgelopen jaren al op om tot zo’n visie te komen.

In de onlangs uitgebrachte reflectie van het SCP (2026) op het coalitieakkoord onderstrepen we het belang hiervan. Het ontwikkelen van zo’n visie past bij de breed gedeelde wens binnen de bevolking voor minder migratie én dat de overheid daar beleid op gaat voeren (Kunst et al. 2025). Wanneer concreet beleid uitblijft zet dit het toch al lage vertrouwen van de bevolking in de politiek verder onder druk.

Maatregelen

De coalitie zet weliswaar enkele voorzichtige stappen voor meer grip op arbeidsmigratie (bv. in 2027 strengere regels voor uitzendbureaus, experimenteren met het gebruik van robots in de landbouw, en een wet voor meer zekerheid van flexwerkers), maar deze maatregelen zijn op zichzelf niet genoeg om de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeid te verminderen. Wat nodig is, is een breed, samenhangend pakket van maatregelen.

Wie grip wil op migratie, mag laagbetaalde arbeidsmigratie niet uit het oog verliezen

Het IBO Arbeidsmigratie (2025) werkt hiervoor verschillende beleidsopties uit. Naast technologische oplossingen en het beter benutten van mensen die al in Nederland zijn, gaat het juist ook om maatregelen die de inrichting van de arbeidsmarkt en economie beïnvloeden. Zo kunnen een hoger minimumloon en beperking van uitzendconstructies de vraag naar laagbetaalde arbeidsmigratie remmen.

Daarnaast kan de overheid de productie van sectoren die sterk leunen op laagbetaalde arbeidsmigratie minder aantrekkelijk maken, bijvoorbeeld door stikstof en CO2 te beprijzen, en strengere normen te stellen voor nachtarbeid. Alleen met zulke structurele keuzes kan de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeid echt worden verminderd.

Het nieuwe kabinet vult grip op migratie vooral in via het beperken van asielmigratie. Maar wie grip wil op migratie, mag laagbetaalde arbeidsmigratie niet uit het oog verliezen. Om ook daar grip op te krijgen, zal de politiek onvermijdelijk pijnlijke keuzes moeten maken over welke sectoren meer of minder ruimte krijgen in Nederland. De uitdaging voor de komende tijd ligt vooral in het daadwerkelijk maken van deze benodigde keuzes.

 

Sander Kunst is onderzoeker bij het dossier Migratie bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. 

Jaco Dagevos is coördinator van het dossier Migratie bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

Referenties

Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. (2020). Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan. Den Haag: Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten.

Adviesraad Migratie. (2024). Afgewogen arbeidsmigratie. Gericht arbeidsmigratiebeleid voor brede welvaart. Den Haag: Adviesraad Migratie.

IBO Arbeidsmigratie. (2025). Wat werkt voor de toekomst. Den Haag: Rijksoverheid.

Kunst, S., Dagevos, J., & Coenders, M. (2025). Migratie als spiegel van maatschappijbeelden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Ministerie van Asiel en Migratie. (2025). De Staat van Migratie 2025. Den Haag: Ministerie van Asiel en Migratie.

Sociaal en Cultureel Planbureau. (2026). Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. (2024). Gematigde groeiRapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Den Haag.

 

Reacties 2

  1. Een factor die veelal onderbelicht blijft in de immigratieproblematiek is het niveau van ons sociale zekerheidsstelsel, waarin begrepen minimumloon en diversiteit aan uitkeringen. Enerzijds maakt de hoogte van het minimumloon en de daarmee gepaard gaande dagelijkse inspanningen het voor uitkeringsgerechtigden niet aantrekkelijk hun verworven recht in te ruilen, anderzijds is het dermate hoog dat het voor veelal Oost-Europese EU-medeburgers aantrekkelijk genoeg is tot hun besluit tot arbeidsmigratie.
    Ditzelfde binnen de EU onvergelijkbare sociale zekerheidsstelsel heeft in de loop der jaren zo’n aantrekkingskracht verworven dat asielmigranten uit de Middellandse Zee-omringende regio’s tot ver in Azië en Afrika, de Zuid-Europese landen als aankomsthub zien om naar Nederland door te reizen, waarvan bekend zal zijn hoe hun verblijfsrechten juridisch en politiek verzekerd zijn.
    Samenvattend willen wij als EU-lid verlichting verkrijgen op de proportioneel bovenmatige last van zowel asiel- als arbeidsmigratie dan zullen we nivellering van rechten en plichten op EU-niveau topprioriteit moeten geven en daarbinnen als Nederland strikte grenzen trekken.

  2. Beste Sander Kunst en Jaco Dagevos,

    Migratie is hier niet het echte probleem voor ‘de Nederlanders’.

    Men heeft ’t gevoel dat de politiek er niet echt is, voor hen.
    Mindere woonomstandigheden, moeite om ’t hoofd boven water te houden, zeg maar ‘hard werken voor weinig’ kenmerkt velen van deze Nederlanders die geen opvang van asielzoekers in hun buurt willen krijgen.

    Dan irriteert ’t buitengewoon wanneer er mensen van de andere kant van de wereld komen (nou ja, voor een kwart van de andere kant van de wereld dan), vanuit landen als Syrië, Somalië, Eritrea, etc., die geen verbinding hebben met Nederland of met de Nederlandse cultuur, en wij Nederlanders ook geen ‘klik’ met hen hebben, maar dat die mensen uit een ver buitenland hier wel feitelijk welkom zijn (zonder dat er een visumaanvraag benodigd is).

    Met alle egards worden ontvangen.
    Want: mét goede gezondheidszorg, die ze hier als asielzoeker gratis krijgen.
    En mét goed onderwijs, ook gratis voor hen.
    Mét maandelijks geld dat ze krijgen.
    En mét dat er ook voor huisvesting gezorgd wordt.

    Ik kan je verzekeren dat je dat als Nederlander allemaal niet krijgt, als je zonder visum probeert om ‘aan te meren’ in bijvoorbeeld de VS, Suriname, Thailand of in welk ander land dan ook buiten de EU.

    Arbeidsmigranten uit de EU daarentegen komen hier ook en komen bovendien direct iets brengen, in plaats van alleen maar halen.
    Namelijk hun arbeidsinzet.
    Die doen werk dat Nederlanders niet (willen) doen.
    En die betalen ook nog eens loonbelasting.
    Dragen dus dubbel bij aan de samenleving in Nederland.

    De hooghartigheid die spreekt uit ’t willen uitfaseren van sectoren als de vleesindustrie, de tuinbouwsector of distributiecentra irriteert me.
    Er zijn ook Nederlanders die in die sectoren (keihard) werken en er hun brood mee verdienen.
    Dat dus niet doen door vanachter een bureau te typen, maar door hun handen te laten wapperen.

    Daar komt bij dat Nederland helemaal niet zonder die distributiecentra kan.
    Dat wil zeggen, als men tenminste die bestelde schoenen en kleding thuisbezorgd wil krijgen, en ook de boodschappen van Albert Heijn en de Jumbo.
    In die centra doen Roemenen, Bulgaren en Polen de orderpicking.
    En zorgen over ’t algemeen Nederlanders voor de vriendelijke bezorging aan huis.

    Mensen willen niet per se minder migratie.
    Mensen willen geen overmatig gunstige behandeling van vreemdelingen, zoals met asielzoekers structureel gebeurt.
    En mensen willen voor zichzelf een fijne en veilige woonomgeving met genoeg geld om de boodschappen mee te kunnen betalen.

    Het gaat niet om ‘grip op migratie’.
    Het gaat wél om ‘het vermijden van een overmatig gunstige behandeling van vreemdelingen’, zoals met asielzoekers structureel gebeurt hier in Nederland.
    Dat is een cruciaal verschil.

    En mensen willen gewoon – het liefst goedkoop – hun vlees in de supermarkt kunnen kopen.
    En de door hen bestelde schoenen, kleding en boodschappen thuisbezorgd krijgen.
    Dus niet per se terugdringing van arbeidsmigratie.

    Betere arbeidsomstandigheden voor die Roemenen, Bulgaren en Polen zijn en passant daarbij wél prima.

    Met vriendelijke groet.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Adviesraad Migratie, Movisie, het Centrum voor Governance van migratie en diversiteit van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten en het WODC staan als initiatiefnemers van dit platform niet noodzakelijk achter de inhoud van de artikelen en deze kan dan ook niet worden toegeschreven aan de initiatiefnemers, maar zij steunen een door wetenschappelijke kennis geïnformeerd debat.