Migratie- en integratie­deskundigen in gesprek

Adviesraad Migratie bezorgd over wetsvoorstellen die asielzoekers moeten afschrikken

Over dit platform

Categorie: Asiel

Dinsdag 21 april stemt de Eerste Kamer over de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel. Het doel van deze wetten is Nederland minder aantrekkelijk te maken dan andere EU-lidstaten, in de verwachting dat daardoor minder mensen hier asiel zullen aanvragen. De Adviesraad Migratie heeft drie zorgen en stuurde daarover een brief aan de senatoren.

Door Redactie

Gepubliceerd op: 18 april 2026

 

De zorgen van de adviesraad zijn geformuleerd als vragen. De eerste vraag luidt: Is het noodzakelijk en effectief om nationale maatregelen in te voeren die niet door het EU-Asiel- en Migratie Pact worden vereist, maar die de uitvoering wel extra belasten?

Het antwoord van de raad laat zich raden: Het EU-Asiel- en Migratiepact dat vanaf 12 juni wordt ingevoerd verplicht niet tot de voorgestelde strengere maatregelen, zoals het tweestatusstelsel.

Die laatste maatregel betekent dat er een onderscheid gemaakt gaat worden tussen twee categorieën asielvergunningen, met verschillende rechten en plichten: een A-status voor personen met gegronde vrees voor vervolging wegens bijvoorbeeld ras, religie, nationaliteit of politieke overtuiging. En een B-status voor mensen die daarop geen beroep kunnen doen maar die wel een reëel risico lopen door bijvoorbeeld oorlog of willekeurig geweld. Voor die laatste groep gaat met de nieuwe wet een wachttijd gelden van 2 jaar voordat gezinsleden – van het ‘kerngezin’- mogen nareizen.

Niet alleen hoeven deze maatrelen niet van Europa, maar zijn ze volgens de Adviesraad ook praktisch onhaalbaar

Het EU-Migratiepact verplicht volgens de raad ook niet tot de beperkingen die met de wetten worden beoogd: behalve het tweestatusstelsel ook aanscherpingen van de vereisten bij nareis van familieleden (zie hieronder), de verkorting van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van vijf naar drie jaar, de afschaffing van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, de afschaffing van de voornemenprocedure (een schriftelijke aankondiging van een negatief besluit waarop de asielzoeker mag reageren) en de verruiming van de mogelijkheden van de overheid tot ongewenstverklaring. Dit laatste betekent dat vreemdelingen vaker, sneller en op meer gronden uitgesloten kunnen worden van verblijf, met zeer ingrijpende gevolgen voor hun rechten en gezinsleven.

Niet alleen hoeven deze maatrelen niet van Europa, maar zijn ze volgens de Adviesraad ook praktisch onhaalbaar want het invoeren van een tweestatusstelsel vergt volgens de raad minimaal negen tot vijftien maanden, waarmee invoering vóór het Pact op 12 juni onmogelijk is. ‘Aangezien de Wet invoering tweestatusstelsel komt te vervallen op de datum het Pact in werking treedt, zal de aanname van deze wet dus weinig effect hebben.’

Strafbaarstelling

De tweede vraag van de raad luidt: In hoeverre rechtvaardigt de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf de aanzienlijke praktische en juridische bezwaren die eraan kleven?

Het antwoord van de raad: Strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf voegt weinig toe aan wat nu al kan, is moeilijk uitvoerbaar en legt extra druk op politie, justitie en rechtspraak. De politie heeft haar zorgen al geuit over de uitvoerbaarheid, reikwijdte en effectiviteit van de maatregel, evenals over de gevolgen voor de leefbaarheid en maatschappelijke rust.

Het afschrikwekkende effect van strafbaarstelling kan ertoe leiden dat mensen voorzieningen vermijden en onder de radar verdwijnen

Bovendien kan de maatregel in strijd zijn met Europees recht en leiden tot een afschrikwekkend effect, waardoor migranten noodzakelijke voorzieningen vermijden. Immers, ook bij strafbaarstelling blijft Nederland verplicht om minimale voorzieningen te bieden, zoals medisch noodzakelijke zorg, rechtsbijstand, politiebescherming en onderwijs voor minderjarigen. Het afschrikwekkende effect van strafbaarstelling kan ertoe leiden dat mensen deze voorzieningen vermijden en onder de radar verdwijnen.

Kort en goed: de Adviesraad ziet grote bezwaren tegen de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijvende migranten, en beveelt aan om hier niet mee in te stemmen.

Gezinshereniging

De derde vraag tenslotte: Waarom zijn de nieuwe regels voor gezinshereniging problematisch?

De Adviesraad Migratie: Het wetsvoorstel introduceert een wachttijd van twee jaar voordat gezinsleden kunnen nareizen, gecombineerd met een huisvestings- en middelenvereiste. Aangezien asielprocedures al lang duren leidt dit ertoe dat gezinsleden voor meerdere jaren gescheiden blijven.

Aangezien asielprocedures al lang duren leidt dit ertoe dat gezinsleden voor meerdere jaren gescheiden blijven

De Adviesraad denkt dat dit in strijd is met artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven), het Kinderrechtenverdrag en het EU-Handvest. Nu is er wel de ‘hardheidsclausule’, een bepaling waarmee de minister of de IND af kan wijken in concrete gevallen en maatwerk kan bieden. Maar, zegt de raad, dat biedt onvoldoende soelaas wanneer grotere groepen om uitzonderingen vragen.

Daarnaast is de beperking van het recht op gezinshereniging ook problematisch voor de LHBTQI+-gemeenschap. De beperking van gezinshereniging geldt weliswaar voor iedereen, maar pakt voor LHBTQI+-partners extra hard uit. Vaak zijn zij gevlucht omdat samenleven met hun partner in het land van herkomst onmogelijk was. Als gezinshereniging in Nederland dan wordt uitgesloten, verliest de geboden bescherming haar betekenis.

Al met al adviseert de raad de Eerste Kamer om ook niet met deze aanscherping in te stemmen.

Zie  voor de brief de post op Linkedin.

Foto: Martijn Stoof. Politie Suv Naast Marineschip Met F 805 Markering via Pexels

 

 

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De Adviesraad Migratie, Movisie, het Centrum voor Governance van migratie en diversiteit van de Leiden-Delft-Erasmus-universiteiten en het WODC staan als initiatiefnemers van dit platform niet noodzakelijk achter de inhoud van de artikelen en deze kan dan ook niet worden toegeschreven aan de initiatiefnemers, maar zij steunen een door wetenschappelijke kennis geïnformeerd debat.