Stop investeren in eenzijdige conflicthulp

Jaarlijks geeft de overheid zomaar een half miljard uit aan hulp aan één partij, om recht te halen bij een andere. Denk aan huurconflicten, conflicten over uitkeringen, met ex-partners... Verschuif dat geld naar oplossingen, zeggen Krijn van Beek en Dick Weiffenbach.

Eén partij helpen om juridisch ten strijde te trekken tegen de ander is onbedoeld een recept voor juridisering, voor escalatie en teleurstelling. Conflicten tellen altijd twee (of meer) partijen. We kunnen veel maatschappelijk voordeel boeken als we onze uitgaven aan sociaal raadslieden, rechtsbijstand en andere juridische hulpverleners verschuiven: van hulp aan één van de strijdende partijen, naar conflictoplossing voor alle betrokken partijen. In plaats van investeren in strijd, kunnen we ook investeren in oplossingen.

Recht dat te duur is en te lang duurt, is vaak geen recht

In het gangbare spraakgebruik is er een ‘rechtzoekende‘, die ‘steun’ nodig heeft om zijn of haar ‘recht te halen’. Als je wilt dat een oplosbaar verschil van mening escaleert, moet je het zo doen. Want ‘je recht halen’ impliceert dat de ander fout zit.
Advocaten en andere rechtshulpverleners gaan vervolgens aan de slag om die fout aan te tonen en dwingen de andere partij in de verdediging. Het idee is dat de rechter uiteindelijk bepaalt wie er gelijk heeft – met een winnaar en een verliezer. De resultante hiervan is: uitkomst onzeker, stress gegarandeerd, hoge kosten en het sleept lang voort. Recht dat te duur is en te lang duurt, is vaak geen recht.

Pendeldiplomatie

Dit kan beter. Neem de casus van een gemeente die een besluit heeft genomen waar een inwoner ongelukkig mee is. Stel dat er een deskundige neutrale derde is die met de inwoner het gesprek voert over wat anders had gekund en vervolgens met de betreffende ambtenaar bekijkt of en hoe er ruimte is om het alsnog anders te doen.

Pendeldiplomatie is sneller, minder onzeker, en beide partijen worden serieus genomen

Het is een soort pendeldiplomatie, met respect voor de regels en kennis van de ruimte die er ook altijd is. Met de mogelijkheid om misverstanden te verhelderen en een passende oplossing te creëren. Het heeft aspecten van mediation, maar is vroeger in het proces, meer inhoudelijk – met diepgaande kennis van de betreffende regels – en stuurt actiever naar een oplossing. Bovendien moet je voor mediation eerst met de andere partij overeenkomen dat je naar een mediator wil. Als dát al lukt, kom je er samen misschien ook wel uit zonder mediator….
De pendeldiplomatie is sneller, minder onzeker, en beide partijen worden serieus genomen. Ze krijgen mogelijk zelfs begrip voor elkaars positie en de uitkomst is een bemiddelingsresultaat waarmee ze allebei vrede hebben en verder kunnen. Het kán natuurlijk zijn dat de bemiddeling niet lukt. De inschatting is dat het zou gaan om slechts 10 procent van de geschillen.[i] In die gevallen zou de neutrale derde een direct doorgaande route kunnen bieden naar een uitspraak, waar alsnog een knoop kan worden doorgehakt.

Lerend systeem

Het ligt voor de hand dat de neutrale derde zijn werkwijze analyseert en verbetert, met als referentiepunt: snel en efficiënt oplossen, zodat alle partijen verder kunnen. Ook kan deze persoon/instantie periodiek zaken analyseren en feedback geven aan beleidsmakers. Dit verhelpt slecht doordachte regelgeving die tot onnodige conflicten leidt. Daarnaast kan de neutrale derde bijdragen aan brede publieksvoorlichting om toekomstige conflicten te voorkomen.

Rechterlijke uitspraken leiden slechts zelden tot systeemleren

Door op deze manier feedback te organiseren, wordt de neutrale conflictoplosser niet alleen zelf steeds beter, maar wordt hij ook centraal onderdeel van een lerend systeem. In de huidige rechtsstatelijke praktijk leiden rechterlijke uitspraken slechts zelden tot systeemleren – de overwinning in de rechtszaal staat centraal en niet wat de betreffende (overheids)organisatie zou kunnen leren van problemen die zich in hun praktijk voordoen.
Als de neutrale derde bijvoorbeeld gekoppeld zou zijn aan een specifieke gemeente of aan het UWV, dan kan die in voorkomende gevallen rechtstreeks terug rapporteren en zo het lerend vermogen voeden.

Groot maatschappelijk belang

Op deze manier vermindert het aantal slepende conflicten. Dit levert gezondheidswinst, meer geluk en economische groei. Onderzoek van het WODC laat zien dat inwoners jaarlijks tegen bijna 6 miljoen serieuze problemen aanlopen.[ii] Meer dan een kwart sleept twee jaar later nog steeds.[iii] (Kleine) bedrijven hebben een nog hogere conflictdruk.[iv]

We kunnen elk jaar ten minste 1,5 miljard aan ons bruto nationaal product bijschrijven

In onze welvarende, dynamische en complexe samenleving horen conflicten erbij. Maar mensen die wakker liggen van een conflict, leveren in op andere plekken: hun gezondheid, hun sociale omgeving, hun werk, hun onderneming.
Op al deze terreinen ligt de winst dus voor het oprapen. Ecorys becijferde dat we elk jaar ten minste 1,5 miljard aan ons bruto nationaal product kunnen bijschrijven, als we 80 procent van al die conflicten binnen een jaar naar tevredenheid weten op te lossen. Dat percentage ligt nu op ongeveer 30 procent.[v] En daar komt het toegenomen welzijn nog bij.

Het is er al

Voor wie denkt dat zo’n ‘neutrale derde’ slechts een droom is: er zijn al succesvolle voorbeelden. Ja, sturen op conflictoplossing in plaats van één partij helpen een zaak aan te spannen, is een radicale breuk met de gangbare praktijk van recht en rechtshulp, maar volgt wel bewezen inzichten uit onderzoek.[vi]
Bovendien bestaan zulke ‘neutrale derden’ al, die precies doen wat we hiervoor bespraken: bemiddelen, indien nodig beslechten, systeemfeedback geven en publieksvoorlichting. SKGZ voor problemen met een zorgverzekering, Kifid voor problemen met een financiële dienstverlener en GIP voor pensioenfondsen zijn lichtende voorbeelden.

Het is veelbelovend, maar wat zijn de aantallen nog klein

Samen met de Huurcommissie en de Geschillencommissie verbeteren ze zichzelf ook voortdurend onder de vlag van ADR-Nederland (Alternative Dispute Resolution). Niet als pilot of als experiment. Maar voor hele sectoren. Inclusief een werkend bekostigingsmodel.
Ook binnen de rechtspraak zijn er lopende en succesvolle initiatieven die op dit beginsel zijn geënt, zoals VoorRecht-rechtspraak, een fundamentele shift in de kijk op de rechtspraak die tot Beste Overheidsinnovatie 2025 is uitgeroepen. Ander voorbeeld is de Gezinsadvocaat, bij echtscheidingen – anders dan de naam suggereert is dit geen advocaat voor één partij, maar een duo (een jurist en een gedragsdeskundige) dat samen een echtscheiding in goede banen helpt leiden.

Zelden de default

Het is veelbelovend, maar wat zijn de aantallen nog klein in verhouding tot de hoeveelheid conflicten waarmee mensen blijven zitten. En belangrijker: het is zelden de default. Ja, bij zorgverzekeringen en bij je bank krijg je direct te horen waar je naartoe kan als je er samen niet uitkomt. Maar die gezinsadvocaat, dat moet je maar net weten. Het standaardmodel blijft toch de advocaat die namens jou gaat optreden.

Als conflicten sneller worden opgelost, herstelt ook het vertrouwen in instanties

Ter illustratie: het UWV meldt in haar jaarverslag over 2025 naast 62.330 bezwaar- en 9.501 beroepsprocedures, ook 20 mediations. Dat is net geen 0,03%...
De neutrale derde die als opdracht heeft om problemen op te lossen, biedt grote voordelen voor onze samenleving en rechtsstaat. Als conflicten sneller opgelost worden, herstelt het vertrouwen in instanties en in elkaar. Mensen kunnen weer verder in plaats van dat ze de ballast van een onopgelost conflict met zich meedragen.
Interessant is dat zo ook nieuw perspectief ontstaat voor sociaal raadslieden en voor (een deel van) de (sociale) advocatuur. Zij werken vaak al bemiddelend, maar ontberen de vlag van gezaghebbende neutrale derde. Zij moeten partijdig zijn en dat zit ze in de weg.
Ook missen zij die doorgaande route naar beslechting in die gevallen waarin bemiddeling niet lukt. Maar hun kennis en betrokkenheid, maakt ze bij uitstek geschikt. Zoals we aan het begin stelden: we moeten middelen verschuiven van rechtshulp die één partij helpt, naar conflictoplossing die partijen samen uit het conflict leidt.

Naar een nieuwe standaard

Er zijn verschillende startpunten denkbaar. Zoals de ADR’s aantonen, is het mogelijk om als organisatie(s) zelf te beginnen en oplossingsgerichte conflictoplossing tot de standaard te maken. Gemeenten zouden de koppen bij elkaar kunnen steken en hun uitgaven aan sociaal raadslieden, aan commissies voor de bezwaarschriften, aan hun eigen juridische afdeling en hun ombudsman bij elkaar kunnen leggen en een eigen ADR in het leven kunnen roepen. De belastingdienst of het UWV zou zo’n stap ook kunnen zetten.

Ook gemeenten die anders de jeugdhulp moeten betalen, hebben belang bij de oplossingsgerichte werkwijze

Bij burenconflicten zijn er in veel gemeenten zeer succesvolle vormen van buurtbemiddeling. Daaraan de mogelijkheid van een uitspraak koppelen, zou deze functie kunnen versterken. Om bij bijvoorbeeld echtscheidingen de oplossingsgerichte werkwijze tot standaard te maken, is meer nodig: niet alleen vereist dit een andere manier van toekennen van rechtshulp (van individu naar gezin), maar ook het professionaliseren van een markt van duizenden echtscheidingshulpverleners in de richting van een conflictoplossing als standaard. Overigens hebben hier niet alleen kinderen van (vecht)scheidende ouders belang bij, maar ook gemeenten die immers de bijbehorende jeugdhulp moeten betalen.

Krijn van Beek en Dick Weiffenbach doen ontwikkelwerk aan en voor een rechtsstaat die beter werkt voor mensen. Van Beek vanuit Policy Design Studio en Weiffenbach, als voormalig bestuurder van Netbeheeer Nederland, EY en HVG Law.

 

Noten:

[i] Zie bijv. M. Barendrecht en K. van Beek. (2026). Leren van ADR Praktijk in Nederland; Versterkt conflictoplossend vermogen, HIIL, Den Haag. https://www.adr-samenwerking.nl/over/leerpublicatie

[ii] M. Hoekstra, V. Ljujić, R. van Riezen en Y. Overvelde. (2026). Geschilbeslechtingsdelta 2024, WODC, Cahier 2026-3, Den Haag https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2026/03/17/groter-deel-bevolking-ervaart-juridische-problemen

[iii] Dit cijfer zit niet in het gepubliceerde onderzoek. Desgevraagd leverde de onderzoeker aan dat in 2024  29% van de conflicten langer duurde dan twee jaar. De geschilbeslechtingsdelta 2019 rapporteerde dit cijfer wel, toen was het 25%. (M. ter Voert en M. Hoekstra (2020), Geschilbeslechtingsdelta 2019, Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers, WODC, Cahier 2020-18, Den Haag).

[iv] T. Geurts en M. ter Voert. (2019). Geschillen in het MKB, Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen, WODC, Cahier 2019-11, Den Haag.

[v] N. Peters, G. op ’t Hoog, D. Korvers, C. Geertman en S. van Muiswinkel. (2021). MKBA innovatieve rechtsvoorzieningen, Ecorys, Rotterdam - https://www.ecorys.com/nl/case-studies/understanding-social-costs-and-benefits-of-innovative-forms-of-administration-of-justice/

[vi] Het meeste onderzoek op dit gebied vindt haar basis in het Harvard Negotiation Project – een onderzoeksprogramma dat loopt sinds begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Goede samenvatting van dit werk is: R. Fischer en W. Ury, 1981, Getting to Yes, Houghton Mifflin.

 

Foto: Yan Krukau via Pexels.com