Het gaat slecht met de natuur op de Wadden. Op een besloten bijeenkomst presenteerde Rijkswaterstaat een aantal opties om het tij te keren. Ook het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) kwam naar de eilanden om er zijn nieuwe Beleidskader Waddenzee te presenteren. Opnieuw was de boodschap: het is de hoogste tijd voor ingrijpende maatregelen.
Lokale gemeenschappen spelen in de beleidslogica nauwelijks nog een rol
Deze twee interventies vormen onbedoeld de perfecte illustratie voor de stelling dat het oplossen van problemen in de leefomgeving de afgelopen decennia steeds centralistischer is georganiseerd. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) schreef in haar rapport Falen en opstaan (2025) dat problemen zelden adequaat worden aangepakt vanwege de slechte samenwerking tussen overheidsorganen en lokale gemeenschappen. Die laatste spelen nauwelijks nog een rol.
De regie op problemen is op afstand geplaatst en wordt georganiseerd vanuit een verkokerde hiërarchie waar experts vanuit hun eigen domeinblik naar een vraagstuk kijken. Een systemische kijk wordt daardoor onmogelijk en de samenhang in de complexe dynamiek van sociale, economische en ecologische factoren blijft buiten beeld.
Op afstand door experts
Een nadere blik op hoe dit alles zich afspeelt op de Waddeneilanden kan het denken over hoe het wél kan verder helpen. De beleidskaders en scenario’s voor natuurherstel werden, zoals te vaak gebeurt, op afstand door experts ontwikkeld. En tegen het einde moeten dan nog wel even de bewoners van de eilanden worden meegenomen.
Onderdeel van de bijeenkomst is de presentatie van kaartjes met mogelijk af te sluiten gebieden
Daarom organiseert Rijkswaterstaat in april 2026 een ‘maatregelentafel’ in Badhotel Bruin, met vertegenwoordigers van de gemeente, de provincie Fryslân, Staatsbosbeheer en Defensie. Daarnaast is een selecte groep bewoners en lokale ondernemers uitgenodigd. Onderdeel van de bijeenkomst is de presentatie van kaartjes met mogelijk af te sluiten gebieden, ‘recreatieve zonering voor publiek’ in bestuurlijk jargon. Deze kaartjes hebben volgens een woordvoerder geen formele status; ze zijn alleen ter ondersteuning van een proces.
Na de presentatie tekent Marloes Fopman, een van de aanwezige ondernemers, protest aan en dat leidt vervolgens op alle eilanden tot immens protest. Minister Karremans reageert daarop met de uitspraak dat er volgens hem ‘iets misgegaan is in de communicatie’.
Deze bijeenkomst voltrok zich kortom geheel volgens het principe van centralistische sturing: maak een plan, consulteer selectief de bewoners, neem de opgehaalde informatie mee en scherp het plan aan.
Hindernis
Vanuit het rapport Falen en opstaan dringt zich de vraag op of Rijkswaterstaat er in een eerdere fase aan gedacht heeft dat de bewoners wellicht de doorslaggevende partners zijn voor het bedenken, uitvoeren en sociaal en duurzaam inbedden van de oplossingspraktijken?
De kaartjes roepen direct het stikstofkaartje van oud-minister Van der Wal in herinnering, een paar jaar geleden. De gangbare Haagse beleidslogica miskent op voorhand de mogelijkheid dat de boeren, de bewoners van de Waddeneilanden, kortom de direct betrokkenen zelf, partners kunnen zijn bij het realiseren van hun doelstellingen.
Het gaat om families die er soms al generaties lang wonen, en er is een gerede kans dat velen van hen zich verbonden voelen met hun weilanden en eilanden en zichzelf zien als hoeders van de natuur. Misschien hebben zij zelfs specifieke kennis en praktijken ontwikkeld om hun omgeving mooi en leefbaar te houden.
De eilandbewoners worden tegenover hun eigen natuur geplaatst
Het stuit veel eilandbewoners tegen de borst dat zij vooral worden gezien als een te nemen hindernis. Marloes Fopma beschreef het sentiment als volgt in haar artikel: ‘De gedachte is dat de natuur herstelt als wij verdwijnen. Maar daarin zit een fundamentele misvatting. Wij zijn hier geen passanten. Wij wonen hier. Wij zijn de Wadden.’
Als je de plannen leest voor de zonering van publiek kun je haar moeilijk ongelijk geven. De eilandbewoners worden daarin tegenover hun eigen natuur geplaatst. Wat dat sentiment nog versterkt, is de waarneming dat andere belangen kennelijk vrij spel hebben: het lozen van afvalwater in de Waddenzee gaat gewoon door, net als de zout- en gaswinning, het baggeren van het Waddengebied en het aanleggen van industriële kabels dwars door Schiermonnikoog.
Direct in het andere kamp
De wissel die Rijkswaterstaat en LVVN met hun centralisme trekken op een goede en duurzame uitkomst van hun bemoeienis is enorm. Dat er misschien mensen zijn die ideeën en voorstellen hebben die stroken met hun visie wordt op voorhand uitgesloten. Ze worden meteen in het andere kamp geplaatst.
Er blijft een afstand tussen het plan en de mensen die ermee moeten leven
Terwijl bezorgde bewoners en ondernemers de problemen met overtoerisme, misbruik van natuurgebieden en vervuiling wel degelijk onderkennen. De bereidheid tot creatieve en lokale samenwerking wordt echter de kop ingedrukt nu er een dynamiek ontstaat van kampen, partijen en verticale sturing.
Als de oplossingen voor de ecologische problemen op de Waddeneilanden zonder de lokale gemeenschappen worden uitgevoerd, blijft er altijd een afstand bestaan tussen het plan en de mensen die ermee moeten leven. Een oplossing die door hen mede-ontwikkeld wordt, heeft meer duurzame kans van slagen.
Zij is beter ingebed in het leven op de eilanden en kan het vermogen van lokale groepen versterken om toekomstige ecologische problemen het hoofd te bieden. Door mede-eigenaar te worden van de oplossing veranderen ook de relaties van betreffende eilandbewoners; onderling, met de overheidsinstanties én met de lokale natuurgebieden.
Dat de natuur hersteld moet worden, daar is iedereen het wel over eens. Nu gaat alle energie echter naar een onnodig en averechts werkend conflict. Dat maakt iedereen tot verliezer: Rijkswaterstaat en LVVN, die hun eigen proces onmogelijk maken, de bezorgde bewoners van de Waddeneilanden, en niet in de laatste plaats de prachtige Wadden zelf.
Excuses en zelfreflectie
Hoe nu verder? Rijkswaterstaat heeft erkend dat ze het onhandig hebben aangepakt. Een vorm van excuses en zichtbare zelfreflectie zijn nodig om samenwerking met de eilandbewoners weer mogelijk te maken. De verdere ontwikkeling van dit dossier vraagt dat Rijkswaterstaat en LVVN in gesprek gaan met de betrokken bewoners en de groepen die protest aantekenden.
Beleidsmakers dienen burgernetwerken aan te spreken op hun bereidheid om zich in te zetten
Vervolgens is het zaak om niet slechts uitgewerkte scenario’s te presenteren. De beleidsmakers dienen de burgernetwerken aan te spreken op hun bereidheid en capaciteit om zich in te zetten voor het natuurherstel. Ze moeten deze burgers als medecreator een plek aan tafel geven. Een plek als planmaker, als partner in de uitvoering en bij het inbedden van toezicht. Dat lijkt wellicht een stuk minder efficiënt, maar is de enige manier om leefomgevingsvraagstukken werkelijk duurzaam aan te pakken. Dit nalaten is op de lange termijn veel kostbaarder.
David Oldenhof-Boks is onderzoeker Integrale Ecologie bij Socires, onafhankelijk studiecentrum voor samenlevingsvraagstukken.
Foto: fauxels via Pexels.com