Arjen Leerkes is een van de sprekers tijdens de Nacht van de Sociologie op 29 oktober 2026. De hoogleraar Sociologie van Migratie, Veiligheid en Sociale Cohesie aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB) onderzoekt hoe globalisering en internationale migratie samenlevingen veranderen en hoe staten, steden en burgers omgaan met toenemende diversiteit en onzekerheid. Leerkes is ook werkzaam bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Je bent ook projectleider voor het Europese project Finding Agreement in Return (FAIR), een samenwerkingsverband dat onderzoek doet naar hoe landen van de Europese Unie de terugkeer van de afgewezen asielzoeker organiseren. Wat heeft FAIR opgeleverd?
‘FAIR wordt gefinancierd vanuit Horizon Europe, het belangrijkste EU-fonds voor onderzoek en innovatie. Binnen het project hebben universiteiten uit verschillende landen samen met ngo’s en ICMPD, een intergouvernementele instelling, onderzoek verricht naar het Europees terugkeerbeleid.
We hebben onder meer gekeken naar hoe afspraken over terugkeer tot stand komen, welke afspraken wel werken en welke niet. Ook hebben we bekeken hoe mensenrechten worden gemonitord bij terugkeer van de afgewezen asielzoeker. Verder hebben we onderzoek gedaan naar het beleid voor afgewezen asielzoekers die niet naar hun geboorteland terugkeren.
Behalve diverse publicaties hebben we ook praktische dingen gerealiseerd, zoals een film voor een groot publiek waarin het terugkeerbeleid aan de orde komt en de dilemma's die dat oproept. Daarnaast hebben we een index gemaakt, waarin het terugkeerbeleid van de EU-lidstaten met elkaar is vergeleken. En we hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar factoren, zowel Europa breed als in Nederland, die bepalen of mensen wel of niet teruggaan.
We hebben onlangs een laatste event in Genève georganiseerd, eind oktober sluiten we na drieënhalf jaar een heel mooi project af.’
Als iemand van buiten Europa bescherming nodig heeft voor vervolging en geweld, kan hij dan nog wel in Nederland en Europa terecht?
‘Landen die onveilig zijn, landen waar autoritaire regimes de dienst uitmaken, en landen waar de jeugdwerkloosheid hoog is: het zijn voor de selecte groep jonge mannen even zoveel redenen om lijf en leden op het spel zetten om naar Europa te gaan en er te blijven.’
‘Het is belangrijk dat er in Europa plek blijft voor vluchtelingen’
‘Rechtse en extreemrechtse partijen benadrukken telkens weer dat weinig afgewezen asielzoekers terugkeren. Maar gelet op de omstandigheden in hun geboortelanden, kun je ook zeggen dat het er verrassend veel zijn die terugkeren.
Het is belangrijk dat er in Europa, dat zich laat voorstaan op aandacht voor mensenrechten, plek blijft voor vluchtelingen. Er is veel grip op migratie. Maar de suggestie dat een land alle afgewezen asielzoekers zou kunnen laten terugkeren, dat een land daar volledige controle over heeft of die tegen elke prijs zou moeten willen, is onjuist en misleidend.
Binnen en buiten FAIR roepen onderzoekers en wetenschappers op tot meer realisme bij regeringen. Vertel aan je bevolking wie de asielzoeker is, wat mensen willen en kunnen, maar ook: wees eerlijk over wat je met asielbeleid en terugkeerbeleid kunt bereiken. Wees realistisch en leg de grenzen en dilemmas van het beleid beter uit aan de bevolking.’
‘De meeste asielzoekers blijken over het algemeen niet ontevreden te zijn over hoe ze behandeld worden’
Het Nederlandse asielbeleid is de afgelopen decennia steeds strenger geworden. Het onverwachte neveneffect van met name de beperking van reguliere reisroutes, is dat er een zodanige selectie optreedt dat vooral mannen, vaak jonge mannen, deze kant opkomen, merkt Leerkes op. ‘Van de 24.020 mensen die in 2025 voor het eerst asiel aanvroegen in Nederland waren 17.445 (73 procent) mannen en 12.405 (51 procent) mannen in de leeftijd van 14 tot 34 jaar. Zij durven de riskante tochten, vooral over zee, wel aan, vrouwen, kinderen en ouderen veel minder.’
Een andere verklaring voor het surplus aan jonge mannen onder de asielzoekers is sociale selectie. Leerkes: ‘Bij migratie wordt een verkenner, vaak eerst een man, eropuit gestuurd om een nieuwe omgeving te verkennen op mogelijkheden en moeilijkheden. Als hij de omgeving positief beoordeelt, laat hij vervolgens zijn eventuele partner of andere familieleden overkomen. Dat gangbare sociologische fenomeen wordt versterkt door een beleid dat het steeds moeilijker maakt voor mensen van buiten Europa om hier asiel aan te vragen.’
De mensen die de lange en vaak gevaarlijke reis naar Europa aandurven, komen in Nederland in een langdurig asieltraject terecht waarvan de uitkomst lang op zich laat wachten en merendeels negatief uitvalt. Wat doet dat met betrokkenen?
‘Er zijn jaren geweest, bijvoorbeeld tijdens de Syrische burgeroorlog, dat het merendeel van de asielaanvragen werd gehonoreerd. Het beeld is nu omgekeerd, beslissingen vallen vaker negatief uit voor de asielzoeker. Hoewel beslissingen op aanvragen vaak lang op zich laten wachten, blijken de meeste asielzoekers over het algemeen niet ontevreden te zijn over hoe ze behandeld worden, zeker niet door de medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Wel maken de lange procedures hen vaak onzeker.
Die onzekerheid onder asielzoekers zal de komende jaren waarschijnlijk alleen maar toenemen, omdat de regering-Jetten aan het Europese Migratiepact nationale regels heeft toegevoegd, waardoor met name gezinshereniging straks veel moeilijker wordt.
Je kunt het Nederlandse migratiebeleid licht schizofreen noemen. Het probeert met alle macht van asielzoekers af te komen, we hebben het over mensen die hier al zijn, en tegelijkertijd importeert de Europese Unie, met en zonder overheidstoestemming, arbeidskrachten van over de hele wereld.’
‘Wat is het bezwaar dat de werker van buiten ook een reële beschermingsvraag heeft?’
‘Je kunt de twee categorieën – asielzoekers en arbeidsmigranten - weliswaar niet helemaal samenvoegen, maar als je ze wat meer naar elkaar toe schuift, zou dat het migratiebeleid een stuk coherenter maken. Immers, ons land zal vanwege de vergrijzing en de lage geboortecijfers de komende tien, vijftien jaar vermoedelijk alleen maar meer mensen moeten aantrekken, ook van buiten de Europese Unie. Wat is het bezwaar dat de werker van buiten ook een beschermingsvraag heeft? Is dat niet juist een pré?’
Dat argument maakt het ook mogelijk de asielzoeker eerder af te wijzen als hij economisch overbodig is. Moet ons land zich niet gewoon aan zijn internationale verplichtingen houden en de asielzoeker bescherming bieden als hij die nodig heeft?
‘Vraagt een asielzoeker terecht om bescherming? Het antwoord op die vraag staat voorop. Maar de asielzoeker is niet alleen iemand die bescherming zoekt, hij is ook een mens met wensen en mogelijkheden. Wat mij betreft moet je de asielzoeker bij zijn binnenkomst in het aanmeldcentrum niet alleen vragen naar de reden van zijn of haar vlucht, maar ook naar wat mensen deden in het land van herkomst, wat ze leuk vinden om te doen en wat ze kunnen. Richt daar vervolgens een traject op in. Dat gebeurt nu niet of nauwelijks.’
‘Je ziet wel dat mensen soms extra voorzichtig doen, om vooral niet op te vallen’
‘De asielzoeker wiens aanvraag wordt afgewezen, verdwijnt vaak uit beeld bij de overheid. Uit onderzoek van In Search of Trust blijkt dat jonge mensen van kleur eerder door de politie staande gehouden worden. Hoe kan de afgewezen asielzoeker, vaak jong en van kleur, dan toch ongezien blijven?
Als hij een netwerk heeft en hij houdt zich verder aan regels, dan kan een afgewezen asielzoeker jarenlang ongezien blijven voor de overheid. De politie gaat niet zomaar grote razzia's organiseren. Dat is wel eens geprobeerd, maar dat leidde tot enorm veel onrust. Je ziet wel dat mensen soms extra voorzichtig doen, om vooral niet op te vallen.
Een andere mogelijkheid voor de afgewezen asielzoeker om ongezien te blijven, is vertrek naar een ander Europees land. Ondanks allerlei controles is het relatief gemakkelijk om vrij in Europa rond te reizen.’
Jan van Dam is freelancejournalist