‘Hoe we kijken naar ouder worden, is gestoeld op het mythische mensbeeld dat we allemaal onveranderlijk ‘competente en onafhankelijke volwassenen’ zijn, zoals filosoof Martha Nussbaum het noemde. Ik maak ruimte voor een realistischer beeld’, zegt Suzanne Biewinga. Ze schreef Ouder worden als ervaring, waarin ze de betekenis van ouder worden in deze tijd onderzoekt. Een urgente vraag in een samenleving die vergrijst en waarin ouderen een belangrijk onderwerp zijn van beleid en professionele ondersteuning.
Biewinga, zelf nu 72, ging er aan het eind van haar loopbaan bij patiëntenorganisaties en in de hospicezorg filosofie voor studeren, maar stelde de vraag ook aan andere ouderen. In de Zutphense huis-aan-huis-bladen plaatste ze een uitnodiging om mee te denken over haar vraag. Dat werden uiteindelijk 92 groepsgesprekken met telkens twaalf mensen in wat Biewinga haar ‘filosofiewerkplaats’ noemt, gesprekken die zelfs uitmondden in een promotie aan de universiteit van Amsterdam.
Een ‘filosofische werkplaats’ over de ervaring van ouder worden?
‘Waar het mij om ging, was de vraag of het mogelijk was om op een andere manier over ouder worden te spreken, anders dan het gangbare cliché dat ons vertelt dat we vooral jong moeten blijven. Jong blijven kan niet. Als je ouder wordt, ben je nu eenmaal steeds minder jong. Maar dat betekent niet dat het late leven alleen maar verlies en verval inhoudt. Ook dat is een onjuist cliché. Ik heb een nieuwe semantische ruimte willen creëren. En dat heb ik gedaan in een filosofisch onderzoek, in dialoog met mede-ouderen. Niet om een representatief, sociaal-wetenschappelijk beeld te krijgen, maar om samen vanuit ieders ervaring na te denken over de betekenis van ouder worden in deze tijd.’
Wat was er filosofisch aan de werkplaats?
‘Filosofische gesprekken gaan over aannames en principes. Aan de hand van inleidingen van mij reflecteerden de deelnemers op hun ervaringen met ouder worden. Ze vroegen zich af: ‘Wat denk en hoor ik over ouder worden? Wat zie ik? En klopt mijn waarneming? Is het mogelijk het anders te zien?’ Met hen keek ik naar wat zij zelf dachten over ouder worden en welke emoties deze beelden en gedachten bij hen opriepen. De dialoog hielp de deelnemers, maar ook mij, om na te denken over wat ouder worden is en betekent.’
‘Clichés over mens-zijn en ouder worden zijn zo vanzelfsprekend dat ze niet zomaar verdwijnen’
Waarom vind je het van belang over ouder worden juist filosofisch na te denken?
‘Een voorbeeld: ik was laatst op een congres van psychiaters. Er sprak daar iemand vanuit de jeugdzorg. Die liet op een groot scherm het doel van de jeugdzorg zien: ‘Het begeleiden van mensen naar een volgroeide volwassenheid waarin je onafhankelijk van anderen kunt functioneren.’ Ik dacht: sorry, maar dat is bizar. Als je jongeren daartoe wilt opleiden, jaag je ze regelrecht de stress en de psychiatrie in. De clichés over mens-zijn en ouder worden zijn zo algemeen gangbaar en vanzelfsprekend dat ze niet zomaar verdwijnen. Filosofische reflectie, in gesprekken, door literatuuronderzoek, helpt je om opener te kijken naar wat het werkelijk inhoudt om een mens te zijn en een leven te leiden; dat we sociale en eindige wezens zijn, dat we een lichaam hebben dat ouder wordt, dat we eindig zijn.’
Er zijn in onze samenleving stille, maar sterke ideeën over hoe het leven geleefd moet worden. ‘Ik denk dat we onszelf daarmee op elke leeftijd tekortdoen’, vindt Biewinga. ‘Het ideaal om lang te leven en tegelijkertijd jong te blijven, zonder verlies of verval, zonder kwetsbaarheid, is ageistisch.’
Ageisme – leeftijdsdiscriminatie – is volgens haar het stereotiepe idee dat iedere volwassene competent en onafhankelijk behoort te zijn. In de werkplaats van Suzanne Biewinga ontstond bij de deelnemers gaandeweg de gesprekken het bewustzijn van de last van dit mythische mensbeeld.
‘Wat ik deelnemers hoorde zeggen, is dat ze ageisme vooral tegenkomen in overheidsbeleid en in media’
Biewinga: ‘De vooroordelen over ouder worden zijn niet alleen die van anderen, maar ook die van jezelf. Het is een manier van denken die je al in je jonge jaren meekrijgt, terwijl je door je eigen ervaring van ouder worden merkt dat die vooroordelen niet kloppen. Het daarover met anderen hebben, helpt dan.’
Maar de samenleving geeft je een ander beeld over ouder worden.
‘Wat ik deelnemers hoorde zeggen, is dat ze het ageisme vooral tegenkomen in overheidsbeleid en in de media. De ‘grijze druk’, de last die ouderen voor de samenleving zouden zijn, het beeld van ouderen als ‘luierende consumenten’. Ze voelen zich neergezet als een probleem of als iets waaraan je geld kunt verdienen. Oudere mensen zijn daar verontwaardigd over.’
Mensen die ouder worden, ouder zijn, voelen zich niet gezien?
‘Buiten families is er weinig contact tussen generaties. Letterlijk en figuurlijk zijn ouderen weinig in beeld. In de literatuur gaat het, veelal tussen de regels door, nogal eens over ouder worden als bron van schaamte. Mensen schamen zich ervoor dat ze ouder worden. Dat was ook zo in de filosofiewerkplaats. Meestal werd het niet letterlijk zo benoemd, maar het klonk voortdurend door. Terwijl het onredelijk is je te schamen enkel omdat je ouder wordt.’
Beleid en professionals sturen er ondertussen wel op dat mensen die ouder worden zo lang mogelijk autonoom zijn, zelfredzaam.
‘In de gesprekken hoorde ik terug dat blijvend afhankelijk worden van hulp een schrikbeeld is voor velen. Dat je dan niet meer competent zou zijn, terwijl niemand überhaupt ooit volledig competent of zelfredzaam is. We worden uit mensen geboren. Zonder anderen kun je er niet zijn, overleef je niet, kun je geen betekenisvol leven leiden. Door met elkaar over dat schrikbeeld te praten, ontdek je hoe verweven mensen met elkaar zijn. Ook als je in hoge mate afhankelijk wordt, ben je nog steeds onderdeel van een cirkel van ontvangen, geven en doorgeven. Want degene die afhankelijk is, geeft degene die geeft ook wat terug. Dankbaarheid bijvoorbeeld, of het idee van waarde te zijn.’
‘Ik hoor regelmatig dat ouderen het late leven als verrijkend ervaren’
De laatste decennia is het idee van het voltooid leven opgekomen, dat je om die reden uit het leven zou mogen stappen. Wordt dat ook gevoed door het ageisme?
‘Ja, dat denk ik wel. Ik begon in 2016 met mijn onderzoek en net in die tijd kwam ook het wetsvoorstel van D66 over voltooid leven op tafel. De mensen in de werkplaats waren wel bekend met de discussie daarover in de media, maar niet met dat in de toelichting van die wet staat dat je minimaal 75 moet zijn om in aanmerking te komen. Daar schrokken ze van, na je 75e doen onze levens er blijkbaar niet meer toe. Tot 75 mag je dus niet dood, daarna maakt het blijkbaar niet uit. Dat is wat je verteld wordt en is dus ook wat je misschien zelf gaat denken, zeker als je afhankelijker wordt van zorg terwijl je het zelf niet zo ervaart.’
In de nieuwe semantische ruimte die Suzanne Biewinga heeft willen ontwikkelen, is een ander, genuanceerd idee over ouder worden mogelijk. Daar hoort verlies bij, maar ook veerkracht, relativering, verbondenheid, vrijheid.
Zeg je dat oud worden iets is om naar uit te kijken?
‘Voor mij is het woord ‘oud’ niet zo relevant. Ook wie heel oud is, wordt ouder. Met ‘oud’ plak je een etiket, hoe onbedoeld wellicht ook, dat vind ik lastig. Zeker in een samenleving waarin jong en oud als wit en zwart tegenover elkaar worden gesteld. Het gaat mij om ouder worden als proces. Je kunt, denk ik, met recht zeggen dat geluk in het leven herhaaldelijk op en af gaat, dat het leven ongewis is. De jonge jaren zijn niet per se prettiger dan de latere. Ik hoor regelmatig dat ouderen het late leven als verrijkend ervaren. Sommigen zien het zelfs als de mooiste tijd van hun leven.’
Waarom zeggen ze dat?
‘Soms omdat ouder worden in onze samenleving betekent dat je met pensioen bent en – als je voldoende inkomen hebt om van te leven – een grote vrijheid hebt om eigen keuzen te maken en nieuwe kanten van jezelf te ontwikkelen. Daarnaast denk ik dat veel mensen een onverwachte kracht in zichzelf ontdekken, bijvoorbeeld na een groot verlies. Ze ervaren dat ze daarmee kunnen leven. Ik ben ouder worden gaan koppelen aan levensmoed: nieuwsgierig verdergaan, terwijl je niet weet wat je zult tegenkomen.’
De filosofische reflectie van Suzanne Biewinga is een spiegel voor beleidsmakers en professionals die zich buigen over vraagstukken rond ouderen of ouderen direct ondersteunen. Biewinga is bijvoorbeeld wars van wat zij ‘klokleeftijd-denken’ noemt: de wijze van de samenleving indelen aan de hand van gefixeerde leeftijden.
‘In hoeverre ben je behept met clichés, aannames en vooroordelen? Wat vind je daar zelf van?’
Biewinga: ‘Sociologe Matilda Riley bekritiseerde de wettelijk opgelegde fases van leren, werken en vrije tijd. Eerst de leerplicht, dan je inkomen, dan je pensioen. Kun je een samenleving niet zo inrichten dat mensen hun leven lang leren, werken, vrije tijd, maar ook voor elkaar zorgen, op een natuurlijke manier kunnen combineren? Dat vind ik een goede vraag. Filosoof Hannah Arendt poneerde dat mensen alleen mens kunnen worden als ze in interactie met anderen zijn, dus is het van belang dat je niet weggeduwd wordt uit de samenleving. Deze ideeën kun je bijvoorbeeld toepassen door het intergenerationeel inrichten van buurten met goede voorzieningen en ontmoetingsplekken.’
We hebben als samenleving, als beleidsmakers, als professionals onze eigen aannames over ouder worden te bevragen, net zoals jij met andere ouderen in de werkplaats deed?
‘Mijn oproep is om als je werkt met of voor ouderen ook naar jezelf te kijken. Hoe kijk je aan tegen je eigen ouder worden? Welke beelden heb je daarvan? In hoeverre ben je behept met clichés, met aannames en vooroordelen? Wat vind je daar zelf van? Hoe werkt dat door in de manier waarop je werkt met ouderen of beleid maakt voor ouderen?’
Je verwijst in je boek naar het werk van de filosoof Michel Foucault, die veel over macht geschreven heeft. Is er sprake van een ongelijke machtsrelatie tussen de ouder wordende mens en de professional of de beleidsmaker die denkt te hulp te moeten schieten?
‘Een goede relatie begint bij terughoudendheid: zie jezelf als beleidsmaker of zorgprofessional niet als eigenaar van een vraagstuk of een kwestie waarin jij als eerste aan zet bent. Het begin van je denken en handelen zou moeten liggen bij ouder wordende mensen zelf, bij de eigenheid en diversiteit van hun ervaringen, bij de keuzen die zij willen maken.’
Suzanne Biewinga promoveerde in 2025 als 70-jarige aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift Ouder worden als ervaring. Een dialogisch onderzoek naar waarheid en betekenis van ouder worden in de 21e eeuw. Kort daarna verscheen haar boek Ouder worden als ervaring, filosofie van het late leven bij Boom Uitgevers.
Piet-Hein Peeters is freelancejournalist.
Foto: Frans Rentink