VitaValley rekende de aanpak Thuiswonen met technologie van InteraktContour door via een Social Return on Investment (SROI)-analyse. Wat blijkt? Zorgtechnologie voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is geen vage toekomstbelofte, maar een renderende realiteit.
Elke geïnvesteerde euro levert bijna drie euro aan maatschappelijke waarde op. Cliënten wonen gemiddeld 117 dagen langer thuis, de levenskwaliteit stijgt met 9 procent, en het aantal Wmo-uren daalt. Allemaal gebaseerd op harde data.
Dit klinkt als een absolute no-brainer
Het mooie van deze innovatie is dat het – anders dan vele e-health toepassingen – volkomen vraaggestuurd is. Het is geen enkelvoudige toepassing die top-down wordt uitgerold, maar een keuzemenu voor een heterogene doelgroep met verschillende mogelijkheden en behoeften. Dit klinkt als een absolute no-brainer, nietwaar? Toch niet. Want de financiering stokt.
Ik heb de afgelopen jaren heel vaak met dit bijltje gehakt. Een krachtenbinder in Eijsden? Elke euro leverde minimaal zes euro op. Maar krijg het maar eens gefinancierd. Pand9 in Zaltbommel werd door de gemeenteraad bijna gesloopt, terwijl elke geïnvesteerde euro daar ruim zeven euro aan maatschappelijke waarde opleverde. Alerimus in Numansdorp? Een kloek rendement van 6,7. Maar niemand weet hoe de structurele financiering geborgd moet worden.
Tijd verspillen
Het rijtje wordt steeds langer. En hoe langer het rijtje wordt, hoe knellender het onderliggende probleem. Ondanks de klinkende cijfers ontbreekt structurele financiering en dat heeft veel vervelende consequenties.
Zo betekent het niet zelden dat vrijwilligers in plaats van te doen waarvoor ze vrijwilliger zijn geworden, formulieren aan het invullen zijn met aanvragen voor tijdelijke subsidies of onzinnige verantwoordingen. Daar wordt niemand vrolijk van.
Het leidt bovendien ook nog eens tot lagere baten van het initiatief, want in de tijd die ze verspillen hadden ze ook nuttige bijdragen kunnen leveren. We zien dat bijvoorbeeld ook bij de Odensehuizen die daardoor lager scoren (maar nog altijd flink positief) dan had gekund.
De baten zijn verdeeld over meerdere partijen: gemeenten, zorgverzekeraar, zorgkantoor en soms ook woningcorporatie of UWV
Iedereen die hiermee te maken heeft herkent het en weet ook wat de hoofdschuldige is: het schottenprobleem. De partij die de portemonnee moet trekken om de technologie te betalen (vaak de zorgaanbieder of de gemeente vanuit de Wmo), is niet degene die de financiële vruchten plukt. Of beter gezegd: de baten zijn verdeeld over meerdere partijen. Dat zijn vaak gemeenten, zorgverzekeraar, zorgkantoor en soms ook nog de woningcorporatie of zelfs het UWV.
Toverwoord
Het schottenprobleem is al decennialang bekend, maar we hebben nog nauwelijks bewogen om het op te lossen. We hebben de zorg opgeknipt in wetten (Zvw, Wmo, Wlz) en budgetten, waardoor initiatieven die met meerdere wetten te maken hebben van het kastje naar de muur gestuurd worden.
Het probleem is dat toveren alleen in sprookjes werkt
De prikkel om te investeren ontbreekt als het rendement elders neerslaat. Ondertussen piept en kraakt de zorg onder de personeelstekorten en de vergrijzing. Technologie die de druk op mantelzorgers verlaagt en zorguren bespaart, is geen luxe: het is bittere noodzaak om het systeem overeind te houden. Burgerinitiatieven die mantelzorgers en professionals ontlasten: het is een zege. Ze kosten een schijntje, en toch lukt het maar niet om ze structureel te financieren.
Het toverwoord is domeinoverstijgende bekostiging, maar het probleem is dat toveren alleen in sprookjes werkt. We kunnen gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars aanwijzen als de grote boosdoeners die moeten stoppen met elkaars broekzakken te inspecteren, maar daar gaan we de wedstrijd niet mee winnen. We kunnen ook gaan zitten wachten tot het ministerie van VWS eindelijk doorheeft dat ze met akkoorden als IZA en AZWA dit probleem in geen honderd jaar gaan oplossen, maar ook dat schiet niet op.
Naar het kookpunt
We moeten op zoek naar pragmatische oplossingen. En dat betekent: aansluiten bij wat er al is. Wat er is, dat is bijvoorbeeld een Gemeenschapsfonds waar nog geen goede bestemming voor is gevonden. Het voordeel van het fonds is dat het niet vastgeplakt zit aan de zorgwetten, en bovendien zit het uitvoerende ministerie van BZK van nature wat dichter op de buurten.
Wat er ook is, is de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DoS). Dat is weliswaar nogal een gedrocht, maar in ieder geval geeft het zorgverzekeraars en zorgkantoren wat ruimte om te financieren in preventie en collectieve veerkracht.
VWS hoeft niet meer alle innovatie droog te polderen
Beide instrumenten zijn helaas tijdelijk, dus ook geen fundamentele oplossing voor het probleem. Maar zo’n oplossing is er gewoon niet op korte termijn. Laten we in de tussentijd het Gemeenschapsfonds en DoS eens combineren voor een grootschalig doorbraakexperiment. Dan kunnen we de samenleving en de politiek laten zien wat er gebeurt als we drie jaar lang in initiatieven investeren die hun waarde al bewezen hebben – en dat zijn er véél. Zonder naargeestige verantwoordingen.
Als we na die drie jaar zwart-op-wit zien hoeveel miljarden dit de zorg en de samenleving bespaart, stijgt de politieke urgentie voor een structurele oplossing vanzelf naar het kookpunt. Dan hoeft VWS niet meer alle innovatie droog te polderen in akkoorden, maar kunnen ze simpelweg een percentage van hun miljardenbegroting overmaken naar het armlastigere Gemeenschapsfonds van BZK.
Broekzakken aan elkaar
De tragiek van de verkeerde broekzak wordt langzamerhand een larmoyant levenslied. Nu hou ik helemaal niet van levensliederen. Bloed, zweet en tranen en Samen zijn is sterker dan de sterkste storm: blèh, doe mij even geen valse sentimenten en clichés.
Ik hou meer van de poëzie van The Scene. Het wordt tijd voor Rigoureus. En de klok zegt tik, tik. Tikt al mijn uren weg. Voor wie wacht komt alles steeds te laat. Laten we wijlen Thé Lau volgen. Want het is nog niet te laat om rigoureus broekzakken aan elkaar vast te naaien.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).