Alleen maatwerk kan gezinnen uit problemen halen

Het is een bekend beeld: gezinnen met vele problemen waar zo mogelijk nog meer hulpverleners over de vloer komen. Maar de problemen worden niet opgelost. Hoe kan dat en valt er iets aan te doen? Ja, dat kan, door oplossingen op maat aan te bieden.

‘Eén probleemgezin kost de overheid zeker 40.000 euro per jaar’, kopte de Volkskrant in april 2012. RTL Nieuws ging daar in augustus ruim overheen met ‘Miljardenverspilling bij hulp aan probleemgezinnen. De tv-omroep meldde in  haar uitzending dat uit onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zou zijn gebleken dat de hulp aan een probleemgezin gemiddeld 104.000 euro per jaar kost. Ongeacht welk cijfer het dichtst de waarheid benadert, in essentie komt de analyse erop neer dat  hulpverlening aan gezinnen met meerdere problemen (te)veel geld kost en (te) weinig oplevert.

Regisseur als prothese voor een disfunctionerend systeem

De dure en ontoereikende hulpverlening aan ‘probleemgezinnen’ moét en kán beter. Om die noodzakelijke verbetering te realiseren, benoemde staatsecretaris Van Rijn van VWS onlangs het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur als voorwaarde voor succesvol beleid. Om dat doel te bereiken, werken beleidsmakers en uitvoerders aan nauwkeurige definities; uitgekiende kostenbatenanalyses;  sluitende ketens; ruimte voor professionals en aan het trainen van regisseurs die orde aanbrengen in de chaos achter de voordeur. Bovendien komen er steeds slimmere registratiesystemen om sneller te kunnen zien achter welke voordeuren deze gezinnen wonen.

De werkelijkheid is echter, zoals zo vaak, complexer dan de beleidsmakers bevroeden. We weten namelijk nog steeds niet precies achter welke voordeuren probleemgezinnen wonen; daar komen we nog steeds min of meer bij toeval achter. Probleemgezinnen worden nergens als zodanig geregistreerd en zijn dus administratief onbekend totdat ze uiteindelijk worden gesignaleerd. Ondanks de steeds overtuigender innovaties van gemeenten, is het bestaande registratiesysteem vooralsnog ontoereikend. En  bieden organisaties vanuit eigen belang structureel teveel hulp.  Eén regisseur achter de voordeur is daarom op zijn best een goed werkende prothese voor een disfunctionerend systeem: het verhelpt hoogstens problemen in de systeemwereld. De problematische leefwereld, niet het gezin met problemen, schreeuwt om een regisseur.

De belangrijkste reden dat de ondersteuning aan gezinnen en individuen met meerdere problemen zo stroef verloopt, is dat er nooit specifieke dienstverlening voor deze doelgroep is ontwikkeld. Sterker nog: beleidsmakers ontwikkelen vooral beleid voor mensen met enkelvoudige problemen. Daardoor specialiseren zorgaanbieders zich in het oplossen van één van die problemen. Het gevolg is een systeem dat bestaat uit talloze aparte specialismen, methoden, trajecten, professionals en dienstverleners die ieder één van de (deel)problemen van een probleemgezin kunnen oplossen. Alleen al voor het helpen van een gezin met financiële problemen zijn vier specialismen nodig: schuldhulpverlening, budgetbeheer, schuldsanering en bewindvoering. Daarnaast kampen probleemgezinnen met opvoedproblemen, verslavingen, psychische problemen, en veroorzaken ze overlast.

Het probleem zit vooral bij de overheid

Het voornaamste probleem is niet het ordeningsvraagstuk achter de voordeur, maar de overheid. Zij ontwikkelt ten slotte specifiek beleid, gebonden aan eigen wetten en regels, financieringsstromen en bijbehorende uitvoerende instellingen. En al die wetten en regels conflicteren met elkaar. Daar komt nog bij dat instellingen verantwoordelijkheden voor de moeilijkste gezinnen op elkaar afwentelen, met op de achtergrond de altijd terugkerende vraag: wie betaalt? Rijk, provincie, verzekeraar of gemeente?

De hulpverlening aan mensen met meerdere problemen heeft altijd het karakter gehad van een noodoplossing, bedacht in de krochten en bochten van een eendimensionaal systeem. Daardoor kan het gebeuren dat naarmate mensen meer problemen hebben, de kans groter is dat ze vastlopen in bureaucratie. En er zijn geen professionals die gespecialiseerd zijn in het oplossen van die bureaucratische problemen. Dat werd tot voor kort ook niet nodig gevonden. Omdat er relatief weinig probleemgezinnen zijn (tussen de 0,5 en de 1,5 procent van alle huishoudens) was het eenvoudig om de gezinnen af te doen als uitzondering. De hulpverlening aan deze gezinnen vormde zo het ‘putje’ van het beleid dat bedoeld was voor mensen met enkelvoudige problemen. Om problemen in samenhang op te lossen, is echter maatwerk nodig. Dat is moeilijk. Want in de uitvoeringspraktijk betekent maatwerk uitzonderingen maken. En uitzonderingen zijn lastig te legitimeren, dus moeilijk te organiseren. Dat betekent dat er feitelijk een toegangsprobleem is. De geplande decentralisaties zullen daar niet meteen verandering in brengen.

‘Sociaal Hospitaal’ laat mensen zelf oplossingen vinden

Met behulp van Sociaal Hospitaal proberen wij het toegangsprobleem voor gezinnen op te lossen. Het resultaat dat Sociaal Hospitaal nastreeft, is tweeledig. Ten eerste, helpen we mensen die vastgelopen zijn. Ten tweede, gebruiken we hun casuïstiek om beleid en uitvoering te verbeteren. We vertrekken bewust vanuit het perspectief van de probleemgezinnen zelf. Wie weet immers het best dat er sprake is van een problematische situatie en dat de verschillende professionals langs elkaar heen werken? Precies: het gezin zelf! Al deze gezinnen hebben in onze ervaring één ding met elkaar gemeen: zij zijn het (ook) beu met de beste bedoelingen door vele professionals te worden geholpen zonder dat dit tot een bevredigend resultaat leidt. Sociaal Hospitaal biedt mensen de kans om hun eigen plan te maken voor het oplossen van de obstakels waarvan zij zelf vinden dat die in de weg staan om hun eigen perspectief van economische en/ of maatschappelijke participatie te realiseren. Dat plan biedt een oplossing die gezinnen primair zelf uitvoeren en regisseren. Zij zetten zelf de eerste belangrijkste stap om toegang krijgen tot wat ze écht nodig hebben of zelf op te lossen wat moet.

Hoe werkt het? Gezinnen die zelf allang aan hun theewater voelen dat ze wel heel veel verschillende hulpverleners zien langs komen, terwijl hun belangrijkste problemen blijven bestaan, kunnen zich melden op de website www.sociaalhospitaal.nl. Zij beschrijven daar hun probleem zo volledig mogelijk, in hun eigen woorden. Sociaal Hospitaal analyseert dat verhaal. Nadat alle hiaten in het eerste verhaal zijn opgehelderd, wordt, in overleg met het gezin, bepaald welke eerste stap het gezin zelf kan zetten in de richting van een oplossing. Daarmee worden naar verwachting situaties doorbroken waarin mensen het gevoel hebben dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd of niet weten waar ze moeten beginnen om hun problemen aan te pakken. Overzicht is een belangrijke voorwaarde om problemen (weer) te kunnen overzien. Dat overzicht kan Sociaal Hospitaal maken,samen met de gezinnen, hun familie, vrienden en hulpverleners.

Terwijl we gezinnen een belangrijke stap verder helpen, verzamelt het Instituut voor Publieke Waarden de verhalen van gezinnen die klem zitten. Die verhalen en de dwarsverbanden daartussen analyseren we om te ontdekken waar het systeem vast loopt. Dat gebruiken we als input voor gemeenten die hun uitvoering rondom probleemgezinnen structureel willen verbeteren. Sociaal Hospitaal is daarom niet alleen een deel van de oplossing voor gezinnen die zijn vastgelopen, maar verzamelt ook empirisch verkregen informatie, om de hulp voor mensen met meerdere problemen structureel beter te organiseren. Dus  Sociaal Hospitaal identificeert incidenten van individuele gezinnen en lost die zo goed mogelijk met hen op. En genereert vervolgens informatie over incidenten die zich structureel voordoen om die vervolgens te adresseren op het niveau van beleid en organisatie zodat beslissers en beleidsmakers er ook iets mee kunnen. Dat doen we vanuit de overtuiging dat we van de onverwachte en onbedoelde effecten van beleid kunnen leren, om het te verbeteren. Tot nu toe kloppen de decentralisaties vooral in theoretische zin. Wij houden met Sociaal Hospitaal scherp in de gaten of dat in de praktijk van probleemgezinnen ook zo is.

Als kabinet en parlement zich kunnen beheersen en de decentralisaties niet van te voren ‘dicht’ regelen, kunnen gemeenten de ondersteuning aan de  ‘probleemgezinnen’ verheffen van incidentele en uitzonderlijke oplossingen tot maatwerk. Als dat standaard wordt, kunnen gezinnen uit hun gemarginaliseerde positie worden gehaald. En kan de verzorgingsstaat worden vernieuwd rondom de mensen voor wie die ooit bedoeld was,  ofwel voor mensen die zorg, dienst- en hulpverlening hard nodig hebben. Sociaal Hospitaal produceert een deel van de kennis die daarvoor nodig is.

Eelke Blokker is oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden en medeoprichter van Sociaal Hospitaal. (www.sociaalhospitaal.nl) Meer informatie is te vinden in het boek 'De dag dat Peter de deur dichttimmerde' (Van Gennep, isbn 9789461641021) en te beluisteren in een interview op radio 1.