Goede verliesverwerking cruciaal voor maatschappelijke transitie

We staan aan de vooravond van grote maatschappelijke veranderingen. Om die transities te laten slagen, moeten we anders leren omgaan met verlies, zegt universitair hoofddocent Reinout Kleinhans.

Een groeiende berg aan wetenschappelijke literatuur laat zien dat moderne democratische en bestuurlijke instituties steeds vaker in de knel komen bij het oplossen van complexe maatschappelijke problemen. Mede daardoor groeit bij steeds meer mensen de angst om te verliezen wat ze als waardevol, cruciaal of noodzakelijk ervaren, zoals status, identiteit, grip op het leven en toekomstverwachtingen.

Verliesparadox

De Duitse socioloog Andreas Reckwitz betoogt in zijn recente boek dat verlies haaks staat op ons diepgewortelde vooruitgangsgeloof en dat de moderne westerse samenlevingen in hun streven om verlies te voorkomen, verlies juist vergroten. Een verliesparadox dus. Het gangbare beleid gericht op voortdurende economische groei, materiële welvaart en consumptie, individuele vrijheid en innovatie leidt tot groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid, verschraling van de publieke sector, woningnood en groeiende dominantie van big tech. Reckwitz pleit daarom voor de ontwikkeling van verliespraktijken waarmee we beter leren omgaan met verlies.

Politieke partijen mobiliseren ervaren verlies voor electorale winst

Dat er tot dusver geen effectief antwoord is op de verliesparadox van Reckwitz, heeft uiteenlopende oorzaken. Ik noem ze kort.

  • Politieke partijen mobiliseren ervaren verlies voor electorale winst. De structurele oorzaken van achterstelling, onvrede en uitsluiting worden niet of nauwelijks aangepakt.
  • Verlies is constant aanwezig in de media. Volgens Reckwitz beheerst het doemscrollen in het digitale domein onze aandacht en bevinden we ons al snel op het hellende vlak van algemene vervals- en zelfs ondergangsscenario’s. Naast het wijdverbreide fear of missing out lijken sociale media en berichtgeving in het publieke domein bovendien debet aan iets wat we impossibility to ignore loss zouden kunnen noemen. Waar moet je in vredesnaam beginnen?

Andere verliespraktijken

Bij veel transities wordt er gesproken over het verzachten van de ‘transitiepijn’ maar die wordt lang niet altijd effectief in het proces ingebed. Het Two Loops model van het Berkana Institute laat zien hoe levende systemen transformeren door de wisselwerking tussen een in verval rakend systeem en een nieuw, opkomend systeem.

 

@Kees Klomp

In dit model is naast de pioniers een cruciale rol weggelegd voor hospicewerkers. Zij zijn degenen die in kaart brengen welke elementen in oude werkwijzen nog waardevol zijn en ingezet kunnen worden om het nieuwe systeem te ondersteunen. Hospicewerkers helpen individuen en instituties om veranderingen te verwerken en een gevoel van continuïteit te ervaren, in plaats van abrupt verlies.

Afstand doen

Een goede verliespraktijk vereist onder meer we afstand doen van het idee van een continue groei van de economie, welvaart, materiële consumptie en comfort. Immers, juist dat hardnekkige streven jaagt verschillen, ongelijkheid, vervuiling en allerhande verliezen aan

Geen enkele politicus waagt zich aan het standpunt dat we met minder genoegen moeten nemen

Dit is meteen de olifant in de kamer. Geen enkele politicus waagt zich aan het standpunt dat we met minder genoegen moeten nemen. Het zou immoreel zijn om dit te vragen van de sociaaleconomisch zwakkere groepen in de samenleving, die nu al grote moeite hebben om rond te komen. Herverdeling van inkomen en hogere belastingen op vermogen zijn politieke struikelblokken. Maar ook onder het welvarende deel van de bevolking lijkt er weinig acceptatie voor (transitie)verliezen op de korte termijn, omdat het grotere verhaal op de langere termijn niet aanwezig, aantrekkelijk of geloofwaardig is.

Bijdrage burgerinitiatief

Voor het ontwikkelen van goede verliespraktijken zijn we zeker niet alleen afhankelijk van grote institutionele veranderingen. Ook burgerinitiatieven kunnen een belangrijke rol spelen bij het vormgeven van een goede verliespraktijk. In Rotterdam en Den Haag, om maar wat te noemen, hebben wijkbewoners leegstaand maatschappelijk vastgoed herontwikkeld tot wijkpaleizen die voorzien in allerlei sociale functies en activiteiten die in menig andere oude stadswijk verloren zijn gegaan.

Ook elders hebben burgerinitiatieven bijgedragen aan versterking van de lokale sociale samenhang, bij het tegengaan van armoede en eenzaamheid, ruimte geboden aan kunst, cultuur en zingeving en re-integratie op de arbeidsmarkt mogelijk gemaakt. Verlies wordt erkend en krijgt meteen een plek in nieuwe gemeenschappen.

Veel initiatieven en collectieven maken slim gebruik van lokale hulpbronnen. Ze starten vanuit bestaande kennis en kunde en stellen verhalen, ontmoetingen en netwerken centraal. Het wetenschappelijke bewijs voor de werkzaamheid van deze ‘asset-based community development’ is vooralsnog beperkt. Niettemin lijkt het tal van aanknopingspunten te bieden voor het ontwikkelen van betere verliespraktijken.

Ook de verbeelding en het toekomst-denken kunnen zorgen voor een betere verliespraktijk

Rouw

Een ander type verliespraktijk kan ontstaan vanuit de rouw. Klinisch psycholoog en emeritus-hoogleraar Manu Keirse onderscheidt vier rouwtaken die iemand moet doorlopen om te leren leven met verlies van zijn dierbaren: verlies onder ogen zien, pijn ervaren, aanpassen en herinneringen bewaren. Integratie van diezelfde rouwtaken bij verlies van werk, inkomen, netwerken, perspectief en zingeving lijkt logisch maar wordt vaak belemmerd door onbegrip en onwetendheid over het verloop van rouwprocessen.

Verbeelding

Ook de verbeelding en het toekomst-denken kunnen zorgen voor een betere verliespraktijk. Voorop in beide gevallen staat het ontwikkelen van een verhaal dat het verlies expliciet erkent en mogelijk verzacht als onderdeel van een betere toekomst.

Planoloog Peter Pelzer betoogde onlangs dat we bij het langetermijndenken over de ruimtelijke inrichting van ons land verder moeten kijken dan het ruimtelijk ontwerp. Als we groots en meeslepend willen spreken over de toekomst, dan moeten we ook praten over de weg ernaartoe. Zonder het woord te laten vallen, onderstreept Pelzer hiermee het belang van nieuwe verliespraktijken.

Tot slot wil ik benadrukken dat verliespraktijken nooit bedoeld kunnen zijn om de complexiteit van grote veranderingen te versimpelen. Ze verdienen echter wel meer plek in het maatschappelijke debat waarin verlies soms te snel op de koop wordt toegenomen en valse hoop niet overtuigt.

Reinout Kleinhans is als universitair hoofddocent stedelijke vernieuwing verbonden aan de TU Delft, faculteit Bouwkunde.

 

Foto: Marina Leonova via Pexels.com