Geen best practices, maar best persons

Steeds sneller veranderen de traditionele rollen van de overheid en de burger. Kenmerkend is dat de overheid veel meer verwacht van de burger. Dat vraagt eerder om best persons dan om best practices.

U leest het goed, dit keer geen best practices, maar best persons. Best persons zijn bijzonder slagvaardige, toegewijde mensen die maatschappelijke problemen helpen aanpakken. Nu zult u denken, wat heeft dit nu met het organiseren van verandering in het publieke domein te maken? Ik zal u zeggen: alles!

Verschuivingen bij overheid, markt en burger

 De domeinen overheid, markt en burger zijn aan het veranderen. Deze verschuivingen zijn ieder een verandering op zichzelf, maar creëren daarmee ook andere verhoudingen.

Allereerst zien we dat de nationale, provinciale en lokale overheden in Nederland sinds ongeveer 1990 overgestapt zijn op een meer publieke-waarden-gedreven manier van besturen en managen. Daarbij is eerst geprivatiseerd wat mogelijk was en heeft er daarnaast een verandering plaats gevonden in de manier waarop beleid gemaakt wordt.

Overheden proberen bij het maken van beleid nu minder van bovenaf te bepalen en meer samen te werken met andere partijen in de samenleving. In praktijk betekent dit dat overheden de bal steeds meer bij de burger leggen. Het idee van ‘participatie’ is dan ook niet meer weg te denken in de beleidsvorming van publieke organisaties en overheden.

Daarentegen zien we dat ‘de markt’ aan het vermaatschappelijken is en dat de eind jaren 1990 ingezette ontwikkeling van maatschappelijk verantwoord ondernemen is doorontwikkeld in meestal kleinschaligere ondernemersvormen zoals sociaal ondernemerschap, coöperatievorming en maatschappelijk initiatief.

Ten slotte zien we sinds begin jaren 2000 een revival van de burger. Het aantal mensen dat zich actief wil inzetten voor de eigen straat, buurt, wijk of stad is toegenomen. Overheden en publieke instellingen zijn dus niet meer de enige bron voor nieuwe initiatieven en veranderingen die publieke waarde creëren en maatschappelijke problemen trachten op te lossen. Er komen namelijk steeds meer initiatieven van onderop tot stand.

Ook medewerkers van publieke organisaties

Naast de burger, zien we dat ook medewerkers van publieke organisaties in bepaalde deelgebieden van het publiek domein meer aangesproken worden vanuit eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. Ook hier kan beweging van onderop ontstaan door de energie van personen die ervan overtuigd zijn dat de dienstverlening voor hun cliënt beter kan.

Echter, de initiatiefnemers van onderop ervaren vaak dat zij inzwemmen tegen een stroom van protocollen, regels en procedures die zich in de afgelopen decennia in de systeemwereld van publieke organisaties hebben gevormd. Daarnaast voelen burgers zich steeds vaker niet gehoord en niet vertegenwoordigd door de politiek. Dit blijkt ook uit de trend van dalende opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen, afnemende ledenaantallen van politieke partijen en het tanende vertrouwen in politici.

Dit leidt tot de vragen: hoe komt die beweging van onderop nu samen met de beweging aan de top? Waar ontmoeten zij elkaar en wat is daar voor nodig?

De verbinding tussen de top en onderop

Dit is waar best persons het verschil maken. Zij zijn de verbinding tussen de beweging van onderop en de beweging aan de top. Ze leggen verbindingen voorbij scheidslijnen en zijn een voorbeeld van de manier waarop de spanning tussen systeem- en leefwereld tijdelijk weggenomen of overbrugd kan worden. Ze bewegen heen en weer tussen de wereld van organisaties en instellingen en het dagelijks leven van mensen in de wijk.

Dat doen ze onder andere door de taal van de staat te verbinden met de taal van de straat. Ze weten de weg in de wijk, maar ook op het stadhuis.

Sociaal ondernemer Gertjan Ankersmit is zo’n best person. Hij is medeoprichter van De Volle Grond, een stadslandbouwinitiatief met een mens- en ontwikkelgericht zorgtraject voor mensen met een meervoudige problematiek (Wet Langdurige Zorg). De meeste van de medewerkers op De Volle Grond hebben (ernstige) gedragsproblematiek, zijn in andere trajecten gestrand en kunnen moeilijk elders terecht.

Ankersmit heeft een breed netwerk in de lokale gemeenschap. Hij werkt samen met diverse zorgorganisaties, met de gemeente Utrecht, met restaurants (die groente van De Volle Grond afnemen) en met andere strategische partners in de regio. Al deze partijen vertegenwoordigen de beweging aan de top. Anderzijds houdt Ankersmit zich ook intensief bezig met achttien zorgcliënten die in de tuin van De Volle Grond aan het werk zijn, de beweging van onderop.

Beweging van onderop vergt beweging aan de top

Zoals het voorbeeld laat zien kunnen best persons het niet alleen. Beweging van onderop vraagt namelijk om beweging aan de top, zoals aanpassingen van de visie, organisatie-inrichting, besturingsvormen en leiderschap. Publieke organisaties moeten zich bewust worden welke bewegingen er van onderop zoal plaatsvinden en wat dit vergt van hen, de top. In de praktijk zien we dat best persons vaak rugdekking krijgen van een big person, veelal iemand op een hoge maatschappelijke positie. Zo’n big person kan namelijk bescherming bieden of juist zorgen voor extra bekendheid en zichtbaarheid.

Vooral in een samenleving waarbij zowel versnelling als participatie aan de orde zijn, zullen we dergelijke best persons hard nodig blijven houden om de verbindingen te kunnen maken en (het risico van) vervreemding zoveel mogelijk tegen te gaan.

Laurens de Graaf is lector ‘Organiseren van verandering in het publieke domein’ aan de Hogeschool Utrecht, het Kenniscentrum Sociale Innovatie. Dit is een fragment uit de Openbare les die hij op 20 april uitsprak. De gehele tekst is hier te lezen.

Foto: Amaury (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. Fris geschreven stuk, maar wel erg kwasitatief: er worden allerlei vergelijkingen tussen vroeger en nu gemaakt die veel te kort door de bocht zijn. Ik was eind jaren ’90 vaak voorzitter van inspraakavonden en durf wel te stellen dat burgers in die vermaledijde ‘reactieve’ vorm van participatie meer te zeggen hadden dan in de huidige praktijk, waarin zelfbenoemde ‘volksvertegenwoordigers’ van hun hobby beleid maken.
    De inleiding suggereert dat er nu eindelijk eens over best persons wordt gesproken, maar ik zie al jaren met grote ergernis dat gebrek aan wetenschappelijk inzicht in wat echt werkt wordt verrookgordijnd door de aandacht dan maar te richten op die paar nieuwe helden die wel iets voor elkaar krijgen. Eigenlijk is het toch wel heel treurig dat dingen alleen lukken als bevlogen individuen hun ziel en zaligheid (en soms het geluk van hun kinderen, voorbeelden op aanvraag) voor over moeten hebben om dingen voor elkaar te krijgen. En na hun pensioen zakt hun werk ook weer in als een te snel afgekoelde soufflé. Best persons zijn de schaamlap voor worst scientists and policy makers.

  2. Wat een algemeenheden! Het zou echt helpen om vanuit een integrale visie naar de realiteit te kijken. Ik vergelijk het even met de zg. excellente scholen met zg. excellente leerlingen. Die etiketjes zeggen niets over zg. excellente schoolbesturen, leerkrachten en ouders. Laten we streven naar gewoon ‘goed’. Ook in dit verband: bekwame mensen van lokaal tot regionaal richting nationaal en internationaal, met goede praktijkvoorbeelden. En dan gewoon DOEN. Connect, cooperate & co-create richting praktijk. Uitrollen, zeggen ze in het bedrijfsleven, daar kan de publieke sector nog wat van leren. Uiteraard met de SDG-indicatoren :).

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *