COLUMN Hulp vragende burger kan niks met vijf verschillende integrale plannen

Samenwerken is een noodzakelijk kwaad. We praten veel over de voordelen ervan, maar feitelijk kost het veel tijd en moeite. Toch is samenwerken soms heel hard nodig. Burgers in kwetsbare posities raken in het doolhof van het sociaal domein de weg kwijt. Alleen samenwerking tussen de professionals met één regievoerder kan dit voorkomen.

De professional kent vooral zijn eigen vakgebied goed kent en de andere vakgebieden minder goed. Er zijn weinig echte generalisten en de generalisten die er zijn, zien nog wel eens iets over het hoofd. Dat is logisch, want de wetgeving is erg complex. Het is daarom heel begrijpelijk dat regie voeren over complexe problematiek niet eenvoudig is.

Van de burger wordt verwacht dat hij het weet

Wonderlijk genoeg verwachten we van de burger wel dat hij precies weet bij wie hij moet zijn voor welke vorm van ondersteuning. Zelfs, of misschien wel juist, als sprake is van een burger in een kwetsbare positie die veel hulpverleners nodig heeft.1 De regie over de hulpverlening ligt in dat geval bij de burger.

Het is natuurlijk heel goed dat de burger zelf een grote rol speelt in zijn hulpverleningstraject, want het gaat om zijn leven. Maar gek genoeg vinden we het heel acceptabel dat de professional niet precies weet waar de burger voor welke hulp moet zijn, maar we gaan er wel van uit dat de burger dit wel weet te vinden.

Geen vijf integrale plannen, maar één

Een gezin met multiproblematiek kan alleen geholpen worden door verschillende hulpverleners. Daarvoor is een integraal plan nodig met duidelijke regie op alle hulpverleners. Het vraagstuk is dan al snel wie de regie neemt en hoe dat wordt vastgelegd.

Voor jongeren die de leeftijd van achttien jaar bereiken, worden prachtige integrale plannen geschreven.2 Heel goed! Maar minder goed is het dat dit gebeurt door de jeugdconsulent, inkomensconsulent, werkcoach, schuldhulpverlener en de Wmo-consulent. Ofwel, het gezin met multiproblematiek kan rustig vijf verschillende integrale plannen hebben. En natuurlijk krijgt de burger op z’n kop als hij zich niet aan de opgestelde plannen houdt. Maar het is natuurlijk volstrekt onmogelijk om je aan alle plannen te houden.

Iedere hulpverlener heeft eigen doel en plan

Wat maakt het nu zo moeilijk om goede regie te voeren bij gezinnen die kampen met multiproblematiek? De verschillende hulpverleners hebben verschillende doelen. De inkomensconsulent wil dat de jongere naar school gaat met studiefinanciering (dan kan de bijstand beëindigd worden), de schuldhulpverlener wil dat de jongere gaat werken (de schuld moet afbetaald) en de jeugdconsulent wil dat de jongere krijgt wat hij wil, wanneer hij het wil.

Het is logisch dat iedere hulpverlener een eigen doel heeft, dat is immers hun vakgebied. Maar als ze dan allemaal een eigen integraal plan schrijven waarmee hún doel wordt behaald, dan is het voor de burger ondoenlijk.

Voor iedereen moet helder zijn wie de leiding heeft

Het zou natuurlijk heel mooi zijn als er een regievoerder gekozen zou worden. Deze keuze kan op heel veel manieren worden gemaakt. Bijvoorbeeld kiezen voor degene bij wie de aanvraag binnenkomt of aansluiten bij de hulpvraag van de burger (vindt de jongere terug naar school gaan het meest belangrijke, dan gaat de regie naar de inkomensconsulent).

Welke keuze wordt gemaakt is niet relevant, als maar helder is voor iedereen wie de leiding heeft. Deze professional houdt regie over het proces, SAMEN met de burger. Ze vormen een soort tandem, die gezamenlijk prioriteiten stellen in het oplossen van problemen en de wijze waarop. Het is het proces van de burger, de professional ondersteunt en onderhoudt waar nodig contacten met zijn collega’s.

Vertrouwen is onontbeerlijk

Het toverwoord hierbij is vertrouwen. Want hoe lastig is het om als professional mee te gaan in het integrale plan van een collega, terwijl je zelf natuurlijk véél beter weet hoe het probleem op jouw vakgebied moet worden opgelost? Beter dan je collega en zéker beter dan de burger! Toch is het noodzakelijk op dit punt op elkaar te vertrouwen. Het grote plaatje is belangrijker dan de beste oplossing op jouw vakgebied. En voor dat grote plaatje is heldere regie nodig van één persoon.

Evelien Meester is manager Innovatie en Strategie bij kennis- en adviesorganisatie Stimulansz en auteur van het ‘Maatwerk in het sociaal domein’, hét Handboek voor omgekeerd werken, denken en doen. 

 

Noten

1.Hobbels op weg naar inkomensondersteuning, Toegang en uitvoering inkomensondersteunende voorzieningen, Inspectie SZW, januari 2018, p. 6/7.

2.Bijdrage Werk en inkomen aan integrale ondersteuning van jongeren uit de jeugdhulp die 18 worden, Inspectie SZW, januari 2018, p. 9.

 

Foto: Nick Page (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1655 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. We zijn gewend te kijken naar het WAT. Wat er moet gebeuren. We kijken zo vaak uitsluitend naar de teller(s). Niet naar de (ene) noemer die hier nodig is. Naar het HOE. Dat kan dus perverse uitkomsten geven.
    Zie hiervoor verder met Google ‘ Ken je dat land achter de regels, standaarden en protocollen ? ’.

  2. Integrale plannen….dan moeten wel alle leefdomeinen met elkaar samenwerken.
    Meestal zit jeugd, en wmo en maatschappelijk werk bij elkaar. Maar de GKB en Sociale Zaken niet. Wil een jongere niet terug naar school om allerlei (voor maatschappelijk werk of jeugd) legitieme redenen dan gaat Sociale Zaken daar zelden (terecht of onterecht) in mee. Sociale zaken blijft in dat opzicht vaak een vreemde eend in de bijt.
    Je constateert dat de GKB en Sociale zaken weinig communiceren over de trajecten van hun klanten. Inwoner zit in het voortraject van msnp, Gaat de inwoner ineens in augustus naar school omdat Sociale Zaken dat wil ivm voorliggende voorziening op de bijstand. Weg msnp. En ja de inwoner had wellicht meer moeten communiceren met de desbetreffende consulenten maar de inwoners weten vaak niet dat het zulks verstrekkende gevolgen heeft.
    Bij de GKB richting Sociaal Team / Wij Team, zie je ook nog vaak gesteggel.
    De integrale plannen leven ook niet voldoende bij de casemanagers jeugd doordat ze overvol zitten met casussen en blij zijn als ze dat kunnen behappen. Door de vele wisselingen van personeel met name bij de casemanagers jeugd omdat ze uitwijken naar een andere baan bij de Raad of Veilig Thuis, hebben vele gezinnen de 3e of 4e casemanager jeugd. Het vertrouwen krijgen van een gezin wordt hierdoor ook lastiger.
    Als de 2e lijn is ingezet dan voert de casemanager jeugd regie, maar de 2e lijn is vaak alleen maar op de jeugdhulpverlening ingesteld. Terwijl er bij de intake breder moet worden gekeken. Wat is het inkomen, lopen er rechtszaken, waarom zijn er schulden, zijn er potjes en/of toeslagen waar je recht op hebt, heb je een uitkering (wat voor 1 bijstand, Wajong, Wia, WW etc. ).Nu wordt er doorgegeven dat de partner van iemand vertrokken is, dat hierdoor de toeslag van de Wajong kan veranderen is voor de meeste jeugdhulpverleners niet bekend. En bij de casemanagers jeugd ook niet. Omdat klant de verandering niet gemeld heeft bij het UWV zit ze al maanden onder bijstand met alle stress die daar bijkomt. Je kunt hulpverlening blijven geven als dit soort zaken niet worden opgepakt. En ja ook hier is de inwoner in feite verantwoordelijk voor het doorgeven aan het UWV. Maar als de focus van de hulpverlening ook op het financiële gedeelte ligt, was er hoogstwaarschijnlijk wel een lichtje gaan branden als de inwoner ineens aangeeft dat ze het financieel niet meer redt of dat ze aangeeft dat ze minder geld krijgt. Het gaat er niet om dat de hulpverleners alles hoeven te weten maar dat er lampjes gaan branden en vervolgens daarmee iets doen.
    Vanaf 2013 zit ik is als dienstverlener vanuit Sociale Zaken in een Sociaal Team. En ja zo langzamerhand veranderen er dingen en gaan we vooruit. En zoals in het stuk staat, is vertrouwen het toverwoord maar hiervoor is ook beleid en de visie van de organisatie onontbeerlijk. Want de professionals werken vanuit dat kader. En zolang het geld uit allerlei potjes nog niet integraal wordt ingezet, blijft het lastig om integraal te werken. Er wordt nu gekeken, betalen we de reiskosten vanuit het participatiebudget of vanuit de WMO. Is dit arbeidstraining of is het dagbesteding, wederom P-budget of WMO. WMO probeert het op het P-budget af te wentelen en andersom idem. Als we 1 pot hebben doet het niet ter zake volgens mij.
    Als de eerste lijn, de GKB en de Gemeente meer met elkaar zouden samenwerken, ben ik er van overtuigd dat we de inwoner beter ondersteunen en er veel minder indicaties nodig zijn. Maar dan moet er wel tijd zijn. Het lijkt nu soms of de teams een indicatiebureau in de wijk zijn. Maar dan moet er meer tijd en meer mensen in de teams komen zodat zij een deel van de uitvoering kunnen doen en de samenwerking binnen de domeinen moet nog een verbeterslag maken.
    Langzaamaan maken we deze stappen, dus ik ben en blijf positief. Maar het is een kwestie van een lange adem. Er zullen vast ook al wel gemeenten zijn die verder zijn zo ook gemeenten die op ons achterlopen.
    We blijken een organisatie als Instituut Publieke Waarden nodig te hebben om af en toe door zaken heen te breken. Ik ben er van overtuigd dat er bij de gemeenten genoeg kwaliteit rondloopt die deze zaken ook aan het licht brengt maar we hebben waarschijnlijk toch dit instituut nodig om het gedaan te krijgen aangezien hun op een ander niveau binnenkomen.

  3. Helder beschreven. Ik ondersteun de extreme multiprobleem gezinnen. Als toevoeging zou ik nog willen vragen of we als hulpverleners/instanties iets meer naar de betrokken professional willen luisteren. Dan ook aannemen wat er verteld wordt wat het gezin nodig heeft en bijdragen aan de gevraagde oplossing. Ik wordt namelijk zo moe van de grenzen die als keihard feit worden neergezet waarmee iedereen verantwoordelijkheid voor de oplossing over de schutting gooit. Ik ben vaak meer tijd bezig met luisteren naar het schoonvegen van straatjes en doorgeven van de zwarte piet dan het daadwerkelijk zoeken naar oplossingen. Vaak is mijn oplossing vele malen goedkoper dan het totale kosten plaatje als er niets gedaan wordt maar dat zijn andere potjes en niemand voelt zich verantwoordelijk.

  4. Dank voor jullie waardevolle reacties!
    Vanuit onze trainingen ‘werken met de omgekeerde toets’ besteden we veel aandacht aan ‘het brede plaatje’. In de setting van de training pakken de deelnemers dit snel op, maar we zien ook dat het in de waan van alledag heel lastig is. Door een hoge caseload, gescheiden financiering (hoeft niet, de gemeente krijgt het als 1 budget), fysieke afstand, onbekendheid met de andere professional en met het doel van zijn werk, andere visie, etc. Toch kan het wel, al is het niet makkelijk. Als een aantal mensen de 1e stappen zetten en zich daarin vastbijten, dan wordt dit op een gegeven gesteund door collega’s, beleid en management. Het vraagt een lange adem, dat zonder meer. In de loop van de jaren zien we golfbewegingen, van heel streng naar heel soepel, van zeer gespecialiseerd naar zeer generalistisch en elke keer blijkt op de top van de golf dat het toch niet zo goed werkt als gehoopt. Wat als we nu naar het midden gaan, de balans en daar heel lang blijven om te leren en te ontwikkelen. Ik heb er vertrouwen in dat het dan goed komt!
    Evelien Meester

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *