Ondersteuning van kwetsbare jongeren: bied concrete resultaten

Jongeren waarderen hulp vooral als zij concrete resultaten ervaren. Dit vraagt om alerte hulpverleners die in staat zijn te zien waar deze jongeren dagelijks mee te maken hebben.

 Vanuit ons onderzoeksprogramma ‘Ondersteuning Jeugd in Overgang naar Volwassenheid’ is de discussie aangezwengeld over wat goede ondersteuning van professionals vraagt. Onze collega’s in Haarlem stelden in een eerdere bijdrage: professionals moeten zich vooral leren verplaatsen in de ander en minder hun persoonlijke ervaring inbrengen. De stelling dat jongeren niet zitten te wachten op deze vorm van openheid van professionals, leidde vervolgens tot veel discussie.

Onze Amsterdamse collega’s vulden aan: toekomstgericht werken is dan wel een belangrijk uitgangspunt, maar voor de jongeren is het belangrijker dat ze een relatie hebben met een betrokken hulpverlener op wie ze kunnen terugvallen voor problemen in het hier en nu.

Jongeren waarderen concrete resultaten

Vanuit onze ervaringen in Rotterdam willen we daar nog een perspectief aan toevoegen: jongeren waarderen hulp wanneer zij merken dat dit concreet iets oplevert. Het is waardevol om door te praten over de relatie die je als hulpverlener aangaat met een jongere en daarbij openheid te laten zien, maar het is belangrijker je als hulpverlener eerst te richten op de vraag wat je concreet kan bijdragen aan de situatie van een jongere. Of op z’n Rotterdams: geen woorden maar daden!

Wij vroegen Rotterdamse jongeren tussen de zestien en negentien jaar in interviews naar hun waardering van de professionele ondersteuning die zij tot nu toe ontvingen. De antwoorden die zij gaven zijn onder te verdelen in drie categorieën: het resultaat van de hulpverlening, de houding van de hulpverlener en aspecten van de organisatie van de hulpverlening.

Ze zoeken iemand die concreet iets weet te veranderen

Aan wat voor een soort hulpverlener hebben jongeren behoefte in hun overgang naar volwassenheid? Welke openheid en focus vraagt dit van professionals? Los van hoe goed iemand wel of niet weet te luisteren of aan te sluiten, zoeken ze vooral iemand die concreet iets weet te veranderen. Of zoals een jongere zegt: ‘Iemand die niet alleen maar mijn problemen aanhoort. Meevoelen met mij, nee, dat hoeft niet. Ik wil gewoon dat je me helpt.’

Het gaat hen om inzicht krijgen en concrete adviezen over hoe ze ergens mee kunnen omgaan; om informatie en duidelijkheid; én om praktische hulp zoals bij het vinden van huisvesting, het wegwijs raken in de regels en processen binnen onderwijs- en zorginstellingen of het doorverwijzen naar hulp die hen verder kan helpen. Het is dus van belang om te helpen bij problemen die de jongeren zelf ervaren. Problemen en vragen die spelen in het hier en nu, zoals onze Amsterdamse collega’s ook al stelden.

Niet te dramatisch, maar met humor, positiviteit en kalmte

Het behalen van deze concrete resultaten vraagt wel degelijk om een bepaalde houding van professionals. Jongeren hebben het veel over een ‘klik’ die er moet zijn. Maar wat zit daar achter? Jongeren willen een hulpverlener die in een sfeer werkt die bij hen aansluit: niet te dramatisch, maar met humor, positiviteit en kalmte. Het gaat hen om hulpverleners die een oprechte poging doen zich in hen en hun situatie te verplaatsen, iemand die hen laat uitpraten, niet uitgaat van vooronderstellingen en doorvraagt als ze een oppervlakkig antwoord geven: iemand dus die zich oprecht betrokken toont bij de jongere.

Is dit dan de ‘openheid’ die jongeren wel zoeken? Hulpverleners die openstaan om zich te laten raken door wat er voor de jongere op het spel staat en zich daardoor laten leiden? En is dat ook niet waar een goede hulpverleningsrelatie door ontstaat: het vertrouwen dat je als jongere opbouwt wanneer jouw hulpverlener keer op keer beschikbaar blijkt te zijn voor vragen en problemen die jij op dat moment ervaart?

Beschikbare en steeds dezelfde hulpverleners worden zeer gewaardeerd

In de verhalen van jongeren zagen we ten slotte elementen naar voren komen die op organisatieniveau goede hulp mogelijk maken. Organisatieaspecten die overigens weinig verrassend zullen zijn, maar toch steeds weer benadrukt moeten worden. Zo moeten we voor zoveel mogelijk continuïteit zorgen onder de professionals met wie jongeren te maken krijgen en een vertrouwensband opbouwen.

Ook waarderen jongeren het dat de professionals die zij nodig hebben, beschikbaar zijn op het moment dat zij behoefte hebben aan contact. Zodat ze op laagdrempelige wijze, wanneer de problemen hen nog niet boven het hoofd groeien, terechtkunnen bij iemand die hen de goede kant op kan wijzen.

De stad verwacht zelfredzaamheid

We hebben in ons Rotterdamse deelonderzoek bij de interviews op het Rotterdamse Zadkine College extra aandacht besteed aan de mbo’ers op niveau 1 en 2. Deze mbo-niveaus staan open voor jongeren zonder een vooraf behaald diploma. Dit impliceert een enorm kwetsbare positie in de overgang naar volwassenheid. Deze jongeren groeien veelal op met professionele ondersteuning in hun leven. Zij ervaren in hun dagelijks bestaan en op weg naar volwassenheid een veelheid aan problemen en vragen waarbij zij hulp van anderen nodig hebben.

Maar ondertussen worden zij volwassen in een stad die van hen vanaf hun achttiende verjaardag direct op allerlei manieren zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid verwacht. Dit vraagt om hulpverleners die oog hebben voor deze mismatch tussen de mogelijkheden van deze jongeren en de verwachtingen waaraan zij niet altijd kunnen voldoen. Hulpverleners die beschikbaar en alert zijn, over de grenzen van bureaucratische afspraken heen kijken en deze kwetsbare jongeren een helpende hand toesteken.

Judith van Vliet is onderzoeker bij het lectoraat Dynamiek van de Stad en programmadocent bij de opleiding Social Work bij Hogeschool Inholland. Hafida el Gharbaoui is onderzoeker bij het lectoraat Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en docent Social Work aan de Hogeschool Rotterdam.

 

Foto: August de Richelieu via Pexels