Kijk niet te ver vooruit met kwetsbare jongeren

‘Toekomstgericht werken’ is het nieuwe credo in de ondersteuning van kwetsbare jongeren tussen de zestien en zevenentwintig jaar. De aanpak biedt mooie aanknopingspunten, maar voor veel jongeren zit de uitdaging vooral in weten wat ze nú nodig hebben of moeten doen om dit te realiseren.

Volwassen worden gaat niet voor alle jongeren vanzelf. Vooral voor jongeren in een kwetsbare positie kan het lastig zijn om op eigen houtje een opleiding af te ronden, werk te vinden, met geld om te gaan, huisvesting te vinden of vriendschappen en relaties te onderhouden.

In deze leeftijdsfase gaan dit soort moeilijkheden vaak samen met psychische klachten, overmatig drugsgebruik of justitieel contact. Sommige jongeren hebben in deze fase professionele begeleiding nodig om hun leven op de rails te houden.

Toekomstgericht werken als nieuwe norm

In opdracht van het Ministerie van VWS spant de landelijke aanpak 16-27 zich in voor betere ondersteuning van deze groep. Sinds de transformatie in het sociaal domein is ‘toekomstgericht werken’ het nieuwe credo. Het ministerie zet daarbij in op het maken van een toekomstplan dat voortkomt uit de wensen en ambities van jongeren zelf.

De hoop is gevestigd op hulpverlening die aansluit bij de plannen die jongeren zelf hebben met hun leven. Dat lijkt pure winst vergeleken met hulp in het verleden, waarin problemen centraal stonden en het hulpaanbod leidend was. Toch plaatsen we enkele kanttekeningen bij dit pleidooi voor toekomstgericht werken. Dit doen we in het licht van gesprekken met jongeren die zijn gevoerd in het kader van twee onderzoeken naar de verbetering van professionele ondersteuning van jongeren tussen de zestien en drieëntwintig jaar.[1]

Hoe toekomstgericht zijn jongeren?

Dat je hulp aan jongeren beter kunt richten op hun mogelijkheden en toekomst dan op problemen en hun verleden lijkt tegenwoordig bijna een open deur. Echter, hoe toekomstgericht zijn jongeren in deze leeftijdsfase eigenlijk? Ze hebben vaak wel een idee van wat ze nu zouden willen, maar zijn nauwelijks gericht met hun verdere toekomst bezig.[2]

Uit gesprekken met jongeren blijkt dat hun toekomstbeeld vaak weinig specifiek is. Als het gaat over later, dan streeft het merendeel naar huisje-boompje-beestje. Jongeren zijn meer bezig met zaken die op dit moment urgent voor hen zijn: hun huidige opleiding afronden, een woning vinden, uit de schulden raken, minder blowen. Voor veel jongeren zit de uitdaging vooral in weten wat ze nú nodig hebben of moeten doen om dit te realiseren.

Toekomst is extra bron van zorg

Nadenken over de toekomst kan voor jongeren met problemen juist een extra bron van zorgen zijn. “[…] [I]k ben er ook niet meer echt aan gaan denken, want vroeger deed ik dat wel maar dat gaf me alleen heel veel stress. Dus ik dacht; ik denk er maar niet over na. […] Ik ben gewoon meer bezig in het nu” (meisje, 18 jaar).

Plannen maken voor de toekomst klinkt vooral als het ‘verstandige’ perspectief van volwassenen. Maar het uitstippelen van een plan voor de toekomst is zeker voor jongeren met acute problemen een luxe die ze zich niet kunnen veroorloven. Zij moeten eerst de zogenaamde ‘big five’ – support, wonen, school en werk, inkomen en schulden, welzijn en gezondheid - op orde krijgen en zorgen dat hun moeilijkheden niet groter worden dan ze al zijn.

Relatiegericht in plaats van toekomstgericht

Dat ‘support’ de eerste plek inneemt bij de ‘big five’ is niet toevallig. Jongeren geven aan dat het belangrijk is dat ze van iemand het vertrouwen en de ruimte krijgen om zaken zelf aan te pakken. Tegelijkertijd hebben ze behoefte aan advies en steun en een vangnet voor als het misgaat.

“[…] eigenlijk hebben alle jongeren gewoon behoefte aan iemand die er voor ze is, iemand bij wie ze terecht kunnen voor advies wanneer het moeilijk wordt. Voor de meeste jongeren zijn dit hun ouders, maar voor degenen die dit niet hebben is het wel belangrijk dat iemand een beetje op ze let” (meisje, 18 jaar).
Wanneer jongeren wordt gevraagd naar hulp die hen écht helpt, dan verwijzen ze naar professionals – leerkrachten, mentoren, psychologen, of jeugdwerkers – waarbij ze onvoorwaardelijk terecht kunnen, die hen serieus nemen, oprecht betrokken zijn en vertrouwen uitstralen.

De verhalen van jongeren lijken er dus op te wijzen dat hulpverlening beter relatiegericht, dan toekomstgericht kan zijn. In relatiegericht werken is een gerichtheid op de toekomst mogelijk, maar alleen als deze behoefte verschijnt in de relatie tussen de jongere en professional.

Keuzes voor de toekomst niet alleen, maar samen maken

Een laatste punt is dat de toekomstgerichte hulp aan jongeren teveel wordt voorgesteld als volgend en aansluitend bij wat jongeren willen. Uit onze gesprekken blijkt juist dat jongeren de keuzes voor hun eigen toekomst nog niet altijd alleen kunnen of willen maken. De professional volgt de wensen van een jongere niet, maar geeft deze mede vorm in relatie tot de jongere.

Jongeren hebben iemand nodig die tastbare doelen met hen opstelt voor de korte termijn, die hen begeleidt en erop toeziet dat ze de stappen zetten om die doelen te bereiken. De coronacrisis, waarin alledaagse routine en structuur wegvalt maakt dat nog eens extra duidelijk.

De beste kans op een acceptabele toekomst

Het idee van toekomstgericht werken lijkt aantrekkelijk, maar mist op enkele punten wat kwetsbare jongeren in overgang naar volwassenheid nodig hebben: iemand die samen met de jongere bekijkt welke stappen nu gezet moeten worden en die hen daarbij in praktische zin ondersteunt. De beste kans op een acceptabele toekomst, ligt voor kwetsbare jongeren eerder in wie en wat er nu in hun levens nodig is, dan in een focus op die toekomst zelf.

Marte Wiersma is onderzoeker bij lectoraat Jeugd en Samenleving en docent in de bacheloropleiding Social Work bij Hogeschool Inholland.

Roel van Goor is associate lector Jeugd en Samenleving en docent in de masteropleiding Pedagogiek bij Hogeschool Inholland.

 

Noten:

[1]Het betreft twee onderzoeken: 1) Ondersteuning Jeugd in Overgang naar Volwassenheid (OJOV), een vierjarig onderzoek in de steden Amsterdam, Haarlem en Rotterdam (zie: www.opwegnaarvolwassenheid.nl); 2) Bevordering van maatschappelijke participatie van jongeren met gedrags- en psychische problematiek in Amsterdam (zie: https://www.hva.nl/ondersteuningjongeren).

[2]Wiersma, M. & Van Goor. R. (2019). Bevordering maatschappelijke participatie. Ervaringen, wensen en behoeften van jongeren 16-23 jaar. www.inholland.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/participatie-van-jeugdigen

 

Foto: Silvia Sala (Flickr Creative Commons)