Vrijwilligers zitten in het oog van de storm

Gewone burgers krijgen steeds vaker te maken met intimidatie en polarisatie, zoals onlangs in het Brabantse Engelen. Maikel Meijeren en Lucas Meijs (Erasmus) bespreken de krimpende maatschappelijke ruimte. Wat kunnen organisaties doen als hun vrijwilligers hier de dupe van worden?

In het Brabantse dorp Engelen staan voor- en tegenstanders van een AZC lijnrecht tegenover elkaar. Vrijwilligers van VluchtelingenWerk ondervonden dat solidariteit uitspreken voor vluchtelingen, bijvoorbeeld door de Samen Leven-poster op te hangen, tegenwoordig een gewaagde keuze is, met soms ernstige gevolgen.

Net als na de lintjesaffaire van voormalig asielminister Faber, die tot veel steun en meer vrijwilligers voor vluchtelingen leidde, was er ook nu sprake van een contrareactie: normaal worden er dagelijks enkele honderden posters besteld, in de weken nadat Engelen in het nieuws was een veelvoud, tot wel 3000 posters per dag.

Intimidatie lijkt eerder genormaliseerd dan geproblematiseerd te worden

Die steun is mooi, maar de oorzaak erachter is alarmerend. In toenemende mate staat de legitimiteit voor het doen van vrijwilligerswerk voor vluchtelingen onder druk. En daar stopt het niet. Ook klimaatactivisten hebben te maken met deze krimpende maatschappelijke ruimte. De retoriek die politici gebruiken draagt hieraan bij.

Zo staat in het verkiezingsprogramma 2026 van Hart voor Den Haag van Richard de Mos letterlijk: ‘Extinction Rebellion (XR) blokkeerde de A12 meer dan veertig (!) keer. Dat moet snoeihard worden aangepakt. Zet de ME in en met het waterkanon op de hardste stand spuiten we XR letterlijk plat. Het moet voor eens en voor altijd afgelopen zijn.’

Hart voor Den Haag is de grootste politieke partij van Den Haag geworden. Dat laat zien dat een grote groep mensen zich niet stoort aan dergelijke retoriek. Sterker nog: deze intimidatie lijkt eerder genormaliseerd dan geproblematiseerd te worden. Het zet de Nederlandse civil society, het geheel waarin men zich vrijwillig verenigt, in toenemende mate onder druk.

Het begint te wringen

Voor een vitale democratie is een krachtige civil society met voldoende vrijwilligers onontbeerlijk. De civil society speelt een belangrijke rol in het beschermen van mensenrechten en de democratische rechtsstaat. En daar begint het te wringen. Het College voor de Rechten van de Mens zegt in haar rapport uit 2025 dat de maatschappelijke ruimte in Nederland afneemt, een conclusie die door het Netherlands Helsinki Committee in ander onderzoek wordt ondersteund.

De staat van de Nederlandse civil society is bijgesteld van ‘open’ naar ‘beperkt’

Uit onderzoek, in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens uitgevoerd door het Verwey Jonker Instituut, blijkt dat 86 procent van de ondervraagde maatschappelijke organisaties vindt dat de situatie voor de civil society in het algemeen in Nederland de afgelopen twee jaar is verslechterd. CIVICUS, een wereldwijde alliantie van maatschappelijke organisaties die landen systematisch vergelijkt, heeft de staat van de Nederlandse civil society in 2024 naar beneden bijgesteld van ‘open’ naar ‘beperkt’.

De staat van de Nederlandse civil society is al met al niet slecht, maar het gaat dus wel de verkeerde kant op. Vrijwilligers die werken op thema’s waar veel maatschappelijke verdeeldheid heerst, zoals migratie en klimaat, moeten zich te midden van die verdeeldheid staande houden in het oog van de storm.            

Zelfcensuur en intimidatie

Vrijwilligers die werken op thema’s als migratie en klimaat bevinden zich in een lastige positie. Krimpende maatschappelijke ruimte wordt namelijk voornamelijk op institutioneel niveau bekeken en onderzocht. Zo is er vaak veel aandacht vanuit mensenrechtenperspectief, zoals het recht op demonstreren. Ook wordt er vaak door een financiële bril naar gekeken, bijvoorbeeld naar hoe overheden via subsidies proberen invloed uit te oefenen op de beweegruimte van maatschappelijke organisaties.

Voor het individuele niveau, waarop vrijwilligers zich bevinden, is veel minder aandacht. Terwijl zij die krimpende maatschappelijke heel direct kunnen ervaren. Dat kan op twee manieren: impliciet en expliciet.

Vrijwilligers zijn bang voor reacties van afkeuring of erger

Impliciet krimpende maatschappelijke ruimte betekent dat vrijwilligers zich beperkt voelen om hardop uit te spreken dat ze vrijwilligerswerk doen. Het is in feite zelfcensuur, omdat ze bang zijn voor reacties van afkeuring of erger. Een deel van de vrijwilligers voor vluchtelingen besluit om niet over het vrijwilligerswerk te vertellen aan buren, familie of vrienden, bijvoorbeeld omdat ze weten dat de ander er politiek rechtse denkbeelden op nahoudt. Of ze durven hun vrijwillige inzet niet toonbaar te maken en hangen geen Samen Leven-poster op.

Expliciet krimpende maatschappelijke ruimte betekent dat vrijwilligers daadwerkelijk ongevraagd nare, vervelende of intimiderende reacties hebben gehad die te relateren zijn aan hun vrijwilligerswerk. Dit was het geval bij voorstanders van een vluchtelingenopvang.

Onderkennen én ernaar handelen

De krimpende maatschappelijke ruimte lijkt vooral te spelen bij activistische organisaties die zich inzetten voor bepaalde thema’s in de samenleving en daar meer aandacht voor willen vragen. Omdat we weten dat vrijwilligers makkelijk overstappen naar andere organisaties en vrijwilligers voor vluchtelingen snel weer stoppen, is het nodig dat activistische organisaties die met vrijwilligers werken de krimpende maatschappelijke ruimte voor individuele vrijwilligers onderkennen én ernaar handelen.

Organisaties die met vrijwilligers werken, met name op het gebied van migratie en klimaat, moeten in (voortgangs)gesprekken met hun vrijwilligers dus vragen in hoeverre die op persoonlijk niveau last hebben van de krimpende maatschappelijke ruimte en wat de organisatie hier volgens de vrijwilliger aan kan doen.

We kunnen uiteenlopende meningen met woorden bestrijden, in plaats van met bekladdingen

Een voorbeeld: VluchtelingenWerk biedt de cursus Omgaan met vooroordelen aan hun vrijwilligers aan, om hen voor te bereiden op mogelijk negatieve reacties. Een andere optie ligt in de hoek van Deep Canvassing, waarbij vrijwilligers gesprekstechnieken aangeleerd krijgen waarmee ze empathisch en zonder oordelen gesprekken kunnen voeren over maatschappelijk gepolariseerde thema’s. Zo kunnen we uiteenlopende meningen met woorden bestrijden, in plaats van met bekladdingen.

Maikel Meijeren is postdoctoraal onderzoeker vrijwilligerswerk en civil society aan de afdeling Business & Society Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Lucas Meijs is hoogleraar civil society en strategische filantropie aan de afdeling Business & Society Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

Foto: thirdman via Pexels.com