COLUMN Een hittegolf leert ons over weerbaarheid en gemeenschapszin

Er was in maart al een hittegolf in Amerika. Dat doet hoogleraar Marcel Canoy denken aan die van de jaren negentig in Chicago, toen een gebrek aan sociale verbondenheid grote oversterfte veroorzaakte. Een extra bewijs voor de waarde van zorgzame gemeenschappen.

Terwijl ik dit schrijf schiet de thermometer ruim door de 40 graden Celsius heen. In maart, in de Verenigde Staten wel te verstaan. Het doet me denken aan het boek The heat wave van de socioloog Eric Klinenberg uit 2002 over de hittegolf in Chicago uit 1995.

Die hittegolf begon op 12 juli van dat jaar en hield slechts vijf dagen aan. Toch veroorzaakte het een recordaantal van 739 dodelijke slachtoffers, meer dan bij enige andere natuurramp in de VS. Aanvankelijk zocht men de verklaring vooral in individuele kenmerken van mensen, zoals slechte gezondheid of het ontbreken van airconditioning. Maar die verklaringen waren om uiteenlopende redenen onbevredigend.

De gedachte dat de overheid de varkentjes wel even zou wassen, bleek een illusie

Klinenberg ging dieper graven in data en verhalen. Om te snappen waarom er zoveel slachtoffers vielen, moeten we iets meer weten over rampen en over Chicago in het bijzonder.

Tijdens rampen zijn hulpdiensten van de overheid overbezet. Dat was dit keer niet anders.
Brandweerwagens rukten uit om water te spuiten, maar het watersysteem haperde. Elektriciteitscentrales raakten overbelast zodat airconditioning uitviel. Politie en ziekenhuispersoneel maakten overuren. De gedachte dat bij rampen de overheid de varkentjes wel even zou wassen, bleek een illusie.

Inzoomen op wijkniveau

Zo’n scenario geldt niet alleen voor de Verenigde Staten. We zagen het ook in ons land tijdens corona. Oversterfte in verpleeghuizen, scholen die onnodig dichtgingen, noem maar op. We kunnen dan met een vingertje wijzen naar incompetente politici of ambtenaren, maar het is misschien beter te accepteren dat het systeem moeilijk functioneert onder zulke extreme omstandigheden.

North Lawndale is het afvoerputje van de samenleving

Een imperfect functionerende overheid is daarmee nog geen verklaring voor de grote oversterfte in Chicago, want dan zouden de sterftecijfers bij andere rampen ook hoger moeten liggen. Maar individuele kenmerken zoals armoede zijn ook geen goede verklaring. We moeten iets meer van Chicago weten.

Chicago is een van de meest gesegregeerde steden van de VS. Neem de wijk North Lawndale. Iedereen die in de jaren negentig wel eens van het welvarende centrum naar de in het zuidelijke Hyde Park gelegen University of Chicago is gereisd, weet dat je dan door een van de meest naargeestige wijken van het land komt. North Lawndale is het afvoerputje van de samenleving.

Opzienbarende cijfers

Om enig beeld te krijgen: niet alleen is deze wijk een stuk armer dan de armste wijk in Nederland, er is vooral ook veel meer werkloosheid en criminaliteit. De werkloosheid was in die tijd boven de 20% tegen 8 tot 10% in arme Nederlandse wijken.
De criminaliteitscijfers zijn echt opzienbarend. Maar liefst 57% van de volwassen bevolking had daar een strafblad. Per 100.000 bewoners werden er 60 tot 100 moorden gepleegd in dat jaar, in Nederland waren dat er destijds hooguit 2. Drugsgerelateerde arrestaties lagen ook pakweg een factor 20 hoger in North Lawndale dan in bijvoorbeeld Overvecht.

Er zijn geen plekken waar mensen van nature samenkomen zoals buurthuizen of bibliotheken

Van belang is ook de ruimtelijke kwaliteit. North Lawndale is een schoolvoorbeeld van verloedering. Massale leegstand, urban prairies, gaten in de weg, geen plekken waar mensen van nature samenkomen zoals buurthuizen of bibliotheken en geen normaal levendig straatleven met winkels en restaurants.

Veel eenzaamheid

De combinatie van criminaliteit en gebrekkige ruimtelijke kwaliteit zorgde voor veel eenzaamheid, vooral onder ouderen die geen kant op konden. Toen Klinenberg de autoriteiten bezocht die verantwoordelijk waren voor het ‘afhandelen’ van de sterfgevallen, vertelden zij dat het hen was opgevallen dat een groot deel van de overleden mensen compleet vereenzaamd was. De huizen waar ze gevonden werden, soms weken na het overlijden, waren niet zelden compleet vervuilde puinhopen. En niemand kwam de spullen opeisen, laat staan een begrafenis betalen.

South Lawndale kende een levendig straatbeeld

Nu kun je zeggen ‘oké, de jaren negentig in de VS waren ook één grote zooi met de crackverslaving en totale verloedering’, maar dan mis je een punt. Onder North Lawndale ligt namelijk South Lawndale, ook niet een buurt waar je per se voor je plezier komt, met vergelijkbare armoedecijfers, evenveel mensen die alleen woonden en veel werkloosheid.

Er was in South Lawndale duidelijk minder criminaliteit. Maar er was nog een ander, veel belangrijker, verschil. Ondanks de grote sociale problemen kende South Lawndale een levendig straatbeeld met winkeltjes, restaurants en buurthuizen. En dat liet zich aflezen in de cijfers: de hoeveelheid doden als gevolg van de hittegolf lag er een factor 10 lager dan in North Lawndale.

Weerbaarheid door sociale verbondenheid

Wat leren we hiervan? Weerbaarheid heeft weinig met armoede te maken of met enige andere individuele karakteristieken van slachtoffers. Het heeft ook weinig met het functioneren van de overheid van doen. Weerbaarheid ontstaat vooral door sociale verbondenheid.

We mogen ons niet in slaap laten sussen

Die verbondenheid werd door de verloedering, criminaliteit en het ontbreken van een normaal straatleven sterk bemoeilijkt in North Lawndale. De hittegolf in Chicago legde dat op een uiterst pijnlijke manier bloot. Gelukkig hebben wij in ons land geen wijken die ook maar in de verste verte lijken op North Lawndale. Maar we mogen ons door deze in het oog springende verschillen niet in slaap laten sussen.
We leven in tijden van grote geopolitieke spanningen, die zomaar kunnen leiden tot situaties die onze eigen overheid sterk in verlegenheid kan brengen. Een vogelgriep die overslaat naar mensen, een energiecrisis die ons hard raakt of zelfs betrokkenheid bij een oorlog. Zolang Donald Trump aan de macht is, kunnen we geen enkel scenario uitsluiten.

Brede baten

Eric Klinenberg laat zien dat sociale verbondenheid in de buurt mensen weerbaarder maakt dan enige andere maatregel. De baten van die verbondenheid zijn vele malen groter dan alleen op het gebied van weerbaarheid. Leefstijlinterventies landen beter wanneer de buurt sociaal goed functioneert. Het maakt van een individueel probleem een collectieve oplossing.
Mentale problemen kunnen in de wijk vaak effectiever worden opgepakt in contact met lotgenoten en ervaringsdeskundigen dan in individuele ggz-trajecten. Individuele mensen uit de eenzaamheid halen is onbegonnen werk zonder sociaal weefsel. Zorgzame gemeenschappen leiden ook tot een betere lokale democratische verankering.

De rekensommen zijn forse onderschattingen van de werkelijke maatschappelijke waarde

Er zijn veel rekensommetjes die proberen in kaart te brengen wat zorgzame gemeenschappen opleveren. Wat heet, ik maak ze zelf, samen met mijn collega’s van VitaValley. Die sommetjes laten zien wat een investering in zorgzame gemeenschappen oplevert in termen van gezondheidswinst, kwaliteit van leven of zorgkosten.
Allemaal prima. Maar de sommen zijn forse onderschattingen van de werkelijke maatschappelijke waarde, omdat de hierboven genoemde baten niet altijd zijn uit te drukken in de euro’s waar zorgverzekeraars en gemeenten zo verlekkerd naar uitkijken. Dat hebben we dan toch mooi geleerd van die hittegolf.

Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Reacties 1

  1. De buurt als schaamlap ?
    Marcel Canoy heeft opnieuw een truc.
    Hij pakt een sterk wetenschappelijk verhaal, trekt er een conclusie uit die precies past in zijn eigen denkkader, en presenteert dat als onvermijdelijke logica.
    In zijn column over de hittegolf van Chicago doet hij het weer.
    Eric Klinenbergs analyse van de 739 hittedoden in 1995 is briljant sociologisch werk. Maar wat Canoy ermee doet, is intellectuele zakkenrollerij.
    Zijn redenering: de overheid faalde bij de hittegolf, de overheid faalde bij corona, dus laten we “accepteren” dat de overheid het niet kan.
    En dan: individuele kenmerken verklaren ook niets.
    Wat rest? De buurt. Sociale verbondenheid. Gemeenschapszin. Canoy’s oplossing voor alles.
    Dat is geen sterke analyse.
    Dat is een eliminatiedieet waarbij je net zo lang ingrediënten schrapt tot alleen je lievelingsgerecht overblijft.
    Canoy schrijft de overheid in twee alinea’s af en besteedt de rest van zijn column aan het ophemelen van de buurt als reddingsboei.
    Dat past naadloos in het verhaal dat hij al jaren vertelt: marktwerking is “the only show in town,” de overheid is een sta-in-de-weg, en de oplossing ligt bij burgers zelf.
    Het is de ideologie van de terugtrekkende overheid, verpakt als warme gemeenschapszin.
    Maar zijn eigen voorbeeld bijt hem in de staart:
    South Lawndale had tien keer minder hittedoden dan North Lawndale. Niet dankzij vrijwilligers of buurtinitiatieven, maar dankzij winkels, restaurants en buurthuizen. Dat is economische en sociale infrastructuur — en die ontstaat niet uit gemeenschapszin.
    Die kost geld. Die vereist beleid. Die is, met andere woorden, een overheidstaak.
    Had Canoy het vervolg van Klinenbergs werk gelezen — Palaces for the People uit 2018 — dan had hij geweten dat Klinenberg zelf precies díe conclusie trekt.
    Sociale infrastructuur is een publieke verantwoordelijkheid.
    Bibliotheken, buurthuizen, parken: het zijn overheidsinvesteringen die het sociale weefsel mogelijk maken.
    Klinenberg als kroongetuige opvoeren voor het afschaffen van overheidsingrijpen is zijn werk op de kop zetten.
    En dan de praktijk.
    De evaluaties liggen er. In Vlaanderen draaien sinds 2013 proeftuinen met zorgzame buurten; in 2022 startten 133 projecten. De resultaten zijn vernietigend voor Canoy’s optimisme.
    Onderzoekers van de VU Brussel en de KU Leuven concluderen dat zorgzame buurten bestaande ongelijkheden vergroten.
    Burgerparticipatie is ongelijk verdeeld.
    In de kwetsbaarste wijken participeren bewoners het minst — niet uit onwil, maar omdat armoede, taalbarrières en overbelasting het simpelweg niet toelaten. Het mattheuseffect in optima forma: wie heeft, zal gegeven worden. De rest mag het uitzoeken.
    Canoy noemt niets van dit alles. In plaats daarvan vermeldt hij trots dat hij samen met VitaValley “rekensommetjes” maakt over de opbrengsten van zorgzame gemeenschappen — en dat die sommetjes de waarde nog onderschatten.
    Een hoogleraar die zijn eigen consultancywerk als bewijs opvoert en vervolgens betoogt dat het bewijs nog te bescheiden is: het is een staaltje academische zelfbediening dat op een wetenschappelijke faculteit wenkbrauwen zou moeten doen fronsen.
    De warme solidariteit van de buurt kan de koude solidariteit van de sociale zekerheid niet vervangen. Dat is de les uit België.
    De les uit Chicago is dat sociale infrastructuur publieke investeringen vereist, niet minder overheid maar méér.
    En de les van Canoy’s column is dat je met een goed verhaal een slechte conclusie kunt verkopen — als je er maar genoeg academisch gezag overheen drapeert.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *