‘Er komen te veel migranten naar ons land. Elk jaar groeit Nederland met een stad ter grootte van Deventer. Ik ben niet tegen mensen, maar dit is gewoon te veel.’
‘Ach, zoveel zijn het er toch niet? Bovendien zijn het vaak arbeidsmigranten. Die hebben we hard nodig. Jij wilt toch ook dat je pakketje gewoon wordt bezorgd?’
‘En het aantal asielzoekers? Dat ligt echt niet hoger dan in Duitsland. Daarbij: wij zijn een van de rijkste landen ter wereld.’
‘Ja, maar andere landen hebben ruimte. Ken je dat liedje ‘15 miljoen mensen’? Nu zitten we hier met 18 miljoen mensen op een postzegel. Het is overal druk. Op straat, in restaurants – je moet overal reserveren.’
‘De meeste vluchtelingen komen Europa niet eens binnen. Die zitten in buurlanden zoals Turkije.’
‘En stel dat wij zelf moeten vluchten door de stijging van de zeespiegel – dan hopen we toch ook op opvang?’
‘Misschien. Maar nu niet. Ons systeem piept en kraakt. Huisartsen zitten vol, huizen zijn er niet. Mijn nicht van dertig woont nog steeds thuis. Onze kinderen hebben het slechter dan wij.’
‘Het gaat niet alleen om geld. Het gaat ook om wie we zijn’
‘Maar dat ligt niet alleen aan migratie. We hebben zelf te weinig geïnvesteerd in woningen en zorg. Dáár zit het probleem.’
‘Het gaat niet alleen om geld. Het gaat ook om wie we zijn. Onze normen en waarden. Sinterklaas wordt ingeruild voor het suikerfeest.’
‘Nee, dat is overdreven. Het komt erbij. Maar mensen uit Syrië of Eritrea kijken anders naar vrouwen of homoseksualiteit.’
‘Alsof dat hier altijd vanzelfsprekend was. Vrouwen werken pas sinds kort. Verandering kost tijd. En ook binnen migrantengroepen verschillen de opvattingen enorm.’
‘Weet je wat ik wél een probleem vind? En ik mag dat zeggen want mijn ouders komen uit het buitenland: bijna de helft van de vluchtelingen belandt in de bijstand. Zo is onze verzorgingsstaat niet houdbaar.’
‘Dat komt door discriminatie. We laten talent onbenut. Dat kost óók wat.’
‘En criminaliteit dan? Het voelt gewoon onveiliger. Oorlogen overal – Oekraïne, Iran. Dat neem je toch mee?’
‘Dat gevoel snap ik. Maar het klopt niet altijd met de werkelijkheid. Ik woon naast een azc en merk er niets van.’
‘Toch moeten we meer grip krijgen op migratie. Mensen komen zomaar binnen en worden ergens met honderden tegelijk geplaatst zonder dat iemand iets te zeggen heeft.’
‘Zit je niet te veel in een socialmediabubbel? Alles draait om asiel. Eén incident wordt uitvergroot. De spandoeken van ‘AZC Nee’ zie je de hele tijd, maar de vele ‘welkom’-borden bijna niet.’
‘En politici doen vrolijk mee. Angst verkoopt. Hoe groter het probleem lijkt, hoe meer stemmen. Zij verergeren alles.’
‘Misschien. Maar we willen wel kunnen meepraten. Niet dat alles boven ons hoofd wordt besloten.’
Misschien is dat wel het belangrijkste: het wisselen van al die gezichtspunten, dus dat we over migratie het goede gesprek blijven voeren. Thuis, in de buurt, in de gemeenteraad en de Tweede Kamer – en ook met onszelf.
Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie