De overheid staat voor grote uitdagingen en kan de kennis, kunde en innovatiekracht uit de samenleving goed gebruiken om die uitdagingen het hoofd te bieden. Publieke prijsvragen bieden daarvoor een vehikel. Zij maken het mogelijk om een concrete vraag aan de markt of aan burgers voor te leggen. In het beste geval ontstaat er daarbij een vliegwieleffect, doordat het winnende idee breed inzetbaar blijkt te zijn of leidt tot nieuwe innovaties.
Juridische vormgeving
Bij publiek aangekondigde prijsvragen formuleert een overheidsorganisatie een probleem dat zij wil oplossen en vraagt zij burgers en bedrijven om met ideeën te komen. Vervolgens selecteert de overheidsorganisatie het beste idee en kent zij een beloning toe aan die deelnemer. De beloning kan gaan om vrij besteedbaar prijzengeld of om doelgebonden financiering.

Bron: Financieren in Netwerken
Recente voorbeelden van publieke prijsvragen zijn Carbonbid, waarmee het Havenbedrijf Rotterdam de uitstoot van broeikasgassen wil verlagen, en de prijsvraag voor de ontwikkeling van een groene stadsring in opdracht van de gemeente Leiden.
De effectiviteit wordt mede bepaald door de manier waarop een prijsvraag juridisch is vormgegeven
Met publieke prijsvragen zijn niet alleen belangrijke achterliggende beleidsdoelen gemoeid, maar ook miljoenen euro’s aan publiek geld. Alleen daarom al is er veel aan gelegen dat publieke prijsvragen op een effectieve wijze worden ingezet. De effectiviteit wordt mede bepaald door de manier waarop een prijsvraag juridisch is vormgegeven. Te weinig aandacht voor de juridische vormgeving kan leiden tot een vermindering van het innovatiepotentieel, tot fouten die niet of maar lastig kunnen worden hersteld of tot een gebrek aan transparantie.
Kosten en baten
Een belangrijk aandachtspunt voor de effectieve toepassing van publieke prijsvragen is de balans tussen de kosten en baten van deelname. Baten kunnen verschillende vormen aannemen. Denk aan vergoeding voor de kosten die partijen hebben gemaakt voor hun deelname, prijzengeld, het krijgen van een vervolgopdracht en de waarde van het winnende idee dat mogelijk ook buiten de context van de prijsvraag bruikbaar is.
Deze baten zijn vaak onzeker en staan soms in schril contrast met de kosten die partijen moeten maken om aan een prijsvraag mee te doen. Bovendien komt het voor dat overheidsorganisaties vergaande voorwaarden opleggen, bijvoorbeeld met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten op het winnende idee. Hierdoor wordt de winnaar beperkt in de mogelijkheden om zijn idee breder aan de man te brengen. Zeker bij innovatiegerichte prijsvragen zit de waarde nu juist in die mogelijkheden. Dit soort omstandigheden verkleinen het innovatiepotentieel van de prijsvraag. Voor potentiële deelnemers is het dan immers minder aantrekkelijk om eraan mee te doen.
Flexibele procedure
Overheidsorganisaties maken niet altijd een doordachte keuze voor de juridische vorm waarin zij hun prijsvragen gieten. Het is verleidelijk om te denken dat het uitschrijven van een prijsvraag iets vrijblijvends is, maar als de overheid dat doet, gaat het juridisch gezien vaak gewoon om een aanbestedings- of subsidieprocedure. Die procedures moeten aan wettelijke eisen voldoen. Wie daar geen rekening mee houdt, kan voor vervelende verrassingen komen te staan.
Overheidsorganisaties hoeven bij het organiseren van prijsvragen niet zelf het wiel uit te vinden
Een paar voorbeelden: de beoordeling moet worden overgedaan, een gecorrigeerde uitslag leidt ertoe dat er nog een prijs moet worden uitgekeerd, er is eerder dan beoogd een overeenkomst ontstaan met de winnaar, of er mag juist géén overeenkomst worden gesloten met de winnaar. Het goede nieuws is dat overheidsorganisaties die zich wél bewust zijn van deze juridische context, al deze verrassingen kunnen voorkomen.
Daarnaast kunnen zij leunen op bestaande wettelijke procedures. Overheidsorganisaties hoeven bij het organiseren van prijsvragen dus niet zelf het wiel uit te vinden. In de aanbestedingscontext is het voordeel van een prijsvraag dat het om een relatief flexibele procedure gaat, doordat de Aanbestedingswet daar minder eisen aan stelt dan aan de reguliere aanbestedingsprocedures.
Black box
Bij de meeste publieke prijsvragen wordt de beoordeling van de inschrijvingen aan een jury overgelaten. Vaak bestaat die jury uit personen die zelf niet bij de overheid werkzaam zijn. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. De overheid mist bepaalde expertise om de inschrijvingen te kunnen beoordelen, zij wil burgers betrekken bij de keuze van de winnaar, of het ligt gevoelig als de overheid zou oordelen over de kwaliteit van de inschrijvingen, omdat die zien op kunstzinnige of wetenschappelijke activiteiten.
Externe juryleden zullen vermoedelijk niet altijd scherp hebben welke eisen de wet stelt aan hun advisering
De betrokken overheidsorganisatie is juridisch verantwoordelijk voor de zorgvuldigheid van de selectie van de winnaar. Dat is zij ook als ze de selectieprocedure uitbesteedt aan externe juryleden. In dat licht is het zorgelijk dat in veel reglementen van publieke prijsvragen weinig aandacht is voor hoe de jury te werk gaat en welke informatie haar advies moet bevatten. Externe juryleden zullen vermoedelijk niet altijd scherp hebben welke eisen de wet stelt aan hun advisering. Dit brengt het risico met zich dat er voor deelnemers een black box ontstaat, waarbij zij niet goed kunnen herleiden waar de keuze voor de winnaar op is gebaseerd.
Hoewel de rechter zich terughoudend opstelt bij de toetsing van een juryoordeel, dat nu eenmaal inherent subjectief is, geldt daarbij wel als voorwaarde dat kan worden geverifieerd dat de jury de inschrijvingen op gelijke wijze heeft behandeld en dus dat het juryoordeel gedegen is gemotiveerd. Is dat niet het geval, dan kan de rechter een streep zetten door de uitslag en een herbeoordeling opleggen.
Geen verliezers
Belangrijke randvoorwaarde bij het uitschrijven van een publieke prijsvraag is dat over de juridische kant van zaken is nagedacht. Aan welke wettelijke eisen de procedure moet voldoen, of de aan de deelnemers opgelegde voorwaarden proportioneel zijn en waar de winnaar precies recht op heeft. Voldoende aandacht voor deze aspecten vergroot de slagingskans van de prijsvraag, voorkomt onnodige fouten, vergroot de transparantie van het proces en zorgt dat er eigenlijk alleen maar winnaars zijn.
Louise Verboeket is universitair docent Bestuursrecht bij de sectie Staats- en bestuursrecht van de Universiteit van Amsterdam. Recent promoveerde zij op haar proefschrift Vrij spel? De inzet van publieke prijsvragen ter toekenning van geld en grond door overheidsorganisaties.
Foto: RDNE Stock Project via Pexels.com