Ervaringsdeskundigheid, van beleidsmode tot paard van Troje

De nieuwste beleidsmode heet: ervaringsdeskundigheid. Voor professionals blijkt dat vooral een aanvulling op wat er is. Maar pas op, waarschuwt Jos van der Lans, ervaringsdeskundigheid zou wel eens het paard van Troje kunnen zijn.

Natuurlijk, ervaringsdeskundigheid. Belangrijk! Het is alsof we weer een nieuw toverwoord hebben ontdekt. Je zou deze aandacht kunnen zien als de eindfase in de emancipatie van cliënten. Een proces dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw is ingezet, toen er met name in de geestelijke gezondheidszorg een krachtige tegenbeweging ontstond die het autoritaire karakter van de psychiatrie aan de kaak stelde waarin de stem van patiënten geen rol speelde. Sindsdien is er veel veranderd. De verhouding tussen de behandelaars en behandelden is sterk gedemocratiseerd. Er is volop ruimte voor inspraak, professionals zijn openhartiger geworden, er zijn cliëntenraden, klachtenprocedures, patiëntenorganisaties.

In die ontwikkeling is het een logische stap om de deskundigheid van cliënten ook te mobiliseren in het herstel- en veranderingsproces van mensen die op enigerlei wijze met stevige problemen worstelen. Van lotgenoten – en vooral van mensen die dit gevecht min of meer te boven zijn gekomen – kan je immers veel leren. Een axioma dat overigens al sinds 1935 in de praktijk wordt gebracht door AA-groepen, waarin ‘Anonieme Alcoholisten’ elkaar wekelijks treffen om hun groepsleden te steunen in de strijd tegen alcoholverslaving.

Ervaringsdeskundigheid: geen smeerolie maar een hefboom

Maar waar de AA-groepen ten principale buiten de reguliere hupverlening opereren, zitten de nieuwe ervaringsdeskundige professionals er middenin. Zij komen op de loonlijst van een hulpverleningsinstelling en moeten zich daarbinnen een plek zien te veroveren. En precies daar begint de schoen te wringen. ‘Ik voel mij als een mier die tegen een enorm rotsblok duwt’, zo vatte Annemarie Kroet, ervaringsdeskundige in de psychiatrie, het twee jaar geleden op socialevraagstukken.nl samen.

De dominante professionele orde blijkt ervaringsdeskundigheid vooral als een aanvulling te zien op wat er is. Het is eerder een soort smeerolie om moeizame relaties tussen professionals en cliënten vlot te trekken dan dat het als hefboom wordt gezien om de eigen professionele orde te ondervragen. Ervaringsdeskundige ‘professionals’ zijn daarentegen vaak uit ervaring kritisch op het systeem. Zij willen het herstel van mensen niet langer laten dicteren door instellingen en professionals, maar veeleer door de mensen zelf, gesteund door lotgenoten, door betekenisvolle anderen, door ervaringsdeskundige coaches en maatjes. Professionals en hun instellingen moeten hun praktijk zo inrichten dat ze hun kennis en kunde voegen naar de hulpstructuren die mensen zelf in hun leefwereld inrichten om aan hun herstel te werken. Ruimte bieden aan ervaringsdeskundigheid is dus niet een extra declaratietitel erbij, maar vraagt om een andere inrichting van hulpverleningsrelaties.

Niet de ex-cliënten zo snel mogelijk vergeten

Wie ervaringsdeskundigheid (en alles waar dat voor staat) echt belangrijk vindt, moet dus anders durven denken over de eigen organisatie en de omgang met cliënten. Bijvoorbeeld breken met het nu nog vanzelfsprekende gegeven dat contact met een hulpverleningsinstelling incidenteel is; hoe sneller professionals en cliënt afscheid van elkaar nemen, hoe beter. Maar wie de ervaringen van cliënten wil mobiliseren om anderen verder te helpen, zou zijn ex-cliënten niet zo snel mogelijk moeten vergeten, maar juist moeten koesteren. Zoals universiteiten hun best doen om hun alumni, hun voormalige studenten, permanent onderdeel te maken van hun netwerk, zo zouden hulpverleningsinstellingen hun daarvoor ontvankelijke klanten in beeld moeten houden om hun werk beter te kunnen doen.

Die belangrijke kennisbron laat men nu nog geheel lopen. De gedachte alleen brengt bij velen zelfs een huivering teweeg – welke cliënt wil aangesproken worden op problemen die hij/zij in het verleden heeft gehad? En dan hebben we het nog niet over al die negatieve ervaringen die in de ontelbare hulpverleningsrelaties in dit land liggen opgesloten. Ook dat is ervaringsdeskundigheid. Wat daarmee te doen?

Dodelijk serieus te nemen

Met andere woorden: er is geen opportunistische omgang met ervaringsdeskundigheid mogelijk. Als je eraan begint, moet je ervaringsdeskundigheid als fundamentele kennisbron dodelijk serieus nemen. Die werkelijkheid is helaas nog ver te zoeken. Het is nu nog vooral een beleidsmode, een hype van bestuurders (die er een potentiële bezuiniging in zien), een nieuw subsidiepotje, een aanvulling, een sympathiek verschijnsel waar niemand tegen kan zijn.

Maar pas op. Ervaringsdeskundigheid kan zich weleens gaan gedragen als het paard van Troje, dat inventieve cadeau waarmee de Grieken ooit de Trojanen wisten te verrassen. Het is heel goed mogelijk dat de invasie van ervaringsdeskundige professionals voor eenzelfde verrassing kan zorg dragen: de tevreden ontvangers bewerkstelligen argeloos hun eigen ondergang.

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist.

Deze column verschijnt deze week in het nieuwe Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken – met daarin een dossier over ervaringsdeskundigheid - en is geïnspireerd door een reportage van Jos van der Lans over de ambitieuze wijze waarop het Leger des Heils Limburg-Brabant ervaringsdeskundigheid in haar organisatie wil incorporeren. Geïnteresseerden kunnen de tekst opvragen bij Hanne Sterken: hanne.sterken@legerdesheils.nl    

Over ervaringsdeskundigheid vindt morgen (9 juni 2017) een congres plaats van Zorg+welzijn.

Foto: urbanduck (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 920 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Beste Jos,

    je schrijft ‘De verhouding tussen de behandelaars en behandelden is sterk gedemocratiseerd.’
    Nu heb ik de opkomst en idealen van de zgn. cliëntenbeweging niet meegemaakt, maar in de praktijk merk ik weinig van die democratisering.
    Natuurlijk, we tutoyeren tegenwoordig de dokter, en de psychiater draagt geen stropdas meer, maar uit de narratieven die ik binnen de GGz verneem is de machtsbalans sinda de jaren ’80 nauwelijks veranderd.
    Verder is het voor zeer mij de vraag of ervaringswerkers binnen instellingen wel zo serieus genomen worden.
    Uiteindelijk heerst zowel binnen de, sinds 1970 sterk geïndustrialiseerde, GGz als in het sociaal domein, het bio-medisch discours, wat alles ‘plat slaat’.
    Er blijkt zeer weinig behoefte aan het stellen van fundamentele vragen en het verder doordenken en uitwerken van herstelondersteunende zorg en -begeleiding.
    Wel zijn er de goede bedoelingen en een goede wil, maar dat verzand nogal eens in een gebrek aan daadkracht.
    M.a.w. daadwerkelijke verbeteringen zullen m.i. niet bij de (zorg)professionals vandaan komen…

  2. Die laatste alinea die ronkt wel een beetje hoor. Nou Nou. Volgens mij moet een gedegen opleiding (en coaching) de waarborg zijn dat een ervaringsdeskundige voldoende afstand heeft van zijn eigen loopbaan in de GGZ om op een juiste manier zijn werk te doen bij mensen die er nog midden in zitten. Dan is het waardevol. Net als bij risico jongeren die uiteindelijk jongerenwerker worden. Die moeten ook ‘klaar’ zijn met hun eigen carrière.

  3. Mooi blog, maar het laatste stukje vind ik een beetje vreemd: waarschuwt u hulpverleningsinstellingen nou om voorzichtig te zijn met ervaringsdeskundigheid? Dat spreekt de rest van het verhaal tegen. Ik zou anders eindigen: “Dus, ervaringsdeskundige en niet-ervaringsdeskundige professionals, op naar een gezamenlijke revolutie!”

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *