EU-migratie kent veel gezichten

In Nederland denken we bij de term EU-migranten al snel aan clichés van Poolse bouwvakkers of Bulgaarse aardbeienplukkers, maar migratie in de EU is niet alleen een economisch fenomeen. Gregor Walz deed mee aan een Europees onderzoek naar hoe jonge migranten zelf kijken naar EU-migratie. Dat beeld blijkt sterk bepaald te worden door de uitgangssituatie.

Voor het onderzoeksproject On the Move spraken we in 15 landen met bijna 500 jonge mensen (tussen de 25 en 35 jaar) die naar een ander EU-land zijn verhuisd, dat van plan waren of na een tijdje weer teruggekeerd zijn. Centraal stonden juist niet de uitzendkrachten, maar mensen die zelfstandig naar een ander land waren verhuisd. Het perspectief was EU-breed: niet alleen de Roemeen die naar Duitsland verhuist telde mee, maar ook de Nederlander die naar Portugal vertrekt. Waar lopen zij tegenaan? Welke factoren belemmeren hun ‘vrij verkeer’? En hoe kijken ze aan tegen EU-migratie in het algemeen?

Belemmeringen van mobiliteit

De kernvraag naar de praktische belemmeringen levert bekende maar belangrijke punten op waar beleidsmakers op Europees en nationaal niveau hun tanden in kunnen zetten: slechte informatievoorziening in de voorbereiding, complexe bureaucratie, onbehulpzame autoriteiten, taalproblemen en gesloten sociale netwerken maken het leven van jonge EU-migranten moeilijk.

In Nederland zorgen aspecten als de inschrijving bij gemeenten, het afsluiten van een zorgverzekering en taalproblemen bij officiële instanties zoals de belastingdienst voor strubbelingen. Men komt naar Nederland in de veronderstelling dat Engelse taalbeheersing voldoende is. ‘Ik had me niet gerealiseerd dat de taal zo’n barrière zou zijn’, gaf een van onze respondenten aan.

Interessanter dan deze concrete obstakels is echter het beeld dat uit gesprekken over de motivatie van de jonge migranten oprijst, en hun visie op Europese mobiliteit in het algemeen. Met name als we dit in de context plaatsen van politieke discussies en de bestaande beleidsmodellen op Europees en nationaal niveau.

Migratie niet alleen economisch

Waarom pakken mensen hun koffers om naar een ander land binnen de EU te verhuizen? Voor een deel zijn de motieven inderdaad economisch en financieel: werkloosheid of armoede in het thuisland zetten mensen ertoe aan hun heil ergens anders te zoeken. ‘De meerderheid van de Polen zijn hier vanwege geldproblemen’, vat een respondent het samen. Bijna net zo belangrijk zijn echter persoonlijke beweegredenen: een opvallend groot deel van onze respondenten heeft een partner in het land waar hij of zij naartoe verhuist.

Een derde, vaak onderbelichte, factor is de politiek-maatschappelijke situatie: met name mensen uit Bulgarije en Roemenië vertellen dat ze de corruptie en politieke instabiliteit in hun landen zat zijn en op zoek gaan naar plekken waar ze meer vrijheid en ontwikkelingsmogelijkheden verwachten. Ten slotte zijn er de avonturiers: jonge mensen die uit nieuwsgierigheid en voor hun persoonlijke ontwikkeling naar het buitenland gaan.

Motieven zijn ongelijk verdeeld

Vanuit Europees perspectief is vooral belangrijk dat deze motieven niet willekeurig maar juist heel ongelijk zijn verdeeld over de diverse groepen en herkomstlanden. Bovendien heeft de uitgangssituatie van waaruit mensen vertrekken enorme impact op de algehele waardering van de migratie-ervaring. Zo voelen de jonge mensen uit Oost- en Zuid-Europese lidstaten zich veelal gedwongen te migreren vanwege push-factoren in hun land van herkomst (economisch en politiek), terwijl de Noord- en West-Europeanen uit nieuwsgierigheid en voor persoonlijke ontwikkeling voor een ander land kiezen.

Dit impliceert ook dat de eerste groep vaak met enige of zelfs grote tegenzin op pad gaat. Deze tegenzin is het meest uitgesproken bij de Griekse en Cypriotische migranten die zich, door de economische crisis in hun land, gedwongen voelen te verhuizen. Voor de Duitsers en Nederlanders daarentegen is migratie een verrijkende ervaring op persoonlijk vlak. Ze nemen financiële of professionele achteruitgang zelfs op de koop toe, omdat zij het belangrijker vinden om een ander land, andere cultuur of taal te leren kennen.

Uitgangssituatie bepalend voor hoe tegenslagen worden ervaren

Dit verschil in uitgangspunten betekent ook dat mensen heel anders omgaan met tegenslagen en belemmeringen bij het settelen, het zoeken naar werk en het vinden van huisvesting en sociale contacten. Voor een jonge Roemeen die corruptie in eigen land zat is en in een ander land als Nederland of Duitsland een zelfstandig bestaan wil opbouwen, is het extra demotiverend om weggezet te worden als crimineel en daardoor geen werk te kunnen vinden. Voor de Griek die eigenlijk veel liever bij zijn familie in Athene was gebleven is het moeilijk te verkroppen als het lonkend migratieperspectief uitpakt als een slecht verwarmd zolderkamertje in een Londense buitenwijk.

Voor de Nederlander die vooral op zoek is naar avontuur en nieuwe ervaringen is een tegenstribbelende bureaucratie daarentegen gewoon part of the deal of zelfs een interessante uitdaging. Kortom: mensen die vanuit een positieve persoonlijke ambitie vertrekken brengen meer incasseringsvermogen mee dan mensen die met tegenzin op pad gaan. Dit verklaart ook waarom veel EU-migranten, ook als zij al jaren in Nederland wonen, vaak niet zeker kunnen zeggen of zij permanent hier willen blijven.

Beleidswereld houdt geen rekening met persoonlijke ervaring

Wat betekent dit voor beleidsmakers, op EU-niveau en in Nederland? Het is duidelijk dat interne EU-migratie veelzijdiger is dan vaak wordt verondersteld. Ook houden de economische modellen van EU-migratie weinig rekening met de persoonlijke betekenis die EU-burgers geven aan hun migratie.

Vanuit Europees (arbeidsmarkt)perspectief is de eerder beschreven Griekse ‘crisis-migrant’ bijvoorbeeld het schoolvoorbeeld van een mobiele Europeaan: bij gebrek aan werkgelegenheid in eigen land maakt hij gebruik van de mogelijkheid om aan de arbeidsvraag elders te voldoen. Vanuit persoonlijk perspectief gaat het echter om een bijna traumatische ervaring, zoals uit dit citaat blijkt: ‘Ik had een moeilijke tijd, het was een persoonlijke shock. Ik was werkloos, mijn financiële situatie was moeilijk. Eerlijk gezegd, ik kon geen uitweg zien. Geen hoop.’

De onderliggende ongelijkheid tussen de ervaringen van Oost- en Zuid-Europeanen aan de ene kant en Noord- en West-Europeanen aan de andere kant komt is niet nieuw, maar heeft juist in de context van migratie een wrange bijsmaak. Heeft het nog zin om van overkoepelende fenomenen als vrij verkeer en gedeelde burgerrechten te spreken als de betekenissen in het leven van EU-burgers zo ver uiteenlopen?

Vrij verkeer is vanzelfsprekend

Overigens hebben de jonge Europeanen zichzelf wel neergelegd bij deze realiteit. Hun visie op het recht op vrij verkeer en EU-burgerschap is in een woord te vatten: vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de EU-migranten uit lidstaten die nog vrij recent zijn toegetreden tot de interne markt. Het maakt mensen daarbij niet uit of ze als arbeidsmigranten of ‘mobiele burgers’ worden gezien, ze maken gewoon gebruik van de mogelijkheden die er zijn.

Het volgende citaat spreekt boekdelen: ‘Ik ken mijn rechten als EU-burger in het algemeen, maar ik heb nooit ergens gecheckt wat mijn rechten precies zijn.’ Voor politici en beleidsmakers die decennialang hun best hebben gedaan om Europese mobiliteit aan te wakkeren, is dat goed nieuws. Juist in de context van Brexit en EU-scepsis is het echter zaak om de beleidsdogma’s meer in lijn te brengen met de dagelijkse ervaringen van EU-burgers zelf.

Lokaal en EU-beleid

Op lokaal niveau zijn er heel concrete mogelijkheden, door meer oog te hebben voor de achtergronden van EU-migranten in de ‘welkomstprogramma’s’, en daarbij de grote stap te erkennen die een migrant heeft gezet. Met andere woorden: niet alleen zenden maar ook luisteren.

Op EU-niveau gaat het om het toelaten van een reëlere kijk op inter-Europese mobiliteit, onder andere door het benoemen van de inherente ongelijkheid in de migratie-ervaring en het aanvullen van economische perspectieven met de persoonlijke aspecten.

Gregor Walz is zelfstandig onderzoeker en adviseur op het gebied van diversiteit, grondrechten en migratie. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat hij namens Art.1, in samenwerking met het Griekse Centre for European Constitutional Law en andere Europese organisaties heeft uitgevoerd in het kader van het project ‘On the Move – the reality of free movement in times of crisis’ (gefinancieerd vanuit het Rights, Equality and Citizenship Programme van de EU).

Foto: Kate Ter Haar (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 720 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. “Heeft het nog zin om van overkoepelende fenomenen als vrij verkeer en gedeelde burgerrechten te spreken als de betekenissen in het leven van EU-burgers zo ver uiteenlopen?”

    De betekenis van economische/cultuurverschillen wordt bij de Brusselse ‘gemeenschap’ volledig onderschat en zelfs ontkend.
    Zelfs het ‘vrije’ verkeer van de Euro blijkt binnen de EU niet goed mogelijk gezien de sociaal economische verschillen tussen landen waardoor de EU munt niet kan revalueren of devalueren en Zuid-Europese landen (bancaire) schuldenaren worden van de Noord-Europese landen.
    Vrij verkeer en gedeelde burgerrechten binnen de EU hebben juridisch gezien vooral een legalistisch karakter hetgeen sterk in contrast staat met de sociale werkelijkheid.
    Deze sociale werkelijkheid is vooral neoliberaal van aard aangezien binnen de EU het in de praktijk gaat om arbeidsstromen van de ‘goedkope’ landen naar de ‘dure’ landen dit om de arbeidskosten te kunnen drukken. Echt vrij om zich binnen Europa te verplaatsten zijn slechts degenen die hoogopgeleid zijn en voldoende financiële draagvlak hebben.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *